Berlioz met sidder en zwier

Klassiek Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin. Gehoord: 6/2 De Doelen Rotterdam. Herh.: 7/2 20.15 uur; 8/2 14.15 uur. ****

Een fenomenaal concertprogramma mag elke vijf, zes jaar klinken. Terecht herhaalt dus Yannick Nézet-Seguin een door zijn voorganger Valery Gergjev nog in 2003 gespeelde combinatie van muziek van de revolutionair Beethoven met twee stukken van zijn bewonderaar, de jonge avant-gardist Hector Berlioz: de lyrische scène La mort de Cléopâtre (1829) en de meteen daarna geschreven Symphonie fantastique (1830). Het zijn sterk beeldende werken die niet alleen vooruitlopen op zijn opera’s Les Troyens (1859) en La damnation de Faust (1846), maar ook op Strauss en Mahler.

Gergjev dirigeerde vooraf Beethovens Die Weihe des Hauses. Nézet-Séguin overtreft hem met de vurig opgepookte Eerste symfonie, zeer markant, zelfs ‘authentiek’ klinkend. De nieuwe Rotterdamse chef kwam eerder al met een tomeloos explosieve Zevende van Beethoven.

De Italiaanse sopraan Anna Caterina Antonacci is met een gemakkelijke, stralende hoogte en een fraaie donkere laagte een hoog-dramatische vertolkster van zelfmoord met gif van de Egyptische koningin Cleopatra. Beschaamd en ontgoocheld is ze na haar nederlaag tegen de Romeinen, maar na haar laatste zucht ‘César!’ siddert het orkest.

De Symphonie fantastique is een een wereld, een heel leven, op zich, door Nézet-Séguin met veel flair gedirigeerd. Het eerste deel Rêveries-passions kan overrompelender, maar Un bal heeft de vereiste soepel walsende zwier. Hoogtepunt is de verstilde melancholie van de Scène aux champs, existentiële eenzaamheid zoals alleen Berlioz die kon componeren. Het demonische slotdeel Songe d’une nuit du Sabbat is met de schrille heksendans een testcase voor de blazers. De Rotterdamse blazers mogen er zijn.