Aangeboren slecht 5

De Nijmeegse hoogleraar psychiatrie Jan Buitelaar plaatst kanttekeningen bij een publicatie van mij in Delikt en Delinkwent. Het is duidelijk dat Buitelaar geen grote fan is van mijn gedachtegoed. Hetzelfde geldt voor mijn ideeën uit de jaren `70, toen ik aan de RU Leiden een criminologie, maar nu vanuit biosociaal perspectief wilde ontwikkelen. Een aantal van die ideeën was wel interessant, aldus Buitelaar, maar ik zag het te simpel. Ik had het toen volgens Buitelaar over under- en overarousal en ik redeneerde rechtstreeks van hersenen naar criminaliteit. Deze opmerking is volstrekt misplaatst. Ik nodig Buitelaar uit een wetenschappelijke publicatie van mijn hand te noemen waaruit de juistheid van zijn stelling zou kunnen blijken.Aan dit `rechtstreeks redeneren van hersenen naar criminaliteit` zou ik mij ook bezondigd hebben in Delikt en Delinkwent. In het stuk wijd ik vrijwel een hele pagina aan deze thematiek. Ik schrijf daar onder meer: `Een kind dat op neuro-biologische gronden onhandelbaar is, niet wil luisteren”, niet leert van negatieve ervaringen, roept, zoals we al aangaven, reacties op vanuit zijn omgeving. Wanneer compenserende factoren ontbreken, zoals het afkomstig zijn uit een goed sociaal milieu, goed kunnen leren, of over fysieke kwaliteiten beschikken waardoor het zich bv. op het gebied van sport kan onderscheiden, kan een proces op gang komen waarbij het betrokken kind via een slecht gevoel van eigenwaarde, spijbelen op school, een lage opleiding etc. zich geleidelijk aan buiten de samenleving gaat plaatsen en van kwaad tot erger vervalt.` Dit citaat maakt duidelijk dat Buitelaars kritiek dat ik rechtstreeks zou redeneren van hersenen naar criminaliteit volstrekt onjuist is.Tenslotte zou ik volgens Buitelaar te weinig aandacht geven aan de invloed van de opvoedingsomgeving. Dat is een merkwaardige observatie, want even verderop in het artikel geeft Buitelaar (onbedoeld uiteraard) zelf aan dat dit verwijt voor de door mij bestudeerde groep niet relevant is Hij zegt dan namelijk dat: `Binnen de groep kinderen met antisociaal gedrag wordt de laatste vijf jaar een subcategorie onderkend die letterlijk niet warm of koud worden van enige straf. Op dergelijke kinderen krijgen ouders geen greep.` En dat is nu, zoals uit mijn artikel blijkt, precies wat kenmerkend is voor de door mij bestudeerde categorie chronische delinquenten.