Zwemmen op pootjes

Paleontologen vonden een 47,5 miljoen jaar oud fossiel van een zwangere walvis.

Uit de ligging van de baby blijkt dat de walvis aan land ging om te eten en te paren.

De blauw gekleurde botjes in dit 47,5 miljoen jaar oude fossiel, in het plaatje hieronder, zijn van een primitieve babywalvis. Uit de manier waarop het embryo in de baarmoeder ligt, met het hoofd naar voren, maken Amerikaanse paleontologen op dat de vroege voorlopers van de huidige walvis op het land bevielen. Philip Gingerich van de universiteit van Michigan en zijn collega’s beschrijven het 2,6 meter lange fossiel, de eerste zwangere primitieve walvis die ooit gevonden is, in het februarinummer van het wetenschappelijk tijdschrift Plos One.

De studie is interessant omdat zij aantoont dat de vroege walvissen zowel op het land als in het water leefden. Volgens Gingerich is een bevalling met het hoofd naar voren kenmerkend voor landdieren, terwijl moderne walvisbaby’s doorgaans met hun staart naar voren worden geboren. Hij denkt dat deze vroege walvis aan land ging om te paren en te slapen, net als zeeleeuwen. Bijzonder is ook dat het babywalvisje al tanden had. Het kon dus al jong van zich afbijten.

De evolutionaire ontwikkeling van de walvis, vanaf 49 miljoen jaar geleden, is aan de hand van fossielen mooi te volgen. Hertachtige dieren veranderden stap voor stap in echte walvissen. Dit 47,5 miljoen jaar oude fossiel uit Pakistan, Maiacetus inuus, past mooi in de stamboom. Hij had vinachtige poten, maar was minder goed aangepast aan het leven in het water dan zijn evolutionaire opvolger, de primitieve walvis Basilosaurus.