Tussen achterklap, verwijten en de harmonie

Els Beerten: Allemaal willen we de hemel. Querido, 14+, 498 blz. €17,95

Tijdens de Tweede Wereldoorlog traden veel Vlaamse jongens in Duitse dienst, in de vage hoop zich te bevrijden van het juk van de Franstaligen. Deze traumatische collaboratie heeft Hugo Claus verwerkt in Het verdriet van België. Je moet als Vlaams auteur dus lef hebben om dit nog eens doen.

Els Beerten toont die moed met de jeugdroman Allemaal willen we de hemel, die ook speelt in een verstikkend, Vlaams dorp waar individuele schuld wordt overwoekerd door collectieve schaamte. De bijna 500 pagina’s en de vele stemmen, dubbelzinnigheden, tijdsprongen en motieven maken duidelijk dat Beerten een monumentaal boek heeft willen schrijven. En daarin is ze glansrijk geslaagd.

De jongens die ‘zwart’ werden door de propaganda van pastores en Vlaamse nationalisten waren jong, soms maar vijftien jaar oud. Dat maakt ze ideaal voor een roman met jeugdige personages die worstelen met het volwassen worden. Beerten onderzoekt de emoties en motieven van haar jongens en meisjes door haar hoofdpersonen beurtelings het woord te geven, steeds een monoloog per hoofdstuk.

Zo maakt de lezer snel en diepgaand kennis met hen, in 1942, 1945, 1947 en 1967. Met de charismatische Ward, die naar het Oostfront gaat. Met de laffe Jeff, die lang voor een held wordt gehouden. Met de begaafde Renée, die worstelt met loyaliteit. Met de kleine Remy, die langzaam maar zeker achter de waarheid komt. En door hun ogen en met hun stemmen, die alle heel eigen zijn, komen nog vele dorpsbewoners en familieleden overtuigend tot leven.

Langzaam – in het begin iets te langzaam – ontrolt zich het verhaal, dat vele verrassingen bevat en steeds een ander licht werpt op goed en fout, waarheid en leugen. Er zijn spannende scènes zoals de liquidatie van een verzetsman, huiveringwekkende zoals een bombardement op Keulen, ontroerende zoals die tussen de verstoten Ward en zijn trouwe moeder.

De ‘zwarte’ Ward is het krachtigste en interessantste personage. Hij heeft een keer verkeerd gekozen, maar kiest uiteindelijk als enige helemaal voor de waarheid door zich aan te geven. De gevangenis is wreed, maar biedt hem wel bevrijding, uit het web van de leugens. In zekere zin zijn alle personages gevangenen. De een is opgesloten in zijn verkeerde keuze, de ander in zijn opgedrongen leugen, weer een ander in het feit dat hij altijd als klein wordt bejegend. En allen zitten vast in het benauwde dorp vol achterklap en zwijgende verwijten, een gevoel dat wordt versterkt door de monoloogvorm.

Alleen de muziek biedt een tijdelijke uitweg. Bijvoorbeeld voor Renée, die als jonge vrouw is voorbestemd voor een huwelijk, maar die muziek kan studeren, voor de vele dorpelingen met hun harmonie, die met zijn repetities en uitvoeringen het dorpsleven vorm geeft. Beertens compositie is ook hecht als die van een muziekstuk; geen strijkkwartet of cantate, maar een symfonie.