'Toezichthouders hebben meer middelen nodig'

Toezichthouders in de gezondheidszorg hebben een wettelijke code nodig om bestuurders te kunnen afrekenen op hun beleid. Dat stelt de kersverse hoogleraar Marcel Canoy.

‘Concurrentie en regelgeving in de zorg’ heet de leerstoel waarop Marcel Canoy is benoemd aan de Universiteit van Tilburg. De econoom is specialist is op het gebied van marktwerking en privatisering.

De prille werking van de markt in de gezondheidszorg heeft al tot resultaten geleid, vindt hij, want wachtlijsten zijn geslonken en de klantvriendelijkheid is toegenomen. „Wil invoering van de marktwerking een succes worden, moet een aantal risico’s worden ingedamd. Toezichthouders hebben meer middelen nodig om bestuurders in de zorg te kunnen toetsen”, zegt Canoy (45). Hij was eerder op het terrein van economie en zorg actief bij het Centraal Planbureau. Ook werkte hij als economisch adviseur van de voorzitter van de Europese Commissie, Manuel Barroso, in Brussel. Sinds kort is hij hoofdeconoom bij het Rotterdamse onderzoeksbureau ECORYS.

Is de gezondheidszorg te vergelijken met een normale markt die om dezelfde spelregels vraagt?

„Niet helemaal. De zorg is een markt omdat er vragers zijn, patiënten, en verschillende aanbieders, zorgverleners. Met de marktwerking zijn prikkels ingevoerd die tot meer doelmatigheid en ondernemerschap hebben geleid. Maar concurrentie kan niet altijd in lagere prijzen tot uitdrukking komen, omdat de doelen van de zorg zoals kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van groot publiek belang zijn. Juist om ervoor te zorgen dat aan deze doelen wordt voldaan, moeten commissarissen bestuurders hierop kunnen afrekenen.”

De code-Tabaksblat is gebaseerd op zelfregulering, voldoet zelfregulering niet in de zorg?

„Dat is te weinig voor een sector met zulke grote publieke belangen zoals de gezondheidszorg. De corporate governance bij de banken heeft jammerlijk gefaald, hebben we gezien bij ABN Amro, ondanks het bestaan van de code-Tabaksblat. De toezichthouders hebben zich als schoothondjes gedragen en stemden met alle wensen van het bestuur in, ook met de exorbitante bonussen voor falende managers.

„Bij de zorg is het anders. Als Shell of Philips er een potje van maken, kun je zeggen dat de aandeelhouders maar beter hadden moeten opletten. Dat gaat niet op voor de zorg. De brancheorganisaties in de zorg stelden in 2005 een code op geïnspireerd door Tabaksblat. Maar probleem is dat die code uitgaat van zelfregulering. Er zijn geen sancties. De overheid heeft echter het mandaat verder te gaan.

„Een code voor goed ondernemingsbestuur in de zorg moet afdwingbaar zijn. We hebben het hier niet alleen over beleid ten aanzien van beloningen en de uitkering van winst aan aandeelhouders. Ook moet er veel meer inzicht komen in prestaties van ziekenhuizen. Patiënten en verzekeraars kunnen toch nog helemaal niet vooraf vaststellen wat het beste ziekenhuis is en wie de beste specialist is voor een behandeling. De keuze voor patiënten is bovendien beperkt, want overstappen naar concurrenten is vaak lastig.”

Hoe kunnen andere partijen meer invloed uitoefenen, de macht ligt nog altijd bij de aanbieders – de ziekenhuizen en artsen?

„Ziekenhuizen moeten een bestuur hebben waar expliciet ruimte is voor andere belanghebbenden zoals patiëntenverenigingen, personeelsleden, verzekeraars. De overheid kan vuistregels maken voor de samenstelling van raden van commissarissen en scherp op de naleving toezien. Wie benoemt deze mensen? Zitten er voldoende vertegenwoordigers in uit diverse krachtenvelden?

„Het gaat om macht en tegenmacht. Voor het bedrijfsleven is dat georganiseerd. In de gezondheidszorg staat het in de kinderschoenen. Voorheen hadden aanbieders te veel macht, dat verschuift nu heel langzaam. Verzekeraars krijgen al meer invloed, patiënten worden mondiger. Maar het gaat te langzaam en hun wensen moeten afdwingbaar zijn.

„De minister van Volksgezondheid werkt intussen aan wetgeving om falende bestuurders en toezichthouders van ziekenhuizen en andere zorginstellingen aansprakelijk te maken voor wanbeleid. Hij wil falende managers voor de rechter kunnen slepen zoals in het geval van de IJsselmeerziekenhuizen die bijna failliet waren.

„Wil je de doelen van de zorg zoals transparantie, toegankelijkheid en kwaliteit bereiken, moeten toezichthouders een stok achter de deur hebben. Een wettelijk geborgde code voor goed ondernemingsbestuur is een middel. ”

Hoe wilt u afdwingen dat ziekenhuizen meer openheid geven over hun prestaties zodat patiënten werkelijk kunnen kiezen?

„Vroeger was het taboe om slechte prestaties van een ziekenhuis openbaar te maken. Langzaam wordt het iets beter. Sterftecijfers worden nog steeds niet gepubliceerd. De Nationale Zorgautoriteit, die toezichthouder is, moet op dit gebied een krachtiger rol krijgen. Het publiceren van lijsten, naming and shaming, is op een aantal terreinen effectief. Het is echter te vrijblijvend. Echt inzicht ontbreekt omdat de sector complex is. Er zijn veel gevestigde belangen. Het is ook een kwestie van tijd. De markt voor mobiele telefoons was aanvankelijk ook complex. Uiteindelijk ontstond er ook een markt voor operators die simpeler producten afleverden. In de zorg zal je ook zien dat nieuwe partijen op de markt de druk op ziekenhuizen tot openbaarheid zullen vergroten.”

Zal de kredietcrisis terugslaan op de marktwerking in de gezondheidszorg?

„De crisis brengt zeker reële gevaren met zich mee voor verdere invoering van marktwerking. Toch wordt de bankencrisis er te pas en te onpas bijgehaald zodra ziekenhuizen er een potje van maken. In die zin maak ik me zorgen over de fusiedrang van sommige ziekenhuizen. De IJsselmeerziekenhuizen vind ik een typisch voorbeeld van het feit dat twee slechte ziekenhuizen niet automatisch één goed ziekenhuis opleveren. Hetzelfde kun je zeggen van de twee ziekenhuizen in Zeeland die willen fuseren. Waarom is een fusie nodig van de Gooise ziekenhuizen, ziekenhuis Hilversum en Gooi-Noord? Alleen als er synergievoordelen zijn te behalen, zijn fusies zinvol.

„Hier kampen we met een probleem. De vereiste fusietoets van de Nederlandse Mededingingsautoriteit NMa is te beperkt. De NMa moet de bezwaren tegen een fusie zien aan te tonen. Ik zou zeggen, draai de bewijslast om en laat ziekenhuizen aantonen waarom ze voordelen denken te behalen met een fusie. Geef de Nationale Zorgautoriteit een toetsende bevoegdheid op het gebied van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid. Het risico van een mislukte fusie moet zo klein mogelijk gemaakt worden. De gezondheidszorg is wel een sector met publieke belangen. Zodra een fusie op de klippen loopt zijn patiënten gedupeerd.”