'Talent is bij lange na niet genoeg'

Malcolm Gladwell hecht niet aan geld of roem. Voor hen die dat wél doen schreef hij ‘Uitblinkers’. ,,Wat heb je aan een aangeboren talent als je er niets mee doet of kunt doen?’’

‘Omgevingsfactoren bepalen wie succes heeft en wie niet’, zegt Malcolm Gladwell. „Hard werken, timing, geluk en kansen zijn belangrijker dan individueel talent.’’ Gladwell is in Nederland ter gelegenheid van de vertaling van Outliers. Daarin verklaart hij met behulp van inzichten uit de sociologie, geschiedenis, wiskunde en de economie waarom bijvoorbeeld Bill Gates een softwaremiljardair is geworden, maar niemand ooit gehoord heeft van Chris Langan, de man met het hoogste IQ ter wereld. En waarom de Beatles zo succesvol werden en er zoveel joodse advocaten zijn in New York.

In een afgeladen aula van de Universiteit van Amsterdam betoogde Gladwell vorige week ten overstaan van een divers publiek dat wij menselijk potentieel verspillen door succes als iets persoonlijks te beschouwen. Hij noemt drie factoren die succes kunnen belemmeren: armoede (middenklassekinderen genieten beter onderwijs en hebben zowel de financiële middelen als de juiste sociale vaardigheden); willekeurige, stompzinnige selectiecriteria (het moment waarop sportteams hun selecties maken zorgt ervoor dat mensen die vroeg in het jaar zijn geboren meer kans maken); en culturele werkattitudes (in Europa werken ze minder lang en minder hard dan in Azië). Moderator Joris Luyendijk verbaasde zich over de politieke inzet van Gladwells lezing in vergelijking tot de inzet van het boek. Terecht. Wie Outliers leest, valt vooral op hoe spannend en vermakelijk de verhalen zijn en hoe toegankelijk Gladwell zijn wetenschappelijke inzichten overbrengt.

De in New York woonachtige journalist Gladwell oogt als een hippe nerd. Hij mag dan zelf een uitblinker zijn – zijn eerdere boeken Blink en The Tipping Point waren goed voor oplages van meer dan twee miljoen – in Outliers verklaart hij zijn eigen succes door te wijzen op zijn Canadees-Jamaicaanse achtergrond (zijn moeder is zwart, zijn vader wit) en hoe zijn lichtere huidskleur hem voordelen gaf ten opzichte van anderen.

In een hotel in Amsterdam spreekt hij rustig en met een haast onbewogen precisie over zijn succes met een boek over succes. „Ik geef niet om geld of roem. En ja, ik schrijf leuk, maar dat doen heel veel mensen. We maken van schrijvers individuele helden, maar ik heb gewoon ontzettend veel geluk gehad. Dit boek was twee jaar geleden, tijdens de regering Bush, niet op dezelfde manier opgepikt. Nu verschijnt het in een land dat weliswaar leeft met de mythe dat succes een individuele verdienste is en dat terughoudend is geweest in collectieve aanpak van bepaalde problemen, maar dat eindelijk toe is aan zelfkritiek.’’

U beargumenteert dat individueel talent niet genoeg is om door te breken. Hoe kwam u op het idee voor deze stelling?

,,Ik ben altijd geïnteresseerd in onderwerpen waar er een verschil is tussen de visie van het algemene publiek en die van de wetenschap. Sociologen hebben een bovenmatige belangstelling voor de context en generatie en hebben minder aandacht voor het individu. Maar het publiek verklaart succes juist bij uitstek als een individuele verdienste. Ik schrijf in een land waarin individuele prestaties verheerlijkt worden en wilde daar met behulp van de wetenschap kritiek op leveren.’’

Als externe factoren zo belangrijk zijn, waarom hechten wij dan zoveel waarde aan ambitie en talent van het individu? Zitten wij opgescheept met de Romantische erfenis van het genie?

,,Ja. Wij houden van heldenverhalen. Het is een menselijke neiging om een persoonlijk verhaal te maken waarin het individu zegeviert en waar institutionele en omgevingsfactoren uit zijn weggehaald. Zo geven wij zin aan het leven. Maar ik hou van de complexiteit van de sociologische benadering.’’

U heeft de man met het hoogste IQ ter wereld ontmoet, Chris Langan – zijn IQ is 195. Hoe kijkt u aan tegen genetische opvattingen van genialiteit?

,,Genen spelen een belangrijke rol als het gaat om aangeboren mogelijkheden, maar zijn niet doorslaggevend voor succes. Stel dat ik zeg dat intelligentie 50 procent genetische aanleg is en 50 procent opvoeding. Wat weet ik dan? Genetica is fascinerend, maar niet nuttig. We zitten er gewoon mee. Ik begrijp niet waarom mensen er boeken over volpennen. Wat heb je aan een aangeboren talent als je er niets mee doet of kunt doen?’’

Succes is, per definitie, iets wat we achteraf vaststellen. Hebben in principe heel veel mensen het basistalent om een uitblinker te worden en bepaalt geluk of toeval dan wie wel en wie niet doorbreekt? En zo ja, wat kan men als individu dan doen behalve heel hard werken?

,,Ik sprak met een jazzmusicus die mij vertelde dat hij, geheel volgens het wetenschappelijke inzicht, ongeveer tien jaar oefenen nodig had om goed te worden. Hij werd niet beroemd en werd geen ‘uitblinker’ in die zin, maar ik zou hem wel succesvol willen noemen. Zijn werk is namelijk betekenisvol in de zin dat er een bevredigende relatie is tussen de inspanning die hij levert en de beloning die hij ervoor terug krijgt.

,,Er zal altijd een grote groep mensen zijn die iets goed kan. Externe factoren bepalen uitblinkerschap. Soms is het geluk, soms timing, soms generatie, en soms culturele factoren. Individueel talent geeft je toegang tot de groep, externe factoren zorgen ervoor dat je boven de groep uitstijgt. Je kunt dus inderdaad niet veel anders dan hard werken.’’

De recensenten hebben overwegend enthousiast gereageerd op uw boek, maar er waren ook kritische geluiden. Een criticus van The New York Times schreef dat uw hypothese over succes te veel op anekdotiek leunt. De Rolling Stones en de Beach Boys hadden bijvoorbeeld niet de mogelijkheid om in Hamburg jarenlang te oefenen en toch werden ze succesvol.

,,Die vrouw van The New York Times is een notoire mopperaar die nooit iets goed vindt. Ze maakt een storende denkfout. Ik begin vanuit een wetenschappelijke hypothese en zoek daar een verhaal bij, niet andersom. Ik had duizenden andere voorbeelden kunnen kiezen. Ik koos de Beatles omdat het de hypothese van Ericsson illustreert. Die stelt dat je, om heel goed te worden, ongeveer tienduizend oefenuren nodig hebt. Veel mensen denken dat de Beatles zomaar boven kwamen drijven. Heeft zij overigens onderzocht waarom de Rolling Stones en Beach Boys succes hadden? Ook bevalt het woord ‘anekdote’ mij niet. Ik hou van ‘verhaal’.

Zijn er verschillen tussen mannen en vrouwen die bepalen of je een uitblinker wordt?

,,Vooroordelen en verwachtingen omtrent geslacht en ras kunnen een extra belemmering zijn. Maar ze zijn altijd onderdeel van een groter verhaal, niet het hele verhaal. Als je niet goed genoeg bent, kun je wel alle belemmeringen weghalen, maar zal je niet succesvol worden, zo denkt men. Ik redeneer andersom: eerst moet je alle belemmeringen wegnemen en daarna ga je talent selecteren. Als alle vooroordelen zijn verwijderd binnen een bepaalde beroepsgroep, en je faalt nog steeds, dan kunnen we het erover hebben dat jij niet goed genoeg bent, maar zolang de belemmeringen er zijn, is dat immoreel. Stel: jij wilt een gevechtspiloot worden en dat lukt je niet. Ik kan niet beoordelen of jij dat niet kan worden totdat ik zeker weet dat de wereld van de gevechtspiloten, een van de meest masculiene bolwerken die je je kunt voorstellen, geen belemmeringen meer opwerpt om deel te nemen.

Uw boeken zijn een mix van kennis en onderhoudende verhalen. Wilt u vooral kennis overbrengen, vermakelijk schrijven of gaat het u er uiteindelijk om beleidsmakers te beïnvloeden?

„Ik wil wetenschappelijke inzichten aan een breed publiek overbrengen. De verhalen maken mijn boeken gewoon plezierig om te lezen. Met de kwaliteiten die je succesvol maken in de academische wereld, kun je vaak niet een breed publiek bereiken. In de wetenschap blink je uit door genuanceerd, omvattend en complex te denken. Ik simplificeer uiteraard enigszins. Mijn ideale lezer hoeft het niet met mij mee eens te zijn, maar ik probeer hem wel tot verder denken te stimuleren; vandaar ook de uitgebreide bibliografie en de voetnoten. Ik ben geen politicus, maar mijn boek is een politiek boek. Toen het klaar was, realiseerde ik me pas de politieke consequenties. Schrijven en spreken is voor mij niet hetzelfde. Ik spreek nu voor beleidsmakers die ik hoop te beïnvloeden.’’

,,Uw boek bevat niet alleen succesverhalen, maar ook veel tragische verhalen over mensen die het niet redden, zoals Chris Langan, of verhalen over luchtvaartmaatschappijen die ‘uitblinken’ in vliegtuigongelukken. Kunnen we met uw boek, achteraf, verklaren waarom mensen niet succesvol zijn?

„Grotendeels wel. Er zijn drie grote obstructies die mensen met talent verhinderen om de top te bereiken: armoede, stupiditeit en culturele attitudes. Vooroordelen spelen ook een rol, en klasse. Mensen uit de middenklasse leren vaak beter op een beleefde manier voor zichzelf op te komen.

,,Het individu is in dit opzicht machteloos, omdat je geen controle hebt over zaken als klasse en het jaar waarin je geboren wordt, maar de maatschappij is dat niet. De overheid kan kansen scheppen door beleid te voeren op de belemmeringen. Maar het individu draagt ook enige verantwoordelijkheid voor falen. Mensen die niet boven de drempel van ‘goed genoeg’ uitkomen, lukt het niet, ook niet als je alle belemmeringen wegneemt.

Malcolm Gladwell: Uitblinkers. Waarom sommige mensen succes hebben en andere niet. Contact, 344 blz. € 18,95.