Stil eens! Ik luister naar die hobosolo

De klassieke concertzaal moet minder stijf om jeugd te trekken, vindt een socioloog.

Dat is onzin. Ook de jongeren van nu willen later in alle rust muziek luisteren.

In 1890 liet Willem Kes, de kersverse chef-dirigent van het net opgerichte Concertgebouworkest, de zaaldeuren na aanvang van het concert sluiten. Gezellig in- en uitlopen tijdens concerten werd niet langer toegestaan. In 1893 werden ook de tafeltjes uit de zaal verwijderd. Eten en roken tijdens muziekuitvoeringen werd verboden.

‘Heilzame tucht’ vond de één; ‘ongezellig’ vond de ander. Een ware pennenstrijd ontbrandde, onder meer gevoerd middels boze ingezonden brieven in het Algemeen Handelsblad. Maar het publiek werd stil tijdens de concerten, een traditie die tot op de dag van vandaag bestaat.

Volgens kunstsocioloog Hans Abbing (nrc.next, 3 februari) is er sprake van verstarring van de sociale codes in de klassieke muziekwereld. Het begrip verstarring neemt hij letterlijk: „Bewegen is belangrijk!” Het Kronos Kwartet klinkt volgens Abbing in Paradiso heel anders dan in het Concertgebouw – en ik neem aan dat hij daarbij niet de akoestiek bedoelt. Gewoon naar een symfonie van Brahms luisteren is volgens hem niet meer voldoende: „Het is de setting die de esthetische ervaring beïnvloedt”.

Abbing is ervan overtuigd dat tachtig procent van de ‘klassieke’ luisteraars niet analytisch luistert, maar zich in een warm bad van muziek onderdompelt. Een fascinerende bewering. Mensen willen gewoon een leuke avond hebben, zo denkt hij, dus de etiquette kan wel wat losser. „Details kun je ook thuis op cd horen.”

Mijn overtuiging is dat mensen naar een concert gaan omdat ze zich in alle rust willen overgeven aan het beluisteren van muziek. Zonder storende geluiden, zonder kinderen die binnenvallen, zonder telefoon, zonder mensen die er doorheen praten.

We leven in een tijd van excessieve prikkels. Jongeren hebben een heel andere concentratiespanne dan hun ouders. Moeten we ons daarbij neerleggen en de concertpraktijk aanpassen aan de beweeglijkheid en het gebrek aan concentratie van een opgroeiende generatie? Moeten musici, die alleen tot een goede performance kunnen komen als zij zich tot het uiterste kunnen concentreren, zich er in schikken dat ze worden gedegradeerd tot muzikaal behang voor mensen die „gewoon een leuke avond” willen hebben? Het antwoord is nee.

In tegenstelling tot Abbing ben ik er allerminst van overtuigd dat de meerderheid van het publiek niet geïnteresseerd is in details. Men gaat juist naar een concert voor de details: een bekend stuk voor de zevende keer horen en er toch weer iets nieuws in ontdekken. Diep onder de indruk zijn van die ongelooflijk goed gespeelde hobosolo. Daarom leidt potloodgeschets van je buurman in de concertzaal wel degelijk af, al kan Abbing dat haast niet geloven.

De klassieke muziek zit volgens Abbing op een tijdbom, want het publiek vergrijst. Vergrijzing wordt door velen gezien als een enorm gevaar. Waarom? Al eeuwen kennen we het profiel van de gemiddelde concertbezoeker: 45+, hoger opgeleid, niet onbemiddeld. Een twintiger wordt een dertiger, een dertiger een veertiger en met het klimmen der jaren stijgt de belangstelling voor klassieke muziek. Er zullen altijd weer nieuwe veertigplussers komen die de concertzaal weten te vinden. De komende jaren zullen er misschien steeds meer ‘grijze hoofden’ in de zalen zijn. En ja, zij verlangen naar die „oase van concentratie”, zoals redacteur Mischa Spel treffend schrijft in nrc.next.

Voor „gewoon een leuke avond” kun je ook uit eten gaan, een avondje naar Paradiso of bijpraten in de kroeg.

Willemijn Mooij, musicoloog, is programmamaker Radio Nederland Wereldomroep.