Slank, sterk, soepel

klassiek

Christa Ludwig:The Art of Christa Ludwig (EMI Classics, 5 cd’s, €14,99) * * * * *

Tachtig jaar werd mezzosopraan Christa Ludwig (1928) in maart vorig jaar. Zingen doet ze al vijftien jaar niet meer; van het Concertgebouw nam ze afscheid met een recital in 1994. In haar lange loopbaan nam Ludwig zo’n honderddertig platen en cd’s op, waarvan een kleine selectie door EMI bijeen is gebracht op een onvoorstelbaar goedkope box met vijf cd’s. Daarin ligt weliswaar een nadruk op liedopnames uit de late jaren vijftig en vroege jaren zestig, maar wordt ook duidelijk hoe breed dit talent was. Lied, oratorium, opera: voor Ludwig waren verregaande tekstinleving en een zo goed als volmaakte stembeheersing in alle genres van het grootste belang.

Christa Ludwig, kind van twee operazangers, was dan ook niet bang voor stevige uitspraken. „Alleen een mooie stem hebben is niet genoeg”, zei ze in haar laatste interview met deze krant. „Men moet muzikaal zijn, er een beetje goed uitzien, goede voeten hebben en een goede gezondheid. En men moet persoonlijkheid hebben, charisma, uitstraling.” En anders? „Ga in het onderwijs, krijg kinderen – maar word geen zanger!”

Voor Ludwig gold dat allemaal niet. Haar stem is expressief, zeer altig warm in de laagte, maar ook met de klokkende sopraanhoogte die voor veel van haar stemgenoten vaak een probleem is. Dat blijkt al meteen in de liederen van Brahms: de ontroerende schoonheid van haar interpretatie van bijvoorbeeld Von ewiger Liebe berust op juist die twee pijlers – aards én hemels. Of in Feldeinsamkeit; subtiel van opbouw, met behoud van spanning in zelfs de langste lijnen. Meesterlijk door de risicovol uitgerekte timing is In stiller Nacht. Immer leiser wird mein Schlummer is zo ten diepste overtuigend in de afgrondelijke eenzaamheid dat je er koud van wordt.

Maar de box bevat ook licht repertoire. En daar is Ludwig al evenzeer op dreef; de seguidilla van Carmen uit Bizets gelijknamige opera is verleidelijk én met een grommende macha-uitstraling – jammer van de wat tuttig aandoende Duitse vertaling.

En zo strijdt de ene na de andere klassieker om de aandacht. De fragmentjes uit Bachs Matthäus Passion lijken eerst vooral een curiositeit door de gedragen aanpak o.l.v. Karl Foster, maar ontroeren toch door dat typisch menselijke in Ludwigs timbre.

Geslaagd uitstapjes naar het sopraanvak maakte Ludwig ook. Isoldes Liebestod onder Otto Klemperer (1962) is er een voorbeeld van: slank, sterk, soepel en superieur van vocale beheersing. Per se vermeld moet nog de opname van Mahlers Der Abschied, ook onder Klemperer. Grote stemmen zijn er in elk tijdvak, een stem zo veelzijdig als die van Ludwig blijft een zeldzaamheid.