Schoolplaten

Dit is een tafereel van de hoogste dramatische orde. Rechts op de voorgrond een ijsbeer die het volgende ogenblik zal worden doodgeschoten terwijl er dan bovendien een lans in zijn strot wordt gestoken. Hij of zij heeft zijn linker voorpoot op het rechter been van een schepeling, maar met hem loopt het goed af. Aan de andere kant van de voorstelling een walvis in volle vaart, half boven water. Er steken al twee harpoenen in zijn romp. Over een seconde zal hij de derde incasseren. Verderop in roeiboten nog meer mannen met harpoenen. Voor dit zoogdier heeft het laatste uur geslagen. Aan de horizon de vloot van walvisvaarders. Het is een schoolplaat uit 1911, van Cornelis Jetses (1873-1955). Van zijn werk wordt op het ogenblik in Rotterdam een tentoonstelling gehouden, in het Nationaal Onderwijsmuseum, tot 21 juni, Jetses aan de wand.

Ik keek naar deze plaat, Ter Walvischvaart, en op hetzelfde ogenblik zat ik weer op de lagere school, misschien wel een minuut, wat voor mijn leeftijd vrij lang is. Ik keek niet meer naar het geheel van de voorstelling, ik bestudeerde de details. Ik was weer op de hand van de dieren, net als toen ik een jaar of zes, zeven was.

Zou Jetses dat beseft hebben toen hij dit aquarel maakte? Dat hij partij koos voor de dieren, tegen de jagers en dat hij dit zo goed heeft gedaan dat een eeuw later iemand die dit beeld bekijkt, nog de klaroenstoot van de mobilisatie hoort? Best mogelijk. Rond de vorige eeuwwisseling begon de dierenbescherming veld te winnen en Jetses was een verlichte geest. Hij heeft ook Ligthart en Scheepstra’s Ot en Sien geïllustreerd. Nadat je met het Aap Noot Mies de elementaire beginselen van het lezen onder de knie had gekregen, maakte je kennis met deze twee kinderen. Ik ben vergeten wat ze allemaal beleefden, maar sommige plaatjes staan me duidelijk voor de geest.

Het dorpje wordt getroffen door een zware storm. Jetses heeft een man getekend die zich tegen de wind door de verlaten straat naar huis rept. Bij nacht en ontij, zoals het heet. Hij heeft hier de pure eenzaamheid in beeld gebracht.

Aan Jan senior, Jan junior en Bas Blokker hebben we het te danken dat de andere kunstenaar van de schoolplaat, J.H.Isings, uit de vergetelheid is gehaald. Drie jaar geleden is Het Vooroudergevoel, De vaderlandse geschiedenis verschenen, met een grote verzameling afbeeldingen uit zijn werk. Isings was tien jaar jonger dan Jetses. Ze hebben elkaar gekend, ze horen in hun stijl tot dezelfde school. Jetses is een beetje poëtischer, Isings scherper en harder. Je zult ze niet met elkaar verwarren. Ze worden verenigd door hun gevoel voor de dramatiek in het beeld en hun uiterste zorg voor het detail. Op hun platen vallen honderden dingen te ontdekken, het kijken is een avontuur. Dat is precies wat de kinderen toen fijn vonden. Nu nog? Ik zie overal het nageslacht met doosjes in de hand, fanatiek op knopjes drukken. Gamen. Ik lees dat wij Nederlanders weer een nieuw computerspel op de markt brengen, dat zich afspeelt op de planeet Helghan, in 2357. Ze zullen vast en zeker evenveel plezier hebben als wij toen met het kijken naar de schoolplaten. Maar heel anders.