Ondernemers hand in hand voor Feyenoord 1

Feyenoord hoort volgens een groep Rotterdamse ondernemers in de top van de eredivisie thuis. Dat is hun drijfveer om fors geld te investeren in de voetbalclub.

In een hoek van de bestuurskamer van Feyenoord drinkt Dick van Well een glas witte wijn. De president-commissaris van de gevallen voetbalclub straalt en neemt de felicitaties in ontvangst. Zijn club heeft de stadsderby van Sparta met 1-0 gewonnen. „Het geeft lucht”, zegt Van Well over het seizoen waarin Feyenoord zeventien wedstrijden heeft verloren, een historisch dieptepunt. Het leidde tot het vertrek van trainer Gertjan Verbeek, assistent en clubicoon Wim Jansen, en technisch directeur Peter Bosz.

Enkele uren voor de aftrap kreeg Van Well een brief van de Rotterdamse ondernemer Ad Sint Nicolaas die namens een groep Feyenoordgezinde ondernemers graag een keer met de president-commissaris willen praten. Ze willen ‘hun’ club met raad en daad terzijde staan. „Zo’n zege op Sparta helpt daarbij”, schetst Van Well. Op serieuze toon: „Het is altijd fijn als ondernemers financieel hun nek willen uitsteken voor Feyenoord. Mijn deur staat altijd open. Ik ga met ze praten en wacht een concreet voorstel af. Wij zoeken mensen die substantieel in de club willen investeren.”

Michel Perridon, oprichter en eigenaar van elektronicaconcern Trust, is één van die ondernemers. „Feyenoord is sinds mijn vierde mijn cluppie. Wij zien de club afglijden, dat gaat ons aan het hart. Wij willen investeren, want Feyenoord hoort in de top van de eredivisie en moet meespelen op Europees niveau.”

Ook Rob Slotboom, directeur van Nicomet Tinplate/Steel BV, wil de club helpen. „Ik slaap in een Feyenoordpyjama”, zegt de staalondernemer. „Ik ben bereid om ze te steunen. Het is pure emotie. Juist bij de huidige crises – bij zowel de club als de economische – moet je ze helpen.”

Rotterdamse ondernemers zijn „best bereid” in Feyenoord te investeren, zegt Peter Goedvolk, oprichter en eigenaar van Argos Oil, een van de grootste zelfstandige oliebedrijven van Nederland. „Er is een grote groep die gemobiliseerd kan worden, maar er moet een goed businessplan van Feyenoord zijn.” Ook metaalmagnaat Willem van ’t Wout doet mee. De mondiaal opererende ondernemer was tien jaar commissaris bij Feyenoord. „Wij gaan binnenkort met Feyenoord aan tafel. Dan slaan we spijkers met koppen.”

In investeringsscenario’s van Feyenoord wordt gerekend met een bedrag van ongeveer 60 miljoen euro voor de periode tot aan de oplevering van het nieuwe stadion in 2017. De ondernemers willen Feyenoordaandelen kopen om op deze manier ook zeggenschap te hebben over hun geïnvesteerde geld, legt Perridon uit. „Wanneer het weer goed gaat met de club kan Feyenoord deze aandelen terugkopen.” De investering geldt als een „overbruggingskrediet”.

„Aandelen”, vraagt Eric Gudde, algemeen directeur van Feyenoord. „Daar valt over te praten. Maar laten we niet via de krant communiceren en om tafel gaan. Feyenoord is voortdurend bezig met investeerders en investeringsvoorstellen.” Op zijn werkkamer in het Maasgebouw stelt Gudde enkele uren voor de wedstrijd tegen Sparta, afgelopen woensdag, dat Feyenoord „niet te koop” is. Maar als investeerders zeggenschap willen, dan kan dat. „De statuten bieden ruimte om de raad van commissarissen uit te breiden met twee leden. Dat zouden investeerders kunnen zijn.”

De huidige structuur van Feyenoord is in 2006 aanbevolen door een commissie onder leiding van oud-voorzitter Gerard Kerkum. De commissie was gevraagd een bindend advies uit te brengen om een eind te maken aan de bestuurlijke impasse. Het ‘presidentieel model’ met voorzitter Jorien van den Herik als ‘Stalin aan de Maas’ werkte niet. Er moest een nieuwe, heldere structuur komen met nieuwe gezichten in de leiding.

De aandelen van Feyenoord Rotterdam NV werden, conform het advies, ondergebracht in twee stichtingen: de Stichting Continuïteit Feyenoord en de Stichting Administratiekantoor Feyenoord. De eerste van de twee waakt door middel van een gouden aandeel en prioriteitsaandelen over het culturele erfgoed. „Wij beheren het clubshirt en waken over de Feyenoord-cultuur”, stelt bestuurder Benno Leeser. De Stichting Administratiekantoor geeft certificaten uit voor mogelijke investeerders. „Over verkoop van aandelen valt altijd te praten”, zegt Leeser. „Maar dat hangt natuurlijk af van het concrete plan.” De Amsterdamse diamantair was tot afgelopen zomer voorzitter van de businessclub van Feyenoord.

Naast de herverdeling van de Feyenoordaandelen betekende het advies van de commissie-Kerkum ook het einde van voorzitter Van den Herik. Bij zijn aantreden in 1992 zag hij zichzelf als ‘redder van Feyenoord’ omdat hij met eigen geld voorkwam dat de club werd meegesleept in de ondergang van hoofdsponsor HCS. Met krachtig leiderschap bracht de zakenman en multimiljonair financieel orde op zaken. Onder zijn bewind behaalde Feyenoord de UEFA Cup, twee landstitels en drie KNVB-bekers. Van den Herik had bij het honderdjarig bestaan van de club in 2008 willen opstappen, het werd een paar jaar eerder. Na vijftien jaar was het tijdperk van de ‘Grote Kale Leider’ voorbij, lieten supporters bij elke wedstrijd weten, woedend over de sportieve en zakelijke malaise in de Kuip.

De echte oorzaak van zijn vertrek, zei Van den Herik destijds, was de ‘FIOD-zaak’. Dat was zijn acht jaar slepende juridische strijd met het Openbaar Ministerie over vermeende belastingfraude rond de aankoop van drie spelers in 1995 en 1996. Anticiperend op de uitspraak, die hij met vertrouwen tegemoet zag, schreef Van den Herik in zijn afscheidsbrief: „In het zicht van de veilige haven is de tijd aangebroken dat andere schippers de koers gaan bepalen”. Een week na zijn vertrek sprak de Hoge Raad de Stichting Feyenoord en Van den Herik vrij van belastingfraude en valsheid in geschrifte.

De commissie-Kerkum verordonneerde een transparante organisatie. „De raad van commissarissen kwam op afstand te staan en de algemeen directeur is het gezicht van Feyenoord”, zegt Hans Blankert, lid van de commissie Kerkum. De voormalig voorzitter van sportkoepel NOC*NSF werd belast met het vinden van een nieuw bestuur. Blankert koos voor mensen die de club al kennen en ruime ervaring hebben in het bedrijfsleven. Hij benaderde Dick van Well (voorzitter van bouwgroep Dura Vermeer) om voorzitter te worden. De raad van commissarissen bestaat verder uit Martin van Pernis (voorzitter raad van bestuur Siemens Nederland), Coert Beerman (directievoorzitter Rabobank Rotterdam) en Jos van der Vegt (algemeen directeur Ahoy en voorzitter Kamer van Koophandel Rotterdam) en Boudewijn Poelmann (directeur Nationale Postcode Loterij). „Ik wilde erover waken niet de verkeerde mannen met verkeerd geld binnen te halen”, zei Blankert twee jaar geleden. „Deze vijf moeten de toko runnen. Dat is belangrijk voor externe financiers.”

Op de samenstelling van de raad van commissarissen bestaat kritiek. „Ze hebben van alles verstand, maar niet van voetbal en dat is nog steeds de hoofdzaak”, zegt bijvoorbeeld staalondernemer Rob Slotboom. „Een tweede Euromast zetten ze binnen een week neer. Maar ze moeten transfers, de technisch directeur, trainer, scouting, opleiding kunnen beoordelen en eventueel bijsturen. Zij geven goedkeuring aan al die miljoenen die worden betaald, dan moet je voetbalverstand hebben. Helaas gaat het daar al jaren verkeerd.”

En ondanks de heldere organisatiestructuur, gaat er toch veel mis bij de club, constateert Hennie Huigen. „Er wordt slecht gecommuniceerd tussen directie, raad van commissarissen en de jongens die het op het veld moeten doen.” Hij werkt bij de handelsonderneming van Willem van ’t Wout en het bedrijf heeft twee businessunits en vijftien business-seats – bekend onder de naam ‘Het Oude Noorden’ – en daarnaast wordt er nog geïnvesteerd in de club. Huigen: „Als sponsor en loyale geldschieter zou je wat meer willen horen over het beleid.” Hij ontvangt bij de wedstrijd tegen Willem II(1-1) in januari vrienden en zakenrelaties in zijn business-unit. Wanneer Feyenoord in de blessuretijd gelijk maakt klinkt er luid gejuich. „Blij met een gelijkspel tegen Willem II”, zucht Huigen. „Feyenoord is ver gezakt – als een Amsterdammer medelijden met ons heeft dan doet dat pijn, veel pijn.”

Vorig jaar zat Ajax in de problemen en deed een commissie onder leiding van oud-bestuurslid Uri Coronel onderzoek naar de organisatie en naar het voetbaltechnisch beleid van de afgelopen tien jaar. „Ik denk niet dat Feyenoord een soort commissie-Coronel moet instellen”, zegt Theo van Duivenbode. Hij was lid van de commissie-Coronel, speelde bij Ajax en Feyenoord en zat korte tijd in het bestuur van de Rotterdamse club. „De club heeft de commissie-Kerkum gehad en kan niet steeds van de ene naar de andere commissie werken. Als Feyenoord vijftien punten meer had gehad, had Kerkum prima werk geleverd.” Volgens Van Duivenbode moet Feyenoord niet omhoog maar „naar beneden kijken en alleen maar proberen naar de tiende plaats te komen. Dan kunnen ze daarna bouwen aan het nieuwe seizoen”.

Maar voor een verbetering in de prestaties van het eerste elftal is geld nodig. Dat is altijd een probleem geweest, weet Carlo de Swart, voorganger van Van den Herik als voorzitter. „Wij hebben vaak genoeg met potentiële investeerders om de tafel gezeten, maar nooit stak iemand miljoenen in de club”, zegt de huidige voorzitter van de raad van commissarissen van Stadion Feijenoord. „Alle mooie verhalen over de havenbaronnen – ik geloof er weinig van. Als ze bestaan mogen ze nu direct opstaan. Eigenlijk is het raar, want Feyenoord heeft de grootste achterban van Nederland.”

Om spelers aan te kunnen trekken die Feyenoord naar het hoogste niveau kunnen brengen, is geld nodig. „Alle inventiviteit en creativiteit binnen de club is aangeboord om originele en aantrekkelijke modellen te ontwikkelen, waardoor investeerders hun clubhart konden laten spreken door zich aan Feyenoord te verbinden”, schreef algemeen directeur Eric Gudde in het laatste jaarverslag. Het leidde tot de introductie van de Talent Pools I en II en de uitgifte van certificaten van aandelen (zie kader). „De belangstelling voor deze nieuwe investeringsmogelijkheden overtrof de verwachtingen”, schrijft Gudde. „Vermogende Feyenoordsupporters bleken het devies ‘geen woorden maar daden’ gelukkig nog steeds te kennen.” Het leverde veertien miljoen euro op, vertelt Gudde. Maar daar stond tegenover dat de schuld – 35 miljoen euro in 2006 – is gestegen van tien miljoen euro afgelopen zomer tot zeventien miljoen. Gudde: „De nasleep van het belastinggeschil uit de jaren negentig. Strafrechtelijk was het afgehandeld, maar fiscaalrechtelijk nog niet.” De oud-directeur bij de Dienst Gemeentebelastingen Rotterdam vindt het verstandig dat Feyenoord een compromis heeft gesloten in plaats van de zaak juridisch uit te vechten.

De sportieve en financiële crisis ten spijt gaat Feyenoord door met de plannen voor een nieuw stadion. Aan de Maas komt een stadion met een capaciteit van 80.000 toeschouwers, 30.000 meer dan in de Kuip. Te ambitieus? De Kuip werd, legt Gudde uit, in de jaren dertig gebouwd tijdens een diepe economische crisis. Iedereen verklaarde de toenmalige voorzitter Leen van Zandvliet voor gek. Maar hij zette door. Het werd een succes. „Feyenoord is een fantastisch product”, zegt Gudde. „Met een nieuw stadion kunnen we dat optimaal commercieel uitbaten. En dat verloopt iets gemakkelijker wanneer we op het veld weer optimaal presteren. Want dat is onze missie: voetbal.”

Dit is deel 1 in een tweeluik over Feyenoord. Morgen deel 2.