Mooie verdoving is me dat

Wat een akelig filmpje is dat, van dat bijkans stikkende varken dat verdoofd wordt met CO2, zoals dat in slachterijen gebeurt. Ik zag het op de site van Varkens in Nood, met tegenzin, want je wilt zoiets eigenlijk niet zien.

Maar je ziet er eigenlijk niets aan, heeft minister Verburg gezegd volgens deze krant. Hm. Het is waar dat je niet te snel moet zijn met dieren allerlei menselijke emoties toe te schrijven, maar hier hoeft de wetenschappelijke aarzeling toch niet al te groot te worden, zou je zeggen. Vooral niet als je weet, zoals ook in het artikel stond, dat het varken op het filmpje na deze verdovingservaring de kamer waarin het gebeurd was niet meer in wilde, hoewel dat de kamer was waar hij altijd zijn eten en drinken kreeg. Dan maar niet eten en drinken.

Een voedselweigerend varken komt toch niet zo heel vaak voor, of denkt de minister dat je daar ook niets uit kunt opmaken?

Varkens hebben het niet gemakkelijk. En wij ook niet, want nu willen we de garantie dat het varken niet alleen een goed leven heeft gehad, maar ook zonder ellende is geslacht – dat is toch wel het minste dat je mag verwachten in een beschaafd land.

Raar dat de minister zo reageert. Het valt best te begrijpen dat ze niet zegt: ‘morgen is het afgelopen’. Maar overleg met de branche kan natuurlijk wel, op zoek gaan naar andere methodes, waarbij de varkens gespaard worden voor de narigheid van een CO2 ‘verdoving’.

Ja natuurlijk, ik hoor u wel roepen, natuurlijk kunnen we ook besluiten om geen varkensvlees meer te eten. Zelfs geen biologisch varkensvlees meer, zelfs niet het vlees van merkvarkens die hele dagen creatief bezig zijn met modder en ballenbakken en die in hun jeugd een ongecastreerd biggetje geweest zijn, of anders een verdoofd gecastreerd biggetje. En dan bedoelen we verdoving, geen gaskamertje.

Maar als niemand meer zulke varkens eet, dan bestaan ze gewoon niet meer. En die reguliere varkens blijven wél bestaan, want niet iedereen wordt vegetariër. Eisen stellen dus.

Toch nu maar eerst eens een lekkere taart. Want ik heb er even zo goed nu helemaal geen zin meer in, in varkensvlees. De taart is een beetje klef, ik waarschuw maar alvast, dat hoort zo.

Maal witbrood, rozemarijn en amandelen in de keukenmachine zo fijn mogelijk. Doe in een schaal en voeg de suiker en het bakpoeder, de citroenrasp, de olijfolie en de geklopte eieren toe. Roer goed door elkaar.

Bekleed een kleine (22 cm) springvorm met ingevet bakpapier, giet het beslag erin, zet hem in de oven en verwarm die tot 175 graden. Laat ongeveer drie kwartier à een uur bakken, controleer met een breinaald of iets anders duns of het baksel gaar is.

Verwarm de ingrediënten voor de siroop, roer om de suiker op te lossen en laat nog een paar minuten sudderen. Laat de rozemarijntakjes in de siroop liggen.

Prik met een vork gaatjes in de taart als hij uit de oven komt en giet er de siroop overheen. Laat afkoelen. Ik vind de takjes rozemarijn bovenop de taart wel leuk staan, maar ze mogen er ook af.