Mikpunt van joodse én Palestijnse kritiek

Drie Arabische partijen maken kans op zetels bij de Israëlische verkiezingen volgende week. Hun campagne verloopt stroef: rechts valt hen aan, de kiezer blijft na ‘Gaza’ weg.

„Het is een rituele dans”, zegt Suheil Diab somber. De voorman van de communistische partij Hadash (‘Nieuw’), een partij met voornamelijk Arabische kandidaten, zucht. Achter zijn bureau liggen de stickers en posters opgestapeld. Lenin kijkt vanaf de boekenkast streng neer op zijn kantoortje. „Theater, dat zijn de verkiezingen. Leuk voor het publiek om naar te kijken, maar wij, de acteurs, spelen alleen maar onze rol.”

Drie van de 120 zetels heeft Hadash nu in de Knesset, het Israëlische parlement. Bij de verkiezingen van komende dinsdag zal Diab blij zijn als hij dat aantal weet te behouden. Hij merkt dat de stemming in Nazareth, de grootste Arabische stad van Israël, beneden peil is. Boze kiezers spreken hem op straat aan: waarom werkt hij mee aan een democratie die de oorlog in Gaza steunde en de Palestijnen in Israël fundamenteel achterstelt? Zelfs Diab, een politieke rot, heeft de antwoorden niet altijd meer paraat, zegt hij somber. „Maar ja, wat is het alternatief? Moeten we dan maar niet meedoen?”

Naast Hadash, met een gemengde joods-Arabische lijst, dingen nog twee Arabische partijen serieus mee naar zetels in de Knesset. In totaal bezitten Hadash, Ra’am Ta’al (Verenigde Arabische Lijst) en Balad (Nationaal Democratische Alliantie) nu tien zetels. Met die zetels, zegt partijsecretaris Awad Abdel Fattah van Labad, komen de partijen op voor de belangen van de anderhalf miljoen Palestijnen die binnen de grenzen van Israël wonen. „We vechten niet voor afscheiding of het terugdraaien van de geschiedenis. We komen op voor de gelijke rechten, dat is al moeilijk genoeg.”

De politici van de drie partijen voeren hun moeilijkste campagne sinds tijden. Tegengewerkt door rechts-zionistische partijen en de verkiezingscommissie van het Israëlische parlement, die aanvankelijk besloot dat Ra’am Ta’al en Balad niet mee mochten doen wegens ‘antizionistische ideeën’. Gewantrouwd door de achterban, die zich steeds meer van hen afkeert. En bovendien druk met interne twisten: de communisten van Hadash moeten niets hebben van de sociaal-democraten van Balad. De partij Ra’am Ta’al, het verbond van de mediagenieke voorman Ahmad Tibi en een islamitische groepering, wordt door de anderen gewantrouwd.

De communist Suheil Diab laat de resultaten zien van een recente opiniepeiling onder Palestijnen in Israël. Een meerderheid geeft aan niet te willen stemmen. In 2006, bij de laatste verkiezingen, kwam nog 58 procent van de kiezers opdagen. „Dit vreet aan onze legitimiteit”, zegt hij. „Het zal ons niet alleen zetels kosten. Het geeft onze vijanden de kracht om te zeggen: de Israëlische Arabieren staan buiten de samenleving.”

Diab maakt zich bovendien zorgen, zegt hij, over de toenemende invloed van islamitische geestelijken op de Palestijnse bevolking van Israël. „Wij, de seculieren, zijn nog bereid compromissen te sluiten, als dat in het belang van onze achterban is. Maar ik merk dat er minder naar ons geluisterd wordt.”

In de straten van Nazareth hangen spandoeken: ‘Laat het bloed van Gaza geen onderwerp van de campagne zijn’. De doeken zijn afkomstig van de Islamitische Beweging in Israël, een organisatie die nauw verwant is aan de Moslimbroederschap in de islamitische buurlanden.

„Wij raden het iedereen sterk af te gaan stemmen”, zegt imam Kamal Khatib van Kana, een dorp dichtbij Nazareth. Hij gaat evenmin naar de stembus en adviseerde zijn islamitische dorpelingen in de preek bij het vrijdaggebed thuis te blijven. „Dit land is van ons, de Palestijnen. Dat is een recht waar geen enkel compromis over mogelijk is. We doen mee aan de verkiezingen en geven zo Israël legitimiteit.” Hij strijkt een plooi in zijn zwarte pak glad en zegt: „Een wijs man zei laatst dat er maar twee plekken voor de Arabische partijen zijn: de koelkast of het kerkhof.”

De oorlog in Gaza, waarbij zeker 1.300 Palestijnen omkwamen, is volgens de imam een extra reden om de verkiezingen te boycotten. „De massaslachting daar had de steun van een meerderheid van de Knesset. De Arabische partijen waren tegen, maar konden niets doen om de oorlog te stoppen. Zo gaat het altijd: ze bereiken niets en Israël kan goede sier met hen maken.”

Toch hebben de Arabische partijen in het verleden wel degelijk resultaten geboekt, zegt Suheil Diab van Hadash. „In de jaren negentig hielpen we de regering van Yitzhak Rabin bij goede voorstellen aan een meerderheid.” Bestuurslid Ghanadri Sameh van Labad: „We hebben plannen ingediend die het moeilijker maken om land van Palestijnen af te pakken en huizen te slopen. Als we thuis waren gebleven, hadden we niets bereikt. Maar belangrijker is dat wij de woordvoerders zijn van de Palestijnen in Israël; zonder ons zouden ze geen stem hebben.”

De politici van de Arabische partijen zijn eigenlijk bij niemand echt populair. Ze moeten meanderen tussen een wantrouwende achterban en toenemend verbaal geweld van rechtse en extreemrechtse partijen. Voorman Avigdor Lieberman van de extreemrechtse partij Yisrael Beiteinu (Israël Ons Huis), een partij die waarschijnlijk forse winst zal behalen, beschuldigde zijn collega Ahmad Tibi onlangs van een gebrek aan loyaliteit aan Israël. Ra’am Ta’al was immers niet zionistisch, en daarmee een potentieel gevaar voor de joodse staat, aldus Lieberman. Hij zei dat „sommige Arabische leden van de Knesset” behandeld moesten worden als Hamas.

Eerder had hij al gepleit voor deportatie van Arabieren naar de Palestijnse Gebieden.

Enkele partijen, waaronder die van Lieberman, dienden een motie in bij de verkiezingscommissie om Ra’am Ta’al en Balad uit te sluiten van de verkiezingen. Die commissie stemde met een boycot in. Het Hooggerechtshof draaide pas een paar weken geleden het besluit van die commissie terug.

Secretaris Awad Abdel Fattah van Labad heeft zich geërgerd aan de verdachtmakingen dat de Palestijnen in Israël een vijfde colonne zouden vormen. Net als zijn meeste partijgenoten heeft hij een ontwikkeling naar het midden doorgemaakt, zegt hij. „Ik was een marxist, later een nationalist, die Palestina wilde bevrijden. Nu vecht ik in Israël voor het recht op zelfbeschikking. Het feit dat ik meedoe aan de verkiezingen, is al een compromis. Maar ik zeg nog steeds: de manier waarop de staat Israël is gesticht, was een misdaad. Laten ze ons maar verbieden als we dat niet mogen zeggen.”