Lekker verhaal, heel verdacht

In het nieuwe boekenseizoen vliegen de Nederlandse geschiedenisboeken je om de oren. Maar waar blijft de populaire historische fictie, die in onze buurlanden verkooprecords breekt?

Amerika, heel veel boeken over Obama’s Amerika. En de kredietcrisis, een berg boekjes over de teloorgang van het financieel systeem. Afgelopen maandag presenteerden de verzamelde Nederlandse uitgeverijen in Amsterdam tijdens de manifestatie Vers voor de Pers de titels die het komend jaar zullen verschijnen. Alle populaire en voor de hand liggende genres waren in ruime mate vertegenwoordigd. Eén categorie was opvallend afwezig: die van de populaire historische fictie.

En dat was geen uitzondering ten opzichte van andere jaren. Terwijl in de ons omringende landen dit soort boeken in groten getale de winkel uitvliegt – in Groot-Brittannië verkopen Bernard Cornwell en Philippa Gregory honderdduizenden exemplaren, in Duitsland doet Sabine Ebert dat – is het genre in Nederland zo goed als non-existent. Hoe komt dat? Non-fictie geschiedenisboeken verkopen immers redelijk goed. En spannende historische jeugdboeken, zoals die van Simone van der Vlugt en Rob Ruggenberg, zijn ook populair.

Vooropgesteld: Nederlandse auteurs situeren hun boeken natuurlijk niet alleen in het hier en nu. Hella Haasse publiceerde aan het begin van haar loopbaan met De scharlaken stad en Het woud der verwachting romans die speelden in het Rome van de Renaissance en het 15de-eeuwse Frankrijk van Charles d’Orléans. Nelleke Noordervliet schreef onder andere Pelican Bay en Het oog van de engel. Jan van Aken publiceerde met De valse dageraad, een verhaal dat wordt verteld door een monnik rond het jaar 1000, een boek dat in het oeuvre van Umberto Eco niet zou misstaan. Arthur Japin zocht zijn heil in onder meer de Afrikaanse en Amerikaanse geschiedenis. En Thomas Rosenbooms Gewassen vlees en Publieke werken spelen in de 18de en 19de eeuw. Al deze schrijvers zijn echter auteurs met literaire pretenties, terwijl in landen als Groot-Brittannië en Duitsland juist de niet-literaire historische fictie de boventoon voert.

Helemaal afwezig is het genre in Nederland overigens niet. Uitgeverij Karakter heeft op dit moment met Wouter van Mastricht waarschijnlijk de best verkopende Nederlandse auteur van populaire historische fictie in huis. Van zijn roman Spaans vuur gingen er sinds 2007 zo’n 27.000 stuks over de toonbank.

Het boek vertelt het verhaal van Evan Sharpe, een van oorsprong Engelse tolk in het leger van Frederik Hendrik. Sharpe zit achter een Spaanse moordenaar aan die de straten van Maastricht anno 1635 onveilig maakt. Van Mastricht mengt thrillerelementen met de ontrafeling van een daadwerkelijk bestaand historisch raadsel.

Martien Elema, manager marketing en verkoop van Karakter, denkt dat Van Mastricht precies de juiste periode voor zijn roman heeft gekozen. „De Tachtigjarige Oorlog is van het allergrootste belang geweest in de Nederlandse geschiedenis. Bij veel mensen gaat er wel een belletje rinkelen bij het begrip. Dat heb je toch nodig als je een boek als dit wilt verkopen.”

Van Mastricht is inmiddels bezig aan een nieuw avontuur van Sharpe, onder de werktitel Tromps Armada. Volgens Elema is de belangstelling voor het genre hier groeiende. „Maar je zou er nog zeker geen fonds van kunnen laten draaien”, relativeert ze. „Daarvoor is de onwetendheid over de vaderlandse historie bij het publiek te groot. Veel mensen voelen zich gewoon niet zo goed thuis in de geschiedenis. Zo’n ‘grote gebeurtenis’ als de Tachtigjarige Oorlog is net bekend genoeg.”

Wat dat betreft hoopt Karakter te profiteren van het succes van auteurs van historische non-fictie als vader en zoons Blokkers en Geert Mak. „Misschien grijpen mensen die met zo’n boek hun kennis hebben opgevijzeld, daarna eerder naar een spannend historisch verhaal.”

Jan Blokker senior, co-auteur van onder meer Het vooroudergevoel en Nederland in twaalf moorden, heeft zo zijn eigen verklaring voor het kwijnend bestaan van het genre van de historische roman. „Dat soort boeken kon bij de literatuurpolitie niet door de beugel. Het zijn geen geschiedwerken en het is ook geen literatuur: dan zal het wel niks wezen, zo redeneert men. Gewoon een lekker verhaal, dat is natuurlijk een beetje verdacht.”

Wat dat betreft ziet Blokker wel parallellen met het genre van de ‘literaire’ thriller. „Die hoorde je tot een jaar of tien geleden ook niet te lezen. Dat dat ‘literair’ er zo krampachtig wordt bij gehaald, zegt wat dat betreft genoeg. Maar de stijgende populariteit van de thriller laat zien dat de ‘regels’ wat soepeler aan het worden zijn. Misschien profiteert ook de populaire historische fictie hiervan.”

Tenminste, als de historische kennis van het boeken kopend publiek toereikend is. Blokker: „Het falende geschiedenisonderwijs van de afgelopen decennia heeft natuurlijk wel zijn sporen nagelaten. Als je niet weet dat Napoleon vóór Hitler komt, zal je aan een historische roman weinig plezier beleven.”

Hoe anders ligt de markt erbij in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk. Elema van Uitgeverij Karakter: „Daar heb je ook een enorme vraag naar historische biografieën. Daarvan worden er in Nederland nauwelijks verkocht. In zo’n klimaat als het Britse is het logisch dat de populaire historische fictie gedijt.”

Geestelijk vader van de huidige generatie succesvolle Britse auteurs is C.S. Forester (1899-1966). Forester schiep in 1937 het personage Horatio Hornblower. In uiteindelijk elf romans en een enkel kort verhaal maakt Hornblower carrière in de Britse marine tijdens de Franse Revolutie en de Napoleontische oorlogen. Hij brengt het van adelborst tot admiraal. Hornblower was zo populair dat maritiem historicus Cyril Northcote Parkinson in 1970 een serieuze biografie aan dit fictieve personage wijdde.

In Nederland verscheen er voor het laatst in de jaren tachtig een vertaling van de reeks (bij Bruna), die nu alleen nog antiquarisch verkrijgbaar is. Als Nederlanders Hornblower al kennen, is dat vooral van de serie tv-films met Ioan Gruffudd in te titelrol, gemaakt tussen 1998 en 2003 en uitgezonden door Net 5.

Jack Aubrey, een andere verzonnen Britse zeeheld, is wellicht iets bekender, al was het maar omdat Russel Crowe hem speelde in de kaskraker Master and Commander: The Far Side of the World uit 2003. Aubrey is het geesteskind van Patrick O’Brian (1914-2000). Samen met zijn scheepsarts Stephen Maturin beleeft ook Aubrey zijn avonturen in de tijd van Napoleon. O’Brian schreef tussen 1969 en zijn dood twintig boeken en een unvollendete over het duo.

Sinds het overlijden van O’Brian wordt de ranglijst van best verkopende auteurs van militaire historische fictie aangevoerd door Bernard Cornwell. Waar Forester en O’Brian hun heil op zee zochten, daar houdt Cornwell liever droge voeten. Zijn populairste creatie, Richard Sharpe, dient onder Wellington tijdens, wederom, de Napoleontische oorlogen. Cornwell publiceerde tot op heden 21 romans en drie korte verhalen over deze ruwe bolster, de zoon van een Londense prostituee. De laatste jaren schrijft hij ook over andere tijdsvakken, met name de Middeleeuwen. Zijn laatste boek (2008) heet Azincourt, naar de gelijknamige slag tussen de Engelsen en Fransen in 1415, en is zijn best verkopende titel in tijden.

Een apart genre, en volgens Britse boekverkopers op dit moment qua aantal verkochte titels het meest populaire, zijn de spannende historische boeken door en voor vrouwen. Die spelen bijna allemaal in het tijdvak van de Tudors. De boeken van Philippa Gregory, hier vooral bekend van The Other Boleyn Girl (verfilmd in 2008 met Scarlett Johansson en Natalie Portman), verkopen het best. Susannah Dunn, van wie vorige maand The Queen’s Sorrow over Mary Tudor verscheen, wordt door haar uitgever Harper Collins op dit moment hard gepusht als dé concurrente van Gregory.

Nederlandse uitgevers merken op internationale beurzen dat de populariteit van de historische fictie in het Engels taalgebied enorm is. Steven Maat, uitgever fictie bij Bruna: „De helft van wat we op die beurzen krijgen aangeboden, is van dit genre.” Bruna koopt het allemaal niet. Maat: „We zijn hier niet zo goed thuis in onze geschiedenis. Alleen de Tweede Wereldoorlog is bij iedereen wel bekend. Dat verklaart waarom daarover wel spannende boeken geschreven en gelezen worden, zoals die van Tomas Ross.”

Het wachten is op een klapper die het genre in één keer op de kaart zet, van het formaat Nicci French, zegt Maat. „En dan maar hopen dat het niet blijft bij dat ene succes, maar dat het een begin is van de acceptatie van dit soort boeken.”

Bruna probeert ondertussen uit het grote buitenlandse aanbod de titels te vissen waarvan men vermoedt dat ze in Nederland ook zullen verkopen. Zo verkocht de uitgever in 2006 tienduizend exemplaren van de vertaling van Tod und Teufel van Frank Schätzing, een auteur uit Duitsland, een land waar net als in Groot-Brittannië historische fictie zeer populair is. Maat was met die verkoop redelijk tevreden.

De Duitse bevolking heeft, als gevolg van de gebeurtenissen van de 20ste eeuw, een moeizame verhouding met haar geschiedenis. Auteurs nemen geen enkel risico: om niemand voor de schenen te trappen, werpen ze hun blik vér in het verleden. Het liefst schrijft en leest men over de Middeleeuwen. Acht van de tien boeken binnen het genre spelen in dit tijdvak. Het werk van Sabine Ebert verkoopt de laatste het best. Net zoals bij Gregory en Dunn, speelt bij Ebert een vrouw de hoofdrol: Hebamme (vroedvrouw) Marthe Hände. Marthe beoefent haar vak aan het hof van hertog Hendrik de Leeuw van Saksen (1129-1195).

Gezien de Duitse voorliefde voor de Krimi, zowel op tv als in boekvorm, is het geen verrassing dat er in een groot deel van de historische fictie die in Duitsland verschijnt, een moord moet worden opgelost. Een ander typisch Duits fenomeen, de sterke oriëntatie op de eigen regio of Bundesland, zorgt ervoor dat in bijna elke stad wel een lokale historische Krimi te koop is.

De aard van deze Krimis hoeft landelijk succes overigens niet in de weg te staan. Frank Schätzing debuteerde in 1995 met het hierboven genoemde Tod und Teufel, een moordmysterie dat speelt rond de bouw van de Dom in Keulen in 1260. Aanvankelijk werd het boek alleen bij Keulen goed verkocht, maar nadat Schätzing in 2004 doorbrak met de science fiction thriller Der Schwarm, werd Tod und Teufel landelijk verspreid en heeft al meer dan twintig drukken beleefd.

Bij uitgeverij Conserve verschijnt een Nederlandse variant van de lokale Krimi, de historische thrillers van Ashe Stil. Stil schreef sinds 1992 vijftien boeken over waterschout Willem Lootsman, die moorden oplost in het Amsterdam van de Gouden Eeuw. Directeur Kees de Bakker vertelt dat hij alle titels leverbaar houdt, maar dat er slechts een handvol per week van worden verkocht. „Dat frustreert wel eens, als je bijvoorbeeld het succes van Nicci French ziet. Stil schrijft goede boeken, maar om de een of andere reden loopt zoiets niet hard in Nederland.”

Het weerhoudt De Bakker er niet van om historische fictie te blijven publiceren. „Ik ben toen ik begon met uitgeven te optimistisch geweest over de commerciële potentie van het genre. Maar ja, ik houd van de Nederlandse taal en ik houd van geschiedenis. Wat is er dan mooier om te lezen dan een spannende historische roman?”