Laatste verbinding met de liefde

‘La voix humaine’ is de monoloog van een wanhopige vrouw, die aan de telefoon dramatisch afscheid neemt van haar minnaar. Beschouwing over een fascinatie van narcistische aard.

Wie een eenakter voor één vrouw zoekt, komt al vlug uit bij La voix humaine (‘De menselijke stem’) van Jean Cocteau, zegt regisseur Ivo van Hove. Er zijn niet zoveel toneelstukken met deze opzet. Dus toen Toneelgroep Amsterdam het verzoek uit Antwerpen bereikte om een kleine productie bij te dragen aan het project Le salon des exilés, en besloten was dat het een solovoorstelling van de actrice Halina Reijn werd, lag La voix humaine voor de hand.

Het vertaalde stuk ligt op het bureau van Van Hove – behalve regisseur ook directeur van Toneelgroep Amsterdam. Waar Cocteau (1889-1963) wisselende aantallen stipjes heeft gezet – ten teken dat de vrouw uit het stuk luistert naar de man aan de andere kant van de lijn – staan potloodkrabbeltjes. Het zijn de replieken van de man, die Van Hove tijdens de repetities uitspreekt om de actrice ertoe te brengen, behalve te spreken ook echt te luisteren naar een man die tijdens een telefoongesprek de verhouding met de vrouw definitief beëindigt. Tijdens de opvoering zullen die teksten niet meer hoorbaar zijn. Dan is alleen nog te zien en te horen hoe een vrouw met het einde van de liefde niet kan leven. Na haar laatste woorden valt haar de hoorn van de telefoon uit handen. „Het stuk gaat over zelfmoord”, zegt Van Hove.

Cocteau’s eenakter stamt uit 1930. Hem hardop lezen, inclusief de stippeltjes, duurt ongeveer veertig minuten. Je zou er licht een monologue interieur in kunnen zien, een stream of consciousness à la James Joyce’s Molly Bloom in het beroemde slothoofdstuk van Ulysses, een stroom van gevoelens die uit het onderbewustzijn omhoog wellen. Maar dat was niet Cocteau’s opzet, blijkt uit zijn inleiding op het stuk: „De auteur zoekt niet de oplossing van een psychologisch probleem”. Reijn had tijdens de eerste repetities inderdaad de neiging de tekst als een monologue intérieur te spelen, vertelt Van Hove. De tekst in potloodkrabbels moet dat verhelpen. Ofschoon er één onhoorbaar en onzichtbaar is, voor de toeschouwer, is La voix humaine een stuk voor twee personages. Of drie zelfs, wanneer je het medium telefoon ook als een dramatis persona rekent. En daar is iets voor te zeggen omdat de telefoon de inhoud van het gesprek tussen man en vrouw in sterke mate bepaalt.

Korte samenvatting: een vrouw voert, alleen in een kamer, een laatste telefoongesprek met haar minnaar. Hij breekt en wil een ander. De vrouw houdt zich eerst groot: hij hoeft zich geen zorgen te maken want ze draagt haar lot flink. Langzamerhand wordt de asymmetrie van de situatie onverdraaglijk: voor de vrouw is het gesprek een middel de liefde die ze voelt weer te beleven, hem gaat het erom te zorgen dat hij zijn liefdesbrieven terugkrijgt, opdat hij die kan verbranden. Ook hoopt hij te horen dat de vrouw het niet al te slecht maakt. Maar dat valt tegen.

Het gesprek wordt een aantal malen onderbroken: we bevinden ons in een tijd waarin automatische telefooncentrales nog niet bestaan, en telefonistes de abonnee doorverbinden en af en toe meeluisteren, om te zien of de abonnees al klaar zijn, en soms het gesprek afbreken.

Naarmate de conversatie met horten en stoten vordert, vergruist de waardigheid van de vrouw. Zij kan van geen kant leven met de wetenschap dat aan het eind van dit telefoongesprek, de minnaar definitief uit haar leven verdwijnt. Ze biecht een zelfmoordpoging met slaappillen op. De telefoonlijn is haar laatste verbinding met de liefde en de wereld. Ook letterlijk: ze vertelt met het toestel te hebben geslapen en legt op een bepaald moment het snoer om haar hals. De vrouw lijdt, zonder uitweg. Ze blijft ‘ik hou van je’ zeggen totdat de man de verbinding verbreekt. Doek.

Mijn eigen fascinatie met La voix humaine is van narcistische aard. Ik heb zelf ooit zo’n gesprek gevoerd, 26 jaar geleden. Mijn rol was die van de man. Ik leefde al een jaar in Moskou, zonder mijn vrouw die tegen haar zin in Nederland was gebleven. Op een dag belde haar zuster mij op: ik moest mijn vrouw de kans geven een nieuw bestaan op te bouwen en haar de volgende dag per telefoon laten weten dat ik definitief wilde scheiden en alle contact verbreken. Ik stemde toe. De volgende dag om drie uur zou het gebeuren.

Cocteau schreef La voix humaine in 1930 voor Berthe Bovy, sociétaire van de Comédie francaise, het belangrijkste Franse staatstheater en repertoiregezelschap. Zij had nog gespeeld met de legendarische tragédienne Sarah Bernard. Hoe zou die voorstelling zijn geweest? Melodramatisch? Of is dat een onderschatting van de Franse toneelkunst van toen? We kunnen het niet weten. Toneel vervliegt na de laatste opvoering. Een Franse vertolking waarvan je nog kennis kunt nemen, is een geluidsopname van Simone Signoret uit 1964. De opname straalt een grote intimiteit uit – de door Cocteau gesuggereerde, plaatsvervangende liefdesverhouding met de hoorn van de telefoon, brengt Signoret, soms fluisterend, met succes op de microfoon over. La voix humaine, alleen door een stem, werkt erg intiem – eerder zielig dan tragisch. Een bekendere vertolking is uit 1948, van de Italiaanse actrice Anna Magnani. Roberto Rossellini regisseerde haar in een film in het Italiaans van 35 minuten, La voce humana. Magnani’s versie is meer tragisch dan zielig, en de setting – angstige vrouw alleen op onopgemaakt bed – benauwend.

Zou het toeval zijn, dat in deze drie gevallen de vrouw is gespeeld door wat oudere actrices, waardoor onwillekeurig de subtekst ontstaat dat met het eind van deze liefde de vrouw blijvend erotisch wordt uitgerangeerd? Bovy was 43 ten tijde van de première, Magnani 40 bij de filmopname, Signoret 43 bij de opname van het hoorspel. Toch is er niets in Cocteau’s tekst dat verhindert dat een jonge actrice de vrouw speelt. Halina Reijn is 33.

In 1983 was de automatische telefooncentrale wel uitgevonden, maar door de Sovjet-autoriteiten voor verbindingen met het buitenland buiten werking gesteld, om gesprekken effectiever te kunnen controleren en afluisteren. Een gesprek met Nederland moest je bij een Russische telefoniste aanvragen. Dat deed ik, op het met de zuster afgesproken tijdstip. Je wist nooit wanneer de verbinding tot stand zou komen – het kon een paar minuten duren, of een uur of twee, of helemaal nooit. Ik zette een plaat op, Live in Köln van de pianist Keith Jarret, en wachtte. Het viel mee: al na een kwartier ging de telefoon over. Ergens in de archieven van de KGB moet van wat volgde nog een verslag zijn.

Op het laatste filmfestival in Rotterdam gaat Last Conversation van Noud Heerkens in première, met in de hoofdrol Johanna ter Steege (48). Ik bezoek de persvoorstelling, in de veronderstelling dat het gegeven dat in de catalogus staat – vrouw voert laatste, mobiel telefoongesprek met minnaar vanuit rijdende auto – verwant is met La voix humaine, waarover ik een stuk wil schrijven. Tot mijn verbazing gaat het om het stuk zélf, zonder dat dit op de credits van de film staat vermeld. Alleen is in deze film nogal nadrukkelijk gepoogd Cocteau’s stuk te moderniseren. De kamer door een auto vervangen en de vaste telefoon door een mobiel apparaat – het blijkt niet veel uit te maken. Maar ook de gevoelsinhoud is gemoderniseerd. Bij Cocteau doet de vrouw geen poging om de man op andere gedachten te brengen of zich te verweren tegen het ongeluk dat haar wordt aangedaan. Een Nederlandse scenarioschrijver anno 2009 gaat dat kennelijk te ver: de vrouw in Last Conversation bijt sarcastisch van zich af, wordt boos en bakt haar minnaar wraakzuchtig een poets. Een benauwende tragedie wordt een banale relatiecrisis anno 2009, die zó in de Viva kan.

Dan is Pedro Almodóvars film Mujeres al bordo de un ataque de nervios (Vrouwen op de rand van zenuwcrisis) uit 1988 mij liever. Ook deze film is gebaseerd op La voix humaine – hetgeen op de credits staat vermeld – en verplaatst de handeling naar het postfranquistisch Spanje. Cocteau’s opzet is vooral aanwezig in het begin van de film, met een vrouw die wanhopig verlangt naar een levensteken per telefoon van de man van wie ze, onbeantwoord, houdt. Maar daarna ontvouwt zich bij Almódovar een Feydeau-achtige klucht, vol misverstanden, personages die van elkaar niet weten wie ze zijn, mislukkende zelfmoordpogingen en cynische terzijdes. Paradoxaal blijft Almodóvar dichter bij de bedoeling van Cocteau dan Heerkens: laten zien hoe onaanvaardbaar en onverteerbaar en onwaardig de eenzijdige beëindiging van de liefde is. Misschien is de verklaring hiervoor dat komedie meer doet voor de morele onttakeling van een personage dan tragedie, zoals de Sloveense filosoof Slavoj Zizek zaterdag tijdens een lezing in Amsterdam zei. In de tragedie behoudt het personage een zekere waardigheid in de confrontatie met het noodlot, in de komedie ontvalt hem deze laatste strohalm.

De onhoorbare rol van de man in La voix humaine is oninteressant, weet ik sinds dat telefoongesprek uit Moskou – zo’n moment in je leven dat je het gevoel hebt in een film te spelen. De vrouw aan de andere kant van de lijn vecht voor haar leven, smeekt mij met een beroep op onze liefde niet dát te doen wat ik haar zuster heb beloofd. Ik draai slechts een pover scenario af, verlegen met het feit dat de redelijkheid en gematigdheid waarop ik gehoopt had, uitblijft. Ik ben een miezerige, opportunistische verrader van een grote liefde, aangever bij een tragedie die zich aan de andere kant van de lijn in Nederland afspeelt. Ik ben beknopt en hard en onverschillig – elke andere dynamiek zou immers de beloofde uitkomst in de weg staan en de verhouding verlengen. Als een minuut lang nog slechts gesnik te horen is geweest, hang ik op, loop naar de platenspeler en breek de plaat van Keith Jarret op mijn knie doormidden. Povere poging tot drama. Ik heb haar nooit meer gesproken of gezien. Nog een paar jaar lang ben ik, tot verbazing van mijn gezelschap, zonder verklaring weggelopen als in een café of restaurant Keith Jarrets gepingel als achtergrondmuziek te horen was. Gelukkig is hij uit de mode.

Het is niet makkelijk om in de grote zaal van de Doelen in Rotterdam in de benauwenis van een lijdende vrouw te geloven – want die zaal is groot en wijd en bovendien maar half gevuld, als de Roemeense sopraan Nelly Miricioiu daar met het Limburgs Symfonie Orkest vorige week de opera La voix humaine brengt, die Francis Poulenc in 1958 schreef op de tekst van Cocteau. De muziek is zakelijk en lijkt de tekst van Cocteau effectief te ondersteunen. Voor het eerst valt mij op dat in het stuk een kritische beschouwing van Cocteau over het medium telefoon verborgen zit. Ik had die zinnen eerder voor een sentimentele ontboezeming van de vrouw aangezien. „Vroeger zag je elkaar. Je kon je hoofd verliezen, beloftes niet nakomen, het onmogelijke riskeren, degene die je aanbad overtuigen door hem te omhelzen, je aan die ander vast te klampen. Eén blik kon alles weer goed maken, maar weg is weg met dit apparaat.” In de liefde, bedenk ik, is de telefoon het wapen voor lafbekken die zich, als het er op aankomt, eenvoudig laten weggommen en door stippeltjes vervangen.

La voix humaine in de regie van Ivo van Hove is 12, 13 en 14 februari te zien in theater Monty in Antwerpen (monty.be). In oktober gaat de voorstelling op tournee in Nederland.