Klok

‘Wie weet hoe laat het is?’ vraagt mama. Henriette, Tobias en Rintje kijken naar de grote klok.

“Ik weet het niet,’ zegt Rintje . “Ik kan niet onthouden hoe het moet.”

“Het is ochtend,’ zegt Tobias. “Dus het zal wel negen of tien uur zijn.”

“ Het is kwart voor twaalf,’ zegt Henriette.

“Henriette heeft het bijna goed,’ zegt mama. “Alleen haalt ze de grote en de kleine wijzer door elkaar. Het is negen uur. De kleine wijzer staat dan op de negen en de grote wijzer op de twaalf.”

“En bewegen ze allebei even snel?” vraagt Rintje.

“Nee,’ zegt mama. “De grote wijzer wijst de minuten aan en doet er een uur over om de cirkel helemaal rond te draaien.”

“En de kleine?” vraagt Henriette.

“Die gaat veel langzamer en beweegt in een uur alleen maar van de negen naar de tien of van de tien naar de elf en zo verder,” zegt mama. “Maar ik weet iets leuks. We gaan een levende klok maken. Kom maar mee naar buiten.”

Eerst pakt mama uit de schuur een stukje hout, een stuk touw en een wit krijtje. Ze slaat het paaltje tussen twee stoeptegels in de grond en maakt het touw dan vast. Aan het uiteinde doet ze het krijtje. Dan trekt ze het krijtje in een mooie cirkel op de stoep..

“Zo, dit is de klok,” zegt mama. In het midden van de cirkel tekent ze een grote witte stip. En ze verdeelt de cirkel in twaalf stukken en zet de getallen erbij.

“Maar waar zijn de wijzers?” vraagt Henriette.

“Dat worden jullie,” zegt mama. “Kijk, ik doe het voor!’ Mama gaat op de grond liggen met haar hoofd bij de stip. “Zo ben ik de grote wijzer,” zegt ze. “Kom Henriette, jij bent de kleine wijzer.”

“Het is tien uur!’ zegt Rintje. Henriette schuift met haar pootjes naar het getal tien.

Mama draait snel een rondje en gaat met haar voeten op de twaalf staan.

“Dingdong, dingdong, dingdong,” roept Tobias tien keer.

“Als ik nu steeds een stukje opschuif, wordt het eerst kwart over tien als ik op de drie ben,’ zegt Mama. “Als ik met mijn voeten bij de zes ben is het half elf. En als ik bij de negen ben is het kwart voor elf en dan als ik bij de twaalf ben…”

“Elf uur!’ roept Rintje. “Maar nu gaan wij! Tobias met zijn lange lijf is de grote wijzer.”

Zo spelen ze een hele tijd om de beurt grote en kleine wijzer. Ze maken alle uren. Als het twaalf uur is moeten ze heel erg lachen want dan kruipen ze over elkaar.

Na een tijd roept mama; “Wie heeft er zin om zo naar de speeltuin te gaan?”

Opeens heeft de klok geen wijzers meer.

EINDE