Huisartsenposten zien mishandeling kind niet

Artsen en assistenten van de huisartsenpost, waar relatief veel kinderen komen, blijken tekenen van kindermishandeling vaak niet te herkennen. Als ze die herkennen, vragen ze niet dóór om mishandeling uit te sluiten. Ook melden ze mishandeling vaak niet.

Dit blijkt uit onderzoek in de regio Utrecht naar honderden consulten met kinderen, van wie vaststaat dat ze thuis een keer mishandeld zijn.

Morgen publiceert het Nederlands Tijdschrift Geneeskunde het onderzoek dat is uitgevoerd door artsen van het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht. Zij bekeken de consulten van 368 kinderen, van wie het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) al eens had vastgesteld dat ze thuis werden mishandeld.

In totaal bezochten 193 van die kinderen tussen januari 2002 en augustus 2007 de huisartsenpost. Samen brachten ze 709 bezoeken in deze periode van 5,5 jaar.

Uit analyses achteraf van de klacht én bijbehorend verhaal, blijkt dat 24 van die gevallen „heel verdacht” waren en 82 gevallen dubieus. In deze gevallen kwamen wonden en vergiftiging het meeste voor. Slechts in één geval meldde de arts zijn vermoedens bij het AMK. Andere mishandelingen zag de arts alleen als ouders of het kind het zelf vertelden.

De huisartsenpost is een plek waar kinderen relatief vaak worden gebracht omdat die ’s avonds open is. Volgens de onderzoekers komen ouders met een schuldgevoel liever bij de huisartsenpost omdat die betrekkelijk anoniem is.