Holland aan de Hudson

President Obama gaf vorige week maandag zijn eerste buitenlandse interview aan de Arabische nieuwszender Al-Arabiya. Zijn boodschap voor de Arabische wereld en de bredere moslimwereld was dat de Verenigde Staten klaar zijn om een „nieuw partnerschap aan te gaan gebaseerd op wederzijds respect en wederzijdse belangen”. Obama voegde eraan toe dat „ongeacht geloof – en Amerika is een land van moslims, joden, christenen, niet-gelovigen – koesteren we allemaal gedeelde verlangens en dromen.”

Je zou willen dat de politici in Nederland die zo dwepen met Barack Obama dezelfde toon zouden aanslaan in het islamdebat. De Amerikaanse president heeft in zekere zin makkelijk praten: voor de Verenigde Staten is moslimradicalisme een visumprobleem, terwijl het voor veel West-Europese landen, waaronder Nederland, een probleem van staatsburgers is. Mohammed B. is een geboren en getogen Nederlander.

Maar het moslimvraagstuk is in Nederland in de eerste plaats een integratievraagstuk. In het debat daarover zou het gedeelde verlangen om een betere toekomst op te bouwen centraal moeten staan. Het tegendeel is het geval, zo blijkt maar weer eens uit de integratieresolutie Verdeeld verleden, gedeelde toekomst die het partijbestuur van de Partij van de Arbeid onlangs heeft afgescheiden. Het is een litanie van geboden en verboden over boerka’s, eerwraak en handen schudden die vooral bedoeld lijkt te zijn om de achterban van Geert Wilders gerust te stellen: de Nederlandse identiteit is ook bij de Partij van de Arbeid veilig!

De ondertitel van de resolutie, Ons Nederland, past goed in de huidige tijdgeest waarin protectionisme, patriottisme en nationalisme hoogtij vieren. Zo heeft het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden een ‘Buy American’-clausule laten opnemen in het stimuleringsplan voor de economie, propageert de Britse premier Gordon Brown ‘Britse banen voor Britse werknemers’ en rehabiliteert paus Benedictus XVI een bisschop die de Holocaust ontkent.

Het kan ook anders. Vorige week werd hier in New York het Hudson-jaar ingeluid waarmee Nederland en New York hun 400-jarige vriendschapsband en ‘gedeelde waarden van vrijheid, openheid, koopmanschap en tolerantie’ vieren.

Het is onvoorstelbaar dat de PvdA, die bij de openingsceremonie was vertegenwoordigd in de persoon van burgemeester Cohen en staatssecretaris Timmermans, niet een voorbeeld neemt aan New York. Burgemeester Bloomberg prees vorig jaar in zijn State of the City uitbundig de verdiensten van migranten voor de stad New York. Hoeveel Albert Heijns en Blokkers zouden in Amsterdam open kunnen blijven als er geen migranten waren om de kassa’s te bedienen en de schappen te vullen?

Dat laat onverlet dat niet-westerse migranten beneden 65 jaar in Nederland ruim drie keer zo vaak een uitkering ontvangen als autochtonen in diezelfde leeftijdscategorie (cijfers 2005). Van de migranten met een Turkse of Marokkaanse achtergrond in de arbeidsgerechtigde leeftijd heeft slechts de helft een betaalde baan. Het gros van de migranten is op economische gronden naar Nederland gekomen, als gastarbeider, importbruid(egom) of door gezinshereniging. Voor hen moet, net als voor andere Nederlanders trouwens, economische zelfstandigheid het uitgangspunt zijn. Als Nederland mensen uit armere streken van de wereld wil helpen, dan gebeurt dat via de begroting van Ontwikkelingssamenwerking en niet via het budget van de sociale dienst.

De PvdA erkent in de integratieresolutie dat werk een belangrijke motor is voor integratie. Desondanks komt de partij niet met een oplossing voor het structurele overschot aan laagopgeleiden waar Nederland mee kampt. In plaats daarvan lezen we in de integratieresolutie over rechten en plichten, waar rechten kennelijk staan voor het recht op een uitkering en plichten voor de plicht om een inburgeringcursus te volgen en de Nederlandse taal te leren.

Maar de inburgeringcursussen zijn een bureaucratische nachtmerrie gebleken. Voor migranten die analfabeet zijn in hun moedertaal, is het vrijwel onmogelijk om via een cursus in het buurthuis Nederlands te leren. Uit onderzoek in de Verenigde Staten blijkt dat deze groep meer geholpen is met een baan, bijvoorbeeld in de persoonlijke dienstverlening. Dergelijke banen kunnen worden gecreëerd door de arbeidskosten op minimumloonniveau (die inclusief belastingen en premies 15 tot 20 euro per uur bedragen) te verlagen tot 5 euro per uur (waarbij netto gelijk is aan bruto).

Met 5 euro netto per uur verdien je – bij een fulltime werkweek – het sociaal minimum voor een alleenstaande (dat is 70 procent van het gewone sociaal minimum). Wanneer in een paarhuishouden beide volwassenen fulltime werken, verdienen zij samen in ieder geval 140 procent van het sociaal minimum.

Ingeval de PvdA zich zorgen maakt over een onderklasse van ‘working poor’ (ik heb nooit begrepen waarom dat een groter probleem is dan een onderklasse van arme uitkeringstrekkers) dan zou de partij een Earned Income Tax Credit kunnen voorstellen, zoals die ook in de VS bestaat, waardoor iemand netto meer geld overhoudt dan hij bruto verdient. Het valt niet uit te leggen dat de PvdA, die in de integratieresolutie het woord ‘emancipatie’ maar liefst 25 keer bezigt, krampachtig vasthoudt aan een minimumloon dat gebaseerd is op het kostwinnersbeginsel en daardoor ruim 40 procent te hoog ligt.

Zoals het partijbestuur van de PvdA zelf in de integratieresolutie schrijft: „Werk emancipeert, stelt in staat tot solidariteit, vermindert afhankelijkheid. Mensen moeten werken, want alleen zo ontwikkelen we onze samenleving, onze individuele talenten, zelfrespect en economische onafhankelijkheid.”

Waarvan akte.

De integratieresolutie van de PvdA is te lezen via nrc.nl/opinieWilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/mees