Geen sprong, wel een stap kunstmarkt...

Voor het eerst in vijf jaar is er weer echt nieuws over een succesvol experiment.

Maar mensen klonen blijft duivels ingewikkeld.

Vijf jaar geleden stond de wereld op zijn kop: er waren menselijke embryo’s gekloond. En het was nog mooier: uit de gekloonde embryo’s waren stamcellen gewonnen. Daarmee kun je in theorie kapotte cellen vervangen, zoals bijvoorbeeld die van suiker- of parkinsonpatiënten. De geneeskunde zou een gigantische sprong maken. Voortaan zou het veel makkelijker zijn om mensen te genezen: in tegenstelling tot cellen van een anonieme donor stoot je cellen die zijn gemaakt van je eigen kloon niet af.

Helaas, de Zuid-Koreaan Woo Suk Hwang die de doorbraak claimde bleek een charlatan. Zijn artikelen in Science, één van de belangrijkste wetenschappelijke tijdschriften ter wereld, waren verzonnen. De ontsteltenis was groot. Het optimisme over het klonen van menselijke embryo’s nam sterk af.

Maar intussen werd er wel doorgekloond. Niet in Nederland, daar is het verboden. Maar bijvoorbeeld wel in de VS. Weliswaar waren onder president Bush de federale subsidies voor onderzoek met stamcellen uit menselijke embryo’s stopgezet, maar met andere financiering mocht het nog wel. Ook in het Verenigd Koninkrijk zijn meerdere kloonlaboratoria actief. En ook in China, België en Spanje zijn kloonpogingen gedaan.

Nu is er een nieuwe stap gezet. Het Amerikaanse biotechbedrijf Advanced Cell Technology (ACT) in Worcester, Massachusetts, heeft 19 embryo’s gekweekt, die overleefden tot ze acht of zestien cellen groot waren. Dat is weliswaar erg jong, maar de genactiviteit van de gekloonde embryo’s leek wel erg sterk op die van een normaal menselijk embryo. De resultaten verschenen deze week in het wetenschappelijke tijdschrift Cloning and Stem Cells.

Feitelijk is het ACT-onderzoek de tweede, goed geverifieerde studie waarin een volwassen mens is gekloond. Maar de eerste kreeg nauwelijks aandacht. Die was van ACT’s Californische concurrent Stemagen, dat begin vorig jaar de primeur had in het onopvallende tijdschrift Stem Cells.

Stemagen maakte één gekloond mensenembryo, gemaakt met donor-DNA van een volwassene, én voorzien van een uitgebreide genetische controle dat de kloon ook echt een kloon was. Dat laatste ontbrak bij een handvol eerdere kloonpogingen. Directeur Robert Lanza, wetenschappelijk directeur van ACT, aan de telefoon: „Als het er onder de microscoop aardig uit zag, was het al gauw goed.”

Ook Lanza’s eigen studie verscheen deze week niet in een vermaard tijdschrift. Cloning and Stem Cells is een tijdschrift dat alleen door vakgenoten wordt gelezen, het is bepaald geen Science. En dat laat meteen zien dat er waarschijnlijk haken en ogen aan de kloonstudie zitten. „Als je zulk mooi werk in een doorsneetijdschrift publiceert, betekent dat meestal dat er ook veel niet gelukt is”, zegt de Nederlandse stamcelexpert Christine Mummery van het Leids Universitair Medisch Centrum. Het belangrijkste manco: het lukte ACT niet om stamcellen uit die gekloonde embryo’s te winnen.

Maar het werk van ACT laat wél zien dat er progressie zit in het klonen van menselijke embryo’s. Niet eerder brachten kloonwetenschappers zo uitgebreid in kaart hoe de genen van hun embryo’s zich gedroegen. Dat soort analyses is belangrijk om de techniek te verbeteren. En daarbij: het is nu gelukt om niet één, maar meerdere identieke embryo’s te maken.

Dat klonen gebeurt door DNA uit een lichaamscel van één persoon in een lege eicel te stoppen. Als het embryo een paar dagen oud is, kun je uit zijn binnenste stamcellen winnen. En uit die stamcellen kun je allerlei soorten cellen kweken, waar dan weer zieke mensen mee kunnen worden behandeld.

Binnenkort krijgen enkele Amerikaanse dwarslaesiepatiënten de eerste experimentele therapie op basis van die stamcellen, werd juist twee weken geleden bekend. Maar dat zijn stamcellen uit gewone, niet gekloonde embryo’s.

Voor dwarslaesiepatiënten is dat geen probleem. Het ruggemerg is een speciaal weefsel, dat geen afstotingsreacties geeft. Dat de stamcellen van een willekeurig embryo afkomstig zijn, is dus prima. Maar voor andere ziektes zou zo’n therapie betekenen dat een patiënt zijn leven lang medicijnen moet slikken tegen afstotingsreacties.

Het voordeel van stamcellen uit een gekloond embryo is dat het DNA van die stamcellen bij voorbaat bekend is: de medewerkers van het kloonlab weten immers wie zij gekloond hebben. Dan kun je een donor selecteren wiens immuunsysteem aansluit bij dat van de patiënt.

Maar, benadrukt stamceldeskundige Mummery, nog steeds heeft ACT niet gedaan wat Hwang vier jaar geleden claimde: die stamcellen winnen. Dat klopt, zegt directeur Lanza: „We hebben de klonen nog wat verder gekweekt en geprobeerd stamcellijnen te maken. Maar dan zie je toch afwijkingen verschijnen.”

Lanza’s studie geeft intussen wel aan dat het met de genactiviteit van

menselijke klonen de goede kant opgaat. Bij klonen moeten de genen die in volwassen lichaamscellen uitgeschakeld zijn, weer actief worden. Dat doen ze door in de startpositie te gaan staan – net als bij een normaal embryo. En dat gebeurde ook, met ruim vijfduizend genen. Mummery is ervan onder de indruk. „Die uitgebreide analyse van het genetisch materiaal van de embryo’s is knap gedaan.”

Een andere kloonspecialist, Miodrag Stojkovic van het Centro de Investigación Príncipe Felipe in Valencia, plaatst nog een kanttekening: „De analyse van het genetisch materiaal geeft belangrijke informatie dat de klonen gezond zijn. Maar ook de kweekomstandigheden zijn belangrijk.” Dat Lanza’s gekloonde embryo’s niet ouder werden dan een paar dagen, laat zien dat die omstandigheden nog steeds niet onder controle zijn.

Daarnaast onderstreept óók Stojkovic dat het vooral belangrijk is dat er stamcellen uit de gekloonde embryo’s gemaakt gaan worden. „Dat hoop ik, heel erg. Met die stamcellen kunnen we eindelijk kijken of ze net zo goed zijn als stamcellen uit gewone menselijke embryo’s. En als IPS-cellen.”

Met dat laatste bedoelt hij een modern type stamcellen, dat gemaakt wordt door lichaamscellen genetisch te veranderen. Dát, benadrukken alle deskundigen, is een belangrijk nieuw vakgebied dat klonen wellicht overbodig zal maken.

Dat is misschien wel nodig ook. Menselijke embryo’s klonen is nog altijd zo moeilijk dat de techniek allerlei logistieke hindernissen met zich meebrengt. Stojkovic: „Ik vind het grote aantal benodigde eicellen het grootste probleem. Voor één gekloond embryo heb ik minstens 150 eicellen nodig. Waar moet ik die vandaan halen? Ivf-klinieken hebben wel wat anders aan hun hoofd.”

Deze inefficiëntie maakt de techniek ook nog eens heel duur. Stojkovic: „Zo’n behandeling is alleen voor heel rijke mensen.”