Dichter des Vaderlands

Soms kom je op grond van verkeerde argumenten tot de juiste conclusie. Soms leidt een ontoelaatbare procedure tot het gewenste resultaat. De verkiezing van de derde Dichter des Vaderlands was alles behalve voorbeeldig. Een commissie maakte een voorselectie zonder die te motiveren en bracht die terug tot een shortlist van vijf kandidaten zonder dat duidelijk was op grond waarvan. De shortlist lekte voortijdig uit. Er zijn geruchten dat de verkiezingssite wederom niet voldoende beveiligd was. Er zijn aanwijzingen van fraude. De campagne ontaardde in een scheldpartij. Maar uiteindelijk werd Ramsey Nasr verkozen. Hij is een erg goed en interessant dichter, hij lijkt bovendien bij uitstek gekwalificeerd voor het ambt.

Hij heeft namelijk ervaring. Hij was stadsdichter van Antwerpen in 2005. Zijn aanstelling ging gepaard met een enorme politieke rel, die deels voortkwam uit het feit dat hij geen Belg was maar een Hollander, deels uit het feit dat hij geen Hollander was maar een Palestijn en voor het grootste deel uit het feit dat hij in een opiniestuk stelling had genomen in de Palestijnse kwestie op een manier die Joodse organisaties in Antwerpen tegen de borst stuitte. Zelden is er zoveel politieke ophef ontstaan over een dichter. En ik denk dat het nog nooit is voorgekomen dat politici er in alle ernst op hebben aangedrongen een revolte te smoren met een gedicht. Het gedicht kwam er. Het is getiteld Stadsplant en is samen met de andere stadsgedichten gebundeld in onze-lieve-vrouwen-zeppelin (De Bezige Bij, € 18,90). Tegelijk met de dichtbundel verscheen een bundeling van Nasrs essays onder de titel Van de vijand en de muzikant (Bezige Bij, € 17,90). Het gewraakte opiniestuk, dat oorspronkelijk op 9 oktober 2004 in NRC verscheen en dat in het Belgisch Israëlitisch Weekblad aanleiding gaf tot de kop ‘ongelooflijk! Nieuwe stadsdichter van Antwerpen voert hetze tegen Israël. Ongelooflijk maar waar!’, is er uiteraard in opgenomen. De twee bundels samen vormen een uniek document over een politiek beladen dichtersschap en geven een beklemmende impressie van de ongekende druk waaronder de dichter heeft moeten werken. Ze vormen verplichte literatuur voor ieder die wil weten wat er kan gebeuren wanneer poëzie wordt gedwongen zich met de politieke realiteit te verhouden.

Het gedicht Stadsplant dat Nasr onder ongelooflijke druk schreef, is een uitermate moedig gedicht. Hoewel een stad en een hele natie over zijn schouders meekijken, zwicht Nasr niet voor de verleiding hun harten te winnen door middel van onschadelijke populistische verstaanbaarheid. Integendeel. Hij schrijft een lang, kolkend, lyrisch gedicht vol valstrikken en valkuilen dat zich zeker niet gemakkelijk gewonnen geeft. Bovendien slaagt Nasr erin zijn ambtsperiode te openen met een ware ode aan de stad zonder dat hij de ophef die zijn aanstelling heeft veroorzaakt, wil negeren. Het gedicht drijft op de dubbelzinnigheid van een liefdesverklaring aan een stad die hem bijna heeft willen verstoten.

Van zo’n Dichter des Vaderlands kunnen we wat verwachten.

Ilja Leonard Pfeijffer