De dag des Heren is toch uit oma's tijd

Het kabinet, en dan vooral de ChristenUnie, wil de koopzondag terugdringen.

Niet doen, en zeker niet in crisistijd, zegt wethouder Schrijer uit Rotterdam.

Rotterdam laat zich de wet niet voorschrijven. Zeker niet door een minister die „kennelijk blindvaart op haar onderbuikgevoel” en „nog leeft in oma’s tijd, toen moeder de vrouw vooral niet op zondag mocht werken”.

Wethouder Dominic Schrijer (Werk en Sociale Zaken, PvdA) klinkt verbeten, en dat is hij ook. Het kabinet wil, vooral op voorspraak van coalitiepartner ChristenUnie, het aantal koopzondagen inperken. Rotterdam hanteert al bijna twaalf jaar ruimhartige sluitingstijden op de dag des Heren: zowel in het centrum als in de omliggende deelgemeenten (Delfshaven, Feijenoord, Noord en Kralingen-Crooswijk) mogen winkeliers 52 zondagen per jaar vanaf de late ochtenduren hun deuren openen.

Bijna de helft (157) van de Nederlandse gemeenten, waaronder Rotterdam, maakt gebruik van de zogeheten ‘toeristenbepaling’, waardoor méér dan twaalf koopzondagen per jaar zijn toegestaan. Minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) meent dat (te) veel steden misbruik maken van de wet door gebieden ten onrechte aan te merken als ‘toeristisch’. Dat geldt zeker voor Rotterdam, aldus critici. Zo is diergaarde Blijdorp het alibi om de vestiging van elektronicagigant Correct, ruim twee kilometer verderop in het Oude Noorden, op zondag open te stellen voor het winkelend publiek.

Schrijer zegt het probleem niet te zien. „De klant wil het, de ondernemer wil het, dus waar hebben we het over?” Hij spreekt van „symboolpolitiek” die indruist tegen de economische belangen van Rotterdam. Hij vreest voor omzetverliezen van tientallen miljoenen euro’s en het verlies van ruim duizend banen. Cijfers van de regionale Kamer van Koophandel ondersteunen zijn bewering.

Juist nu, te midden van massaontslagen als gevolg van de kredietcrisis, kan de toch al kwetsbare detailhandel (28.549 werknemers) in zijn stad zich geen tegenvallers permitteren, betoogt Schrijer. Hij signaleert steeds vaker „angst in de ogen” van winkeliers. Zijn oproep aan Den Haag? „Besef dat de detailhandel juist nu een welkome banenmotor is, en laat de openingstijden aan de gemeenten.”

Als het weer enigszins meezit, ziet het op zondagmiddag zwart van de mensen in het Rotterdamse centrum en is sprake van filevorming. Het stadshart trekt wekelijks 350.000 bezoekers, van wie de helft in het weekeinde komt. Funshoppen is een begrip in de tweede stad van Nederland. Het past bij de moderne tijd, meent Schrijer. „Doordeweeks werken de ouders, zaterdag is het de beurt aan de kinderen en zondag is er dan eindelijk tijd om inkopen te doen.”

Daar een streep doorzetten is volgens Schrijer „het ontkennen van de maatschappelijke werkelijkheid” en staat bovendien haaks op het streven van het kabinet om meer vrouwen aan de slag te krijgen. „Winkelpersoneel vinden is lastig, ook nu nog. Behalve in de weekeinden. Dan willen mensen graag wat bijverdienen, vrouwen al helemaal. Iedere winkelier bevestigt dat.”

Sterker: Schrijer zou het liefst zien dat ook elders in de stad de winkels op zondag hun deuren openen. Rotterdam (47,5 procent migranten) herbergt ook in de buitengebieden relatief veel islamitische ondernemers, voor wie de zondag een gewone werkdag is. Dat geldt eveneens voor winkelcentrum Alexandrium in het noordoosten dat, inclusief de meubelboulevard, ‘slechts’ twintig zondagen per jaar geopend is. Tot ergernis van de ondernemers, die afgelopen najaar de hulp inriepen van Schrijer. „Vooral de Woonmall draait zijn omzet grotendeels in de weekeinden.”

Rotterdam heeft bovendien geen keuze, gelet op de toegenomen concurrentie vanuit de regio, zo wordt geredeneerd. Zowel Roosendaal als Dordrecht adverteert met grote regelmaat in Rotterdam. De stad bereidt een tegenoffensief voor met ‘een totaaldagje uit in de havenstad’, met de mogelijkheid een kunstinstelling te bezoeken.

De koopzondag heeft in Rotterdam extra gewicht omdat de traditionele koopavond op vrijdag relatief weinig mensen trekt. Dat heeft volgens de lokale middenstand veel – volgens een enkeling zelfs alles – te maken met de (gevoelens van) onveiligheid, vooral in het stadscentrum. Ook vormt de zondag, aldus de ondernemers, compensatie voor het feit dat Rotterdam zeer afhankelijk is van bezoekers van buitenaf. Het centrum stroomt op het einde van een doordeweekse middag niet voor niets grotendeels leeg.

Schrijer vreest een „administratieve puinhoop”. Van het kabinet moet een gemeente motiveren waarom een gebied extra koopzondagen krijgt. Tegen zo’n aanwijzing kan bij de bestuursrechter bezwaar worden maken.„Het is van de zotte dat iemand uit pakweg Friesland ons beleid kan aanvechten”.