Crisis in de netwerkersbranche

Ik las over mannen die in allerlei raden van toezicht zitten (variërend van voetbal tot omroep tot kinderbescherming), maar er eigenlijk geen tijd voor hebben.

Ja, dat raadt je de koekoek.

Zulke mannen werken namelijk nooit in één raad, maar altijd in minstens drie. Ze hebben er graag ook nog een commissariaat bij, maar dan op dezelfde manier: nooit één, altijd meer. Idem dito met adviescommissies, bestuurscolleges of onderzoeksgroepen.

Hoe lappen ze ’m dat? Want gewoonlijk hebben ze er ook nog een vaste betrekking bij, meestal wat sjieker, zodat ze niet als klerken voortdurend op kantoor worden verwacht, maar toch een functie hebben die inclusief representatie, interviews en stukken op de opiniepagina niet veel verschilt van wat wij in het burgerleven een fulltime job noemen.

Ik raadpleegde de tophonderd van macht en invloed die onlangs werd gepubliceerd in de Volkskrant, overzag het verzamelde Hollandse netwerkersgewicht, en besloot er eentje blind te prikken. Toen ik mijn ogen weer opende zag ik dat mijn potloodpunt was geland op de pasfoto van Loek Hermans.

Goeie toevalstreffer, leek me. Het voormalige liberale Tweede Kamerlid, burgemeester van Zwolle geweest, commissaris van de koningin in Friesland, en minister van Onderwijs, heeft op mij altijd een bedaarde, rustgevende indruk gemaakt, het type van kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet, geenszins een opgewonden workaholic, eerder iemand die nu al weet dat hij nee zal zeggen als mr. Davids belt.

Niettemin.

Ik lichtte vluchtig zijn doopceel, zag dat hij geboekt staat voor één hoofdfunctie (voorzitter van de Koninklijke Vereniging MKB-Nederland) en één officiële bijbetrekking: het lidmaatschap van de Eerste Kamer.

Maar dan begint het pas. Achter zijn naam telde ik zeven commissariaten – misschien niet allemaal op het exhibitionistische niveau van Wim Kok, maar wel met een aardige geografische en maatschappelijke spreiding: van de sportvereniging Heerenveen tot een onderwijsachtige instelling in Sittard, en van iets Nijmeegs met milieu tot een woonproject in Wezep. Van die laatste drie is hij ook nog president-commissaris, wat natuurlijk neerkomt op nóg groter verantwoordelijkheid en nóg meer tijdsbeslag: helemaal naar Limburg voor één vergadering.

Wat een papier moet dat bovendien niet met zich meebrengen! Vergaderstukken, notulen, jaarrekeningen, conceptbegrotingen – dat moet allemaal niet alleen bekeken, gecontroleerd en eventueel verbeterd, maar ook opgeborgen worden. Hoeveel multimappen is een mens kwijt aan zeven commissariaten?

En we zijn er nog lang niet. Loek heeft naast twee hoofdemplooien en zeven commissariaten ook nog twintig nevenfuncties – bijna allemaal op het terrein van toezicht en advies voor zulke uiteenlopende instituties als de Nijmeegse Universiteit, de SER, De Nederlandsche Bank, een paar zorggroepen, Ernst & Young, het Nationaal Archief, de Uitgeversbond en de Drachtse schouwburg De Lawei. In acht van de twintig gevallen is hij van het desbetreffende bestuur of de desbetreffende raad tevens voorzitter.

Hoe doe je dat? Een week telt 168 uren. Daar gaan gemiddeld 42 uur slaap van af. Hermans is de dinsdag bijna helemaal kwijt aan de Eerste Kamer, want die vergadert ’s middags, en hij moet ’s ochtends natuurlijk de voorstellen van Klaas de Vries doornemen. Blijft nog iets meer dan 100 van de 168 over. Wat vergt het MKB? Veertig uur, inclusief vergadertijd, nieuwjaarsrecepties en toespraken tot ongeruste kruideniers? Lijkt me krap, maar vooruit. Dan resteert er voor 27 nevenfuncties en commissariaten dik zestig uur, met de aantekening dat Loek dan al die tijd niet met vakantie of naar de kerk is geweest noch anderszins aan enige recreatie is toegekomen.

Nauwelijks tweeënhalf uur per week voor nevenfuncties die allemaal hoognodig vervuld moeten worden. Dat leidt tot één conclusie: in verhouding tot alles wat in dit land aan beleid, toezicht en advies moet worden gedaan, hebben we te maken met een zorgwekkend netwerkerstekort.