Bussemaker: doe vaker aangifte van besnijdenis

Hulpverleners en slachtoffers van genitale verminking moeten vaker aangifte doen. Dat stellen staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) en minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Uit onderzoek blijkt dat er tussen het voorjaar van 2007 en 2008 bij hulpinstanties over 51 meisjes meldingen en adviesvragen binnenkwamen vanwege genitale verminking, of vermoedens daarvan. Maar het Algemeen Meldpunt Kindermishandeling (AMK) en de Raad voor de Kinderbescherming deden in geen van die gevallen aangifte.

Het kabinet wil nu dat „adequate opvolging” wordt gegeven aan die meldingen. Niet alleen door het AMK en de Raad, maar ook door politie en Openbaar Ministerie. Er moet sneller ingegrepen worden. Ook met kinderbeschermingmaatregelen, waarbij een kind bijvoorbeeld onder toezicht wordt gesteld van een gezinsvoogd. Van zo’n maatregel, evenals van strafrechtelijke vervolging, „kan een preventieve werking uitgaan”, aldus de bewindslieden.

Voor aangiftes is geen bewijs nodig, maar wel een ernstig vermoeden. Het gaat vaak om meisjes die nog niet besneden zijn, maar die het risico lopen tijdens een vakantie naar het land van herkomst – meestal Somalië – te worden besneden. „De aangiftebereidheid moet groter worden”, laat een woordvoerder van het ministerie van Justitie weten.

Daarvoor gaat het kabinet investeren in de kennis en samenwerking van hulpverleners. Op die manier kan het Openbaar Ministerie meer gegronde aangiftes in behandeling nemen.

Bussemaker kondigde eerder al aan dat ze de invoering van een ‘medisch certificaat’ overweegt, waarin ouders verklaren hun dochter niet te laten besnijden.

Commentaar: pagina 7