Britse kinderen mogen niet vallen

Deze week lag het openbare leven in Groot-Brittannië helemaal stil door een beetje sneeuw. Wat is er aan de hand met het land dat ooit Hitlers bommenregen trotseerde?

Nu het op veel plaatsen in Groot-Brittannië weer dooit, vragen veel Britten zich een tikkeltje gegeneerd af of hun land zich deze week niet wat erg gemakkelijk uit het lood heeft laten slaan door een stevig pak sneeuw. In vroeger tijden stonden ze immers juist bekend om hun stoïcijnse houding met als illuster hoogtepunt hun onverzettelijkheid bij de bommenregens tijdens Hitlers Blitz in 1940. En door wat sneeuw lieten ze zich in het verleden zeker niet kisten. Bijna iedereen ging gewoon naar werk of school.

Toegegeven, vooral in Londen en omgeving was de sneeuwval van maandag de hevigste in achttien jaar. Maar was het niet raar dat er die dag geen enkele bus in Londen reed? En was het niet vreemd dat ook de volgende dag nog duizenden scholen in het hele land hun deuren gesloten hielden, ook in gebieden waar nog geen vijf centimeter sneeuw was gevallen? En dat 6,5 miljoen Britten niet naar hun werk gingen, al was lang niet iedereen van het openbaar vervoer afhankelijk?

Het gemeentelijke vervoerbedrijf in Londen hield vol dat het te gevaarlijk was bussen te laten rijden omdat de wegen te glad waren. Naderhand bleek dat veel bussen best hadden kunnen rijden omdat er goed was gepekeld. David Frost, directeur van de Britse Kamer van Koophandel sprak van een nationale vernedering. „Ik vraag me af of we niet een beetje zelfgenoegzaam zijn geworden.”

Ook over de schoolsluitingen heerste bij velen onbehagen. Niet alleen omdat veel werkende ouders daardoor met hun kinderen aan huis gekluisterd bleven, maar ook uit pedagogische overwegingen. „We geven kinderen zo de boodschap dat wanneer de zaken moeilijk worden, je maar thuis moet blijven en lol moet trappen”, zei Margaret Morrissey van een oudercomité. „Wanneer ze dan opgroeien en zich steeds ziek melden op het werk, hoeven we niet te vragen hoe dat komt.”

Veel schoolhoofden, aan wie de beslissing was om hun scholen al dan niet te sluiten, namen liever het zekere voor het onzekere. Ze vreesden dat kinderen door de sneeuw te veel risico’s zouden lopen op weg naar school. En bij ongevallen waren zij dan degenen die zich zouden moeten verantwoorden bij boze ouders.

Juist dat uitbannen van risico’s is in Groot-Brittannië de laatste jaren uitgegroeid tot een obsessie. Van fysieke risico’s wel te verstaan, want als het om gokken gaat – op paarden, in het casino of de loterij – blijven de Britten nog steeds onverslaanbaar. Maar wee de moeder die haar zoontje een bruine boterham met maanzaad op de korst meegeeft naar school. Een Nederlandse moeder in Londen kreeg er prompt een boze brief over van de school. Dat was fout, want kinderen kunnen allergisch voor zulke zaadjes zijn en stel je voor dat ze hun brood met elkaar delen.

En wee de leerkracht, die ook buiten het eigen vakgebied belangstelling toont voor een leerling. Uit angst voor pedofilie zijn leerkrachten op last van de regering aan zeer strikte regels gebonden. Die garanderen een professionele maar kille en onpersoonlijke omgang met de leerlingen. Velen voelen zich er niet wel bij.

Een ander frappant voorbeeld betrof een journalist van The Daily Telegraph. Deze wilde zijn vriendin verrassen met een verjaardagstaart in een champagnebar, in de open lucht onder de overkapping van het fraai gerenoveerde St Pancras Station in Londen. Met brandende kaarsjes erop natuurlijk. Alles bleek te kunnen worden geregeld behalve die kaarsjes. Die waren tegen de ‘health and safety rules’ wegens brandgevaar. De journalist wierp tegen dat het station was gebouwd voor stoomlocomotieven met gloeiende kolen, die voortdurende gloeiende deeltjes afscheidden. Vergeefse moeite.

Aan de greep van de gezondheids- en veiligheidsvoorschriften van de overheid valt bijna niet meer te ontkomen.

Toen in 2005 de Braziliaan Jean Charles de Menezes per ongeluk door politieagenten werd doodgeschoten op verdenking van terrorisme, worstelde men met de vraag op welke gronden de agenten konden worden aangeklaagd. Uiteindelijk boden de health and safety rules ook hier soelaas en konden er boetes aan de politie worden opgelegd.

Voor geen groep zijn zoveel voorschriften van kracht als voor kinderen. Vroeger leerden ze met vallen en opstaan hun grenzen kennen, de nieuwe generatie in Groot-Brittannië groeit op overeenkomstig de voorschriften van de overheid, in een omgeving waarin elke val zoveel mogelijk wordt afgezwakt. Speelplaatsen zijn voorzien van verende vloeren, waardoor kinderen meestal zacht terechtkomen. Een kapotte kinderknie is een zeldzaam verschijnsel geworden.

Toen er in onze rustige straat in Londen een straatfeest werd georganiseerd doken er plotseling heel veel kinderen op van wier bestaan wij ons niet bewust waren. Ze bleken altijd thuis te spelen in de eigen tuin of binnenshuis. Anders dan voorgaande generaties gebruiken ze de straat slechts als verbindingsweg, niet als speelplaats. Te gevaarlijk, vrezen de ouders. Er kunnen altijd pedofielen of verkrachters langskomen.

Sommige Britten menen dat deze trend vooral onder het Labour-bewind de laatste tien jaar is doorgeschoten. De publiciste Jenni Russell trok in het dagblad The Guardian van leer tegen de risico mijdende cultuur van regeltjes en vakjes aankruisen. Het maakt mensen volgens haar juist achterdochtiger tegenover elkaar en passiever.

„Deze regering klampt zich vast aan de fantasie dat regels risico’s kunnen elimineren”, schreef Russell. Het roer moet om, vindt ze. „Europese landen hebben deze weg van eindeloze achterdochtigheid ook niet gekozen. Waarom wij wel?”

Fotoserie van de Britse sneeuwval op nrc.nl/foto