'Ben je nog steeds ziek?'

Achter mij in de trein ontspon zich deze week een telefonische dialoog, die de Nederlandse winter in het jaar onzes Heren 2009 niet beter had kunnen samenvatten. Ik moet hem weergeven in de vorm van een monoloog, omdat er helaas maar weinig bellers zijn die ons laten meegenieten via de luidspreker van hun mobieltje.

„Peter, wat is er toch aan de hand?” hoorde ik een jonge vrouw met enige gespeelde verbazing zeggen. „Ben je nog steeds ziek?”

Ze luisterde even. Peter was kennelijk zo onverstandig geweest de telefoon mee naar bed te nemen, of hij was zo koortsig dat hij de telefoon voor een thermometer had aangezien. Ik stelde me voor dat hij nu met een van woede bonzend hart uit zijn liggende houding overeind kwam. Mocht een mens zelfs niet ongestoord doodziek zijn?

„Ja, dat begrijp ik”, zei de vrouw op een toon alsof ze er steeds minder van begreep. „Charles is ook al tweeënhalve week ziek.” Doetjes, die kerels, hoorde je haar denken. „Wat denk je, heeft het zin om het mórgen door te laten gaan in plaats van vandaag?”

Nu een diepe slijmhoest, zou ik Peter geadviseerd hebben als hij me had kunnen horen, zo’n hoest die de ander zich de volgende morgen nog goed zou herinneren bij de aanblik van haar te zacht gekookte eitje.

„Jammer, jammer”, zei ze, „want jij bent daar natuurlijk wel een essentiële factor in, je hebt er meer ideeën over dan de rest. Wat vervelend nou. Henk en Marijke zijn er ook al niet. Dit wordt qua planning wel erg lastig. Oké, laten we het maar even low profile houden, de kleine dingen doen en de rest stellen we uit tot volgende week.”

Niezen, Peter, en onmiddellijk afsluiten!

„Hou je goed”, zei ze toonloos en ze borg haar mobieltje met een nijdige polsbeweging op.

Voor de onderlinge verhoudingen in dit bedrijf leek het me beter als ook deze vrouw spoedig door de alom aanwezige griep geveld zou worden. Want wat griep is, begrijp je pas als je het hébt. Nog te vaak wordt griep, échte griep, verward met verkoudheid.

Stel je niet aan, na twee, drie daagjes ben je eraf, denkt de gezonde buitenstaander. Maar het uiterst geniepige influenzavirus moet daar hard om lachen: twee, drie weken zul je bedoelen. Het geeft je een kopstoot, walst je plat en legt je op een gloeiend fornuis. Drie dagen ben je dood en daarna nog drie weken lusteloos. Soms, als het virus een grote hekel aan je heeft, plakt het er nog een longontsteking aan vast. Wie te zwak en te oud is, is dan gezien.

Ik ben het, afgezien van de dood, de laatste weken allemaal tegengekomen bij familieleden, vrienden en collega’s. De griep heeft onbarmhartig huisgehouden in heel Europa, ernstiger dan vorig jaar. Het ergste is nu achter de rug, liet het Nationaal Influenza Centrum deze week weten.

Ik wil niet pesten, maar ik moet, afkloppen, constateren dat ik het er tot dusver zelf heelhuids heb afgebracht. Dat dank ik aan mijn griepprik die ik elk jaar in oktober trouw ga halen. Sindsdien, negen jaar geleden, nooit meer griep gehad. Het vaccin werkt in 60 tot 90 procent tegen de virussen. Boven de 60 jaar kost het niets, daaronder 25 tot 40 euro. Doen!

Trouwens, als we nog zo’n winter krijgen, gaat Ab Klink – echt iets voor hem – de griepprik verplicht stellen. De griep kost het land te veel geld. Allemaal een prik – en we kunnen die bonussen van de ABN Amro vlot betalen.