Al stapelend beklimt men de ladder het best

Paul van Liempt: De Nederlandse droom. Van mavo tot professoraat: hoe stapelaars de top beklommen. De Arbeiderspers, 228 blz. €17,95

Ooit was het zo logisch. Als je de mavo had afgerond, kon je probleemloos door naar de havo. Hetzelfde gold voor de overstap van mavo naar mbo, of van mbo naar hbo. Een laag schooladvies in de laatste klas van de basisschool hoefde nog niet te betekenen dat de hogeschool of universiteit voor altijd buiten bereik zou blijven.

Totdat toenmalig minister Ritzen (Onderwijs, PvdA) in de jaren negentig aan dat stapelen de oorlog verklaarde. Lange leerwegen waren inefficiënt, volgens de minister, tegenwoordig collegevoorzitter van de Universiteit Maastricht. Bovendien kostten ze te veel geld. Mavo- leerlingen moesten door naar het mbo, vond Ritzen. En havisten naar het hbo.

Paul van Liempt, schrijvend journalist en anchorman van radiozender BNR, heeft zijn boek over stapelen goed getimed. Stapelen is terug van weggeweest, zowel op scholen als in de hoofden en harten van politici. De zittende bewindslieden willen belemmeringen om opleidingen te stapelen uit de weg ruimen.

In De Nederlandse droom interviewde Paul van Liempt vijftien succesvolle stapelaars. Van oud-minister Gerrit Braks, die via de lagere landbouwschool uiteindelijk belandde op de landbouwhogeschool Wageningen, tot de Amsterdamse stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch, die in de eerste tien jaar van zijn leven voornamelijk de Koran uit zijn hoofd moest leren op een Marokkaans dorpsschooltje.

De verhalen zijn soms schrijnend. Burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam moest in zijn jeugd op blote voeten elke dag ‘een met stenen belegd heuveltje op en af, dat gloeide van de hitte’. Als hij dan van graspol naar graspol sprong was ‘de hitte nog enigszins draaglijk’. In andere interviews ligt de nadruk op de onvermijdelijkheid dat een jongen of meisje uit de arbeidersklasse tot de jaren zestig naar de mulo of de lts zou gaan. Niet iets om je enorm over op te winden, zegt bestuursvoorzitter Ad Scheepbouwer van KPN in het boek. „Zo zat de maatschappij nu eenmaal in elkaar.”

Van Liempt illustreert eens te meer dat het onzinnig was om stapelen tegen te gaan. Het is alleen jammer dat zijn interviews nogal eenvormig zijn. Telkens begint het gesprek met de succesvolle man of vrouw die ontvangt in zijn of haar ruime werkkamer die uitkijkt over de stad. Niet gek voor iemand die in 1966 nog ternauwernood de lts aankon, gaat het dan verder. Bij het tiende interview begint dat stramien te vervelen, net als het gegeven dat elk gesprek geparafraseerd is. De geïnterviewden komen zelf niet of nauwelijks aan het woord.

Ook bevat het boek onnodige slordigheden of slecht uitgezochte beweringen. Zo zegt Van Liempt dat er geen cijfers zouden zijn over het aantal stapelaars. Die zijn er wel; het Centraal Bureau voor de Statistiek houdt bij hoeveel leerlingen met een vmbo-diploma overstappen naar de havo, of van havo naar vwo. In 2006 leerden 10.000 van de 120.000 leerlingen met een vmbo- of havo-diploma door op een hoger schooltype. Dat zijn er twee keer zo veel als in 2001. Gelukkig maar.