Veilingen Londen niet top, ook geen ramp

Geen topveiling, wel records en vooral geen ramp. Dat is de samenvatting na twee dagen veilingen in Londen. Er waren records voor Degas en vier vrouwenportretten van Kees van Dongen brachten 6,4 miljoen pond (7,2 miljoen euro) op: tweemaal de verwachting.

Bij Christie’s en Sotheby’s in Londen begonnen deze week de belangrijke veilingen van impressionistisch en moderne kunst. De veilinghuizen kozen voor een beperkt aanbod van gemiddeld hoge kwaliteit. De geschatte waardes waren laag gehouden.

Sotheby’s kon dinsdag pronken met een record voor een ballerinabeeldje van Edgar Degas: 13,3 miljoen pond. Het was een topstuk van museumkwaliteit waarvan een wassen versie na Degas’ dood in zijn atelier was gevonden. De totale opbrengst bleef met 32,5 miljoen pond iets achter bij de verwachting, maar 22 van de 29 aangeboden werken werden verkocht.

Woensdag eindigde Christie’s zo’n 5 miljoen pond boven de verwachte 58,8 miljoen. Van de 47 werken werden 39 verkocht. Toppers waren onder meer werken van Monet en Modigliani. Maar de prijzen vielen sommige waarnemers tegen. Monets Dans la Prairie uit 1876, met zijn vrouw Camille lezend in een bloemenveld, bracht 11,2 miljoen pond op, 4 miljoen minder dan gehoopt. Tegen het persbureau Bloomberg klaagde een handelaar dat het vroege impressionisme uit de gunst raakt. In 1988 bracht hetzelfde werk bij Sotheby’s 14,3 miljoen pond op.

Dat de oudere kunst doorgaans knap overeind blijft, klopt met de verwachting dat de markt uitwijkt naar vertrouwde waarden. Vorige week waren in New York de veilingen van oude meesters geslaagd, met goede prijzen voor goede werken, zoals 10 miljoen dollar voor een doedelzakspeler van Hendrick ter Brugghen. De echte test van de kunstmarkt is volgende week als kunst van na 1945 wordt geveild. De verwachting is dat met name speculerende nieuwkomers het zullen laten afweten.