Van de premier mag PvdA straks haar hart volgen

De harde afspraak dat het parlement geen onderzoek mag doen naar ‘Irak’, verdween gisteren ineens van tafel. De oppositie toonde hier pas na het debat blijdschap over.

Het was even wennen voor de oppositiepartijen, gisteren in de Tweede Kamer. Jarenlang waren ze te hoop gelopen tegen de weigering van premier Balkenende om onderzoek te laten verrichten naar de totstandkoming van de Nederlandse steun aan de invasie in Irak. Massaal waren ze over hem heen gevallen wegens de „regenteske manier” waarop hij maandag toegaf aan de toenemende druk dat onderzoek toe te staan. Met een commissie, in plaats van een door het parlement uitgevoerde enquête.

Maar in het debat van gisteren bleek Balkenende zó toeschietelijk dat de kritiek toch enigszins begon te verbleken. Zelfs een enquête is – als de commissie over negen maanden klaar is – niet verboden meer. Coalitiepartner PvdA, daar altijd voorstander van, mag eindelijk weer haar hart volgen.

Dan de bevoegdheden van de commissie. Onbeperkte toegang tot alle ambtenaren, ook bij inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Volledige inzage in alle overheidsstukken, tot en met de staatsgeheime notulen van de ministerraad.

Drie weken geleden hadden zijn critici in hun stoutste dromen niet kunnen bedenken dat ze het tijdens deze kabinetsperiode nog zouden meemaken. En het is premier Balkenende die het – weliswaar met frisse tegenzin, en onder grote interne druk van zijn eigen partij – allemaal mogelijk maakt.

Bij de oppositiepartijen was blijdschap over deze knieval niet te bespeuren. Zij zagen in de toezeggingen vooral een nieuwe vorm van het al zes jaar durende verzet van Balkenende tegen openheid over de besluitvorming rond ‘Irak’. Nu direct een parlementaire enquête, met minder namen D66, GroenLinks, de SP, de VVD, de PVV, de Partij voor de Dieren en Verdonk geen genoegen.

De coalitie probeert het parlement zijn belangrijkste recht, het controlerecht, „te ontfutselen”, vond Pechtold. GroenLinks-leider Halsema vond het een „akelig politiek schimmenspel”. En VVD-leider Rutte, tot maandag altijd een tegenstander van een enquête? „Het parlement is buitenspel gezet.” SP-leider Kant vroeg aan Balkenende: „Waar bent u eigenlijk bang voor?”

CDA-fractievoorzitter Van Geel vond al deze achterdocht erg opportunistisch. Het was in zijn ogen onbegrijpelijk dat partijen die bij andere gelegenheden geen enkele principiële tegenstand hadden laten blijken tegen onderzoekscommissies, nu alleen nog maar tevreden waren met een parlementaire enquête. Hem ging het om waarheidsvinding, zei Van Geel. En die was in betere handen bij een onafhankelijke commissie met een „voorzitter van statuur” dan bij de Tweede Kamer.

Die is hem te politiek: en aan een politieke afrekening had de CDA’er geen behoefte. Hij gelooft niets van het opgewonden principiële betoog van de oppositie voor een parlementaire enquête. Ook Balkenende begreep het niet: „Mevrouw Halsema, u kijkt erg boos.” Halsema: „Ja, vindt u het gek? Het gaat om onze vrijheden! Het is uniek dat u daarin bent getreden.” De premier voelde zich „onheus bejegend”. Halsema: „U wilt worden bedankt, omdat u blijft verhinderen dat een parlementair onderzoek kan plaatsvinden.”

Dat de oppositie het door Balkenende gegeven paard volop in de bek wilde kijken, is niet verwonderlijk. Het CDA heeft zich nooit voorstander getoond van de „waarheidsvinding” waar Van Geel het opeens over had. Dat ze nu toch van de noodzaak ervan overtuigd zijn, is minder waarschijnlijk dan dat het CDA de toenemende druk op Balkenende wat wilde verlichten.

Dat gaven zij gisteren ook impliciet toe. Van Geel had vooral behoefte om een eind te maken aan de „chaotische discussies” en „terug te keren naar de orde van de dag”. Het is niet voor niets dat het kabinet na het instellen van de commissie de tientallen Irak-vragen van het parlement niet zal beantwoorden, en pas over negen maanden weer iets over het onderwerp zal zeggen.

Er was na alle „dynamiek” van de afgelopen weken behoefte aan „samenhang”, er moest een einde komen aan „de ruis”, zei de premier. Ruis die vooral aan hemzelf begon te vreten. Terwijl vicepremier en PvdA-leider Wouter Bos zich steeds populairder maakte als bestrijder van de gevolgen van de crisis, kreeg Balkenende alleen nog maar negatieve aandacht als weigeraar van Irak-onderzoek.

De eerste verrassing kwam toen PvdA-fractievoorzitter Hamer de vrijheid opeiste om na de commissie toch nog een parlementair onderzoek te steunen – haar PvdA had zich jarenlang laten vangen in een mondeling herenakkoord om in de Kamer niet vóór het zo gewenste onderzoek te stemmen. Dat Balkenende, niet bekend als de meest heldere en bondige spreker, hier in één zin mee instemde, was nog verrassender. Tijdens het debat vermeed de oppositie het belang hiervan te onderstrepen. Maar na afloop zei Pechtold: „Het is veel meer dan ik van tevoren had kunnen bedenken.”

Het CDA heeft de geest weer in de fles gekregen. Of de door deze partij zo vurig gewenste radiostilte houdbaar is zal blijken als er weer Irak-nieuws opduikt. Kan de coalitie het onderwerp dan buiten de Kamer houden?

Zes jaar lang vond Balkenende een onderzoek overbodig. Er waren zestien debatten over ‘Irak’ geweest, er was niets verborgen, niets nieuws om te ontdekken. Gisteren zei hij weer dat er niets te verbergen was. Het onderzoek, legde de premier uit, zou dat aantonen. Zíjn onderzoek.