Stiekeme tekeningen van depressieve artiest

Met krijt, balpen, potlood of lippenstift schetste Klaas Koopmans zijn medepatiënten op tabaksdoosjes, papiertjes en enveloppen. ‘Rotzooi’ noemde een verpleegster zijn werk.

Helend tekenen was het. Stiekem schetste kunstenaar Klaas Koopmans (1920-2006) tijdens zijn opnames in psychiatrische klinieken in de jaren 50 en 60 zijn medepatiënten. Met lippenstift, potlood, Siberisch krijt of balpen. Hij deed dat op papiertjes, enveloppen of tabaksdoosjes, want die kon hij makkelijk in zijn jaszak wegmoffelen. Vrienden smokkelden zijn maaksels naar buiten. De portretten (te zien in Museum Martena in Franeker) droegen bij tot zijn genezing, stelt Hans Smelik van de Stichting Klaas Koopmans, die het werk beheert. Koopmans, zoon van een huisschilder, was een bekend expressionistisch, Fries landschapsschilder. Op zijn 29ste werd hij overspannen en manisch-depressief.

Twee maanden bracht hij door in het Noorder Sanatorium in Zuidlaren, een in die tijd moderne inrichting waar hij een eigen kamer had en kon tekenen. Vijf jaar daarna was dat verboden. „De artsen zeiden dat ik te veel was verwend.” Een verpleegster beet hem toe: „Koopmans, weg met die rotzooi!”

In Groot Lankum in Franeker moest hij in 1959 en 1960 knijpers maken en kokosmatten vlechten. Na de gedwongen arbeidstherapie ging hij heimelijk schetsen. „Veel van mijn medepatiënten hadden interessante koppen. Het was een leerschool voor me.” Koopmans was onzeker over zijn kwaliteiten. Dat hij geen kunstacademie had gevolgd, knaagde aan hem. Later zei hij dat de in totaal zeveneneenhalve maand durende opnames zijn academie waren geweest. „Tijd genoeg en modellen bij de vleet”, grapte hij. Tijdens zijn laatste opname in 1963 mocht hij één keer per week naar het atelier van de creatief therapeut. Koopmans’ observaties verbeelden het dagelijks leven in de klinieken. Ze tonen ontreddering, verdriet, maar ook grappige momenten. Zo tekende hij een vrolijke medepatiënt, een oud-gezagvoerder, die elke dag een andere hoed van krantenpapier maakte. Zijn schetsen zijn kunst zonder opsmuk en pretentie. Hij registreert, vol mededogen, een wereld van uitersten. Zelf zei hij daarover ooit in deze krant: „Je kon in de inrichtingen heel hard lachen en heel hard huilen.” Het was zijn wens dat zijn tekeningen buiten de psychiatrische ziekenhuizen zouden worden tentoongesteld. „Want”, zo zei hij, „wat ik heb meegemaakt, kan iedereen overkomen. Maar ik weet dat hoe donker het ook is, er ooit weer lichtere tijden komen.”

KARIN DE MIK

Expositie: Klaas Koopmans, Gestichtstekeningen t/m 2 maart. Museum Martena, Franeker; www.museummartena.nl