Spaanse economie in vrije val

De speculatieve zeepbel is doorgeprikt. De bouw ingestort. Spanje zit in twee crises tegelijkertijd. Geen land in Europa waar de werkloosheid zo hard en genadeloos toeneemt.

Met afgrijzen en ongeloof beleeft Spanje de vrije val in zijn economische achtbaan. De crisis begint akelig zichtbaar te worden. Miguel Marina, die zijn baan verloor, werd nationaal bekend nadat hij zijn woonetage van 60 m² in een Madrileense voorstad verlootte: vijf euro per lootje, hoofdprijs de etage van 200.000 euro. Marina zelf had er nog niet zo lang geleden 320.000 euro voor betaald. David Trigueros, een werkloze marmerbewerker uit een dorp in Alicante, ging een stap verder en hing een bord aan zijn balkon waarop hij gratis zijn woning aanbood, mits de koper ook zijn hypotheekaflossing van 407 euro per maand overneemt.

Tienduizenden immigranten in Andalusië op zoek naar werk in de olijfpluk overstromen de opvangcentra. In de streek La Serena in Extremadura hebben 200 kleine aannemers en varkensfokkers gedreigd dat ze volgende week alle lokale bankkantoren zullen bezetten totdat ze weer de beschikking krijgen over hun gebruikelijke doorlopende krediet.

In Spanje staat het sein definitief op rood. In een sfeer van toenemende paniek werd deze week bekend dat afgelopen januari, in één maand tijd, bijna 200.000 Spanjaarden werkloos werden. Het was de hoogste stijging sinds er statistieken worden bijgehouden over de Spaanse werkloosheid.

Meer cijfers uit de Spaanse ‘doemsdagmachine’: vorig jaar bijna een miljoen werklozen erbij. Huidige tussenstand: 3,3 miljoen werklozen, dat is 14 procent van de beroepsbevolking. In regeringskringen wordt rekening gehouden met een werkloosheid eind dit jaar van rond de 20 procent. Dat betekent dat in de armste regio’s, zoals Andalusië of Extremadura, binnenkort een op de drie Spanjaarden zonder werk zit. Spanjaarden die geen geld meer zullen hebben om te consumeren in de winkels en restaurants, geen geld kunnen lenen voor hun auto’s en hun maandelijkse rente en aflossing van hun hypotheken niet langer kunnen betalen.

Spanje bevindt zich in twee crises tegelijkertijd. De wereldwijde crisis en daarbij de zeepbel in de huizenmarkt van ongekende omvang die nu wordt door geprikt. Pedro Solbes, minister van Financiën en politiek veteraan zei tegen het Spaanse dagblad El País, twee weken voor het werkloosheidsrecord: „Nog nooit hebben we zo iets meegemaakt, voor zover ik me kan herinneren tenminste.’’

Geen land in Europa dat de afgelopen vijftien jaar zo hard groeide (gemiddeld 4 procent) en zoveel migranten moest binnenhalen (vijf tot zes miljoen) om het tekort aan mankracht aan te vullen. Geen land ook waar zo veel (jaarlijks 800.000) appartementen zijn gebouwd. En geen land ook waar de werkloosheid nu zo snel, zo hard en zo genadeloos oploopt.

Vervolg Spanje: pagina 14

1,6 miljoen huizen staan leeg

Vervolg Spanje van pagina 13

De bouwactiviteit, stuwende kracht in de Spaanse economie, is met een ruk stil komen te staan. Dat zorgt voor vele honderdduizenden werklozen. En dankzij de speculatie zit Spanje met een huizenvoorraad in zijn maag waar het zich voor honderden miljarden in de schuld heeft gestoken, maar waarvan de waarde in een rap tempo aan het kelderen is. Naar schatting een miljoen appartementen en huizen staan te koop. Dat is nog een voorzichtig getal: sommige schattingen spreken van meer dan 1,6 miljoen huizen die leeg staan. Hoewel betrouwbare statistieken ontbreken, zijn de prijzen het afgelopen jaar met naar schatting 30 procent gedaald, en dalen ze onverminderd verder.

„We zitten op het moeilijkste moment van de crisis’’, verklaarde de socialistische premier José Luis Rodríguez Zapatero naar aanleiding van de laatste werkloosheidscijfers. Een groeiende groep economen denkt er anders over. Spanje stuurt aan op een crisis die niet alleen de ergste in heel West-Europa is, maar alle trekken begint te vertonen van een jarenlange recessie die nog maar net begonnen is. Daarbij kunnen alle economische voorspellingen ongezien in de prullenbak gegooid worden en bieden de financiële veiligheidsmarges van het bankwezen geen enkel houvast. „Alles is mogelijk geworden’’, aldus een vermogensbeheerder in Madrid die anoniem wil blijven.

Maandag was premier Zapatero voor de tweede keer in enkele maanden tijd bijeen met de bestuurvoorzitters van de zes grootste banken van het land. De sfeer was ongezellig: men zat op harde stoeltjes aan een glazen tafel. Drie uur duurde het gesprek met Zapatero, die werd bijgestaan door zijn minister van financiën Pedro Solbes. Waarom de banken de kredietkraan niet meer open draaiden voor de kleine en middelgrote ondernemers en de families, wilde de premier weten. Had de regering niet voor 20 miljard euro aan de slechtste leningen overgenomen om zo de banken soelaas te geven? En wat doen de banken met de kredietgarantie van 30 miljard euro voor nieuwe leningen om de economie te stimuleren? Onder deze regeling kunnen werklozen in principe een beroep doen op uitstel van de helft van hun hypotheekverplichtingen gedurende twee jaar. Kleinere bedrijven krijgen hun kredieten gegarandeerd. Maar de algemene klacht bij de klanten luidt dat de banken de vinger op de knip houden.

„De banken zeggen dat ze nu voorzichtiger zijn en meer zekerheden eisen’’, zei de premier later. Hij vroeg de banken daarom om een „maximale inspanning’’ voor de Spaanse economie.

Het bleef opvallend stil aan bancaire zijde. Maar de voorzitter van de Spaanse bankenvereniging, Miguel Martín, legde uit dat niet de banken de economie in een crisis brachten, maar eerder andersom. Spanjes financiële elite houdt zijn adem in: on the record wil niemand het toegeven, maar de grote vrees is dat straks, met nog een paar honderdduizend werklozen erbij, de grote klap van de hypotheekmarkt begint. Een neerwaartse spiraal van dalende huizenprijzen, executieverkopen en imploderende bankbalansen. „Dit is geen kredietcrisis meer’’, zo voorspelt een medewerker van Spanjes centrale bank, „Dit wordt een vermogenscrisis.’’

In het derde kwartaal van vorig jaar stond volgens cijfers van de centrale bank zo’n 670 miljard euro aan hypotheken en 470 miljard aan kredieten bij projectontwikkelaars en bouwers uit. Maar er zijn onder de huidige omstandigheden maar enkele tienduizenden onverkochte etages – een bescheiden fractie van het totale aanbod – afkomstig van bankroete projectontwikkelaars en insolvente huizenbezitters nodig om gehakt te maken van de balans van een grootbank.

Spanjes bancaire vlaggenschip, Banco Santander, had over 2008 al 2,6 miljard euro aan onroerend goed moeten overnemen van klanten die hun schulden niet meer konden afbetalen. Bij de bank Cajamadrid, waarvan de voorzitter Miguel Blesa ook mocht aanschuiven bij premier Zapatero, vervijfvoudigde het afgelopen jaar de post dubieuze debiteuren van 0,9 tot 4,9 procent. Een verdubbeling dit jaar tot 10 procent wordt niet uitgesloten. Bij het hele Spaanse bankwezen groeit deze post snel. In het derde kwartaal van 2008 ging het al om 30 miljard euro. Geen wonder dat de oproep van premier Zapatero om meer krediet te faciliteren onder deze omstandigheden lauw werd ontvangen door de banken.

De premier staat bekend om zijn talent om de zaken van de zonnige zijde te presenteren. Maar dat begint nu ongemakkelijke kantjes te krijgen. Zo voorspelde Zapatero nog slechts enkele maanden geleden dat onder zijn nieuwe kabinet de volledige werkgelegenheid zou worden bereikt. Deze week onderstreepte de premier behalve het steunplan van kredietfaciliteiten ook de acht miljard aan infrastructuurplannen die van regeringswege in gang worden gezet. Dat moet zo’n 300.000 nieuwe banen opleveren. Maar daarmee beginnen zich ook de limieten af te tekenen van de stimuleringsplannen van de overheid. Opnieuw minister Pedro Solbes: „We hebben al onze beleidsmarges in de crisis opgebruikt.’’ De ruimte voor meer overheidsbestedingen is op, een „uitzonderlijke situatie’’ zei Solbes.Meer lenen voor de staat wordt ook duurder. Het verschil in rentepunten op de tienjarige staatsobligaties tussen Spanje en Duitsland nam binnen een half jaar met 30 procent toe. Het is de prijs van een financiële wereld die zijn vertrouwen in Spanje begint op te zeggen. Het land verloor zijn ‘Triple A status’ van de Standard & Poor’s index. De Spaanse overheidsfinanciën, vorig jaar nog fraai op orde met een begrotingsoverschot, is in een paar maanden tijd in het slop geraakt met een tekort van 6 procent van het bbp. „Verhoudingsgewijs komt dat vooral door het snelle oplopen van het aantal werkloosheidsuitkeringen’’, zegt arbeidseconome Gayle Allard van de Madrileense IE Business School. Als gevolg hiervan betaalt Spanje nu al evenveel aan werkloosheidsuitkeringen als grofweg het hele budget voor zijn defensie. Het wordt wel het ‘ketchupeffect’ van Spanjes economie genoemd: eerst schud je en er komt niets, en dan plotseling de hele kwak.

Dat alles heeft te maken met een aantal fundamentele tekortkomingen in de Spaanse economie waaraan in al de jaren van voorspoed door links noch door rechts iets gedaan is. Spanje kent een van de laagste arbeidsproductiviteitsniveaus van Europa (en die het afgelopen jaar zelfs nog daalde) en het grootste hoogste tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans. Wat er is aan exportindustrie, zoals de assemblagefabrieken van de belangrijke automerken, kampt met een grote daling van de afname.

Tekenend voor de malaise was de oproep vorige week van de Spaanse minister van Industrie, toerisme en handel Miguel Sebastián: voortaan moesten Spanjaarden alleen nog Spaanse goederen kopen. Volgens een rekensommetje van de minister zou, als iedere Spanjaard dit jaar 150 euro aan buitenlandse goederen in zijn boodschappenwagentje verruilt voor Spaanse producten, dat 120.000 arbeidsplaatsen schelen. Sebastián, een voormalige bankier die persoonlijk economisch adviseur van de premier is geweest, wordt genoemd als de opvolger van de afgedraaide Solbes als minister van Financiën en vice-premier.

Nobelprijswinnaar Paul Krugman schetst een serieuzer probleem in Spanje in zijn blog voor The New York Times. ‘The pain in Spain … isn’t hard to explain’, aldus Krugman. Spanje lijkt op Californië: beide gebieden zijn van vergelijkbare omvang en inwonertal. Maar Spanje ontbeert de innovatieve economie van een Silicon Valley. Het is eerder een soort Florida, met een doorgeprikte huizenbel, maar dan erger, aldus Krugman. Spanje kan niet zoals Californië voor zijn uitgaven voor sociale zekerheid terugvallen op een Europese regering. Er is weinig of geen arbeidsmobiliteit naar andere Europese staten. Devaluatie van de lokale munt ter verbetering van de concurrentiepositie is met de euro onmogelijk geworden.

Volgens Krugman is het enige alternatief een drastische verlaging van de lonen. Maar dat is onder de huidige omstandigheden sociaal moeilijk te verkopen. En: het brengt een golf aan wanbetalers teweeg van mensen die hun schulden en hypotheken niet meer kunnen aflossen. Zo bijt Spanje zich economisch in zijn eigen staart.

Er worden al vergelijkingen gemaakt met Japan. Daar zorgde een geknapte zeepbel in speculatief onroerend goed en een berg aan oninbare bankleningen voor een economische stagnatie van meer dan tien jaar. En dat terwijl Japan in tegenstelling tot Spanje toen wel beschikte over een krachtig concurrerende industrie.

In Spanje begint men te beseffen dat men aan de vooravond staat van wat wel eens een nieuw economisch en sociaal experiment kan worden. Na vijftien jaar spectaculaire groei, die een maatschappij transformeerde in een samenleving van overvloed, waarin miljoenen immigranten zonder al te grote sociale spanningen soepel werden opgenomen, lijkt nu een lange periode aangebroken waarin alsnog de economische en sociale veerkracht op de proef wordt gesteld.