Protectionisme is verleidelijk

Nu de recessie in kracht toeneemt, groeit wereldwijd de roep om beschermende maatregelen. Hoe is de realiteit? En is protectionisme zinvol?

Twee pelotons Australische en Nieuw-Zeelandse juristen, wetenschappers en diplomaten vlogen onlangs de halve wereld over om voor een panel van de Wereldhandelsorganisatie in Genève een pittige handelsruzie uit te vechten – over appels. Australië weert de import van appels uit het buurland. „Puur protectionisme”, meende de Nieuw-Zeelandse jurist op de openbare zitting. Onzin, repliceerde haar Australische collega. „Dit is bescherming van de volksgezondheid. Er zijn besmettelijke ziektes in Nieuw-Zeeland die bij ons niet voorkomen.”

Er is veel creativiteit in de handelspolitiek. Importtarieven, exportsubsidies en staatssteun zijn de meest zichtbare en traditionele vormen van protectionisme. Maar ook voor uitsluiting om redenen van volksgezondheid of milieu kunnen domweg economische redenen zijn. „Dat soort maatregelen worden dé handelsbarrières van de 21ste eeuw”, zegt Peter van den Bossche, hoogleraar Internationaal Handelsrecht aan de Universiteit Maastricht. Hij werkte van 1997 tot 2001 voor het beroepsorgaan van de WTO.

Nu de wereld in economische crisis verkeert en massaontslagen aan de orde van de dag zijn, kan de druk op politici groot zijn om op wat voor manier dan ook de eigen markt af te schermen. Met name in Europa voeren werknemers de druk op regeringen op. In Engeland gingen de afgelopen week werknemers van een olieraffinaderij de straat op omdat hun Franse werkgever Italiaanse en Portugese arbeiders laat inhuren. Ook in Frankrijk, Duitsland, de Baltische staten en Griekenland zijn stakingen en demonstraties voor bescherming tegen de gevolgen van de crisis. Soms geven regeringen toe. „In moeilijke tijden grijpen staten terug op perverse maatregelen als importtarieven en quota”, zegt Van den Bossche.

Het meeste rumoer over protectionisme kwam de laatste dagen uit de Verenigde Staten. Daar riepen politici op tot een Buy American-clausule in een komend pakket stimuleringsmaatregelen, zodat alleen Amerikaans ijzer, staal en andere materialen gebruikt mogen worden in publieke werken. Inmiddels heeft president Obama zich tegen deze clausule uitgesproken en hebben leden van het Congres hun protectionistische voorstel weer afgezwakt.

Is er wereldwijd ook werkelijk een groei in het aantal protectionistische maatregelen te zien? De Wereldhandelsorganisatie (WTO) heeft afgelopen maand een lijst opgesteld van onlangs onder invloed van de crisis genomen protectionistische maatregelen.

Vervolg Vrijhandel: pagina 15

Dreigende toename van bescherming eigen markt

Vervolg Vrijhandel van pagina 1

Naast de miljarden voor de financiële sector is de belangrijkste ontwikkeling, constateert de WTO, de staatssteun voor de auto-industrie – van 17,4 miljard dollar voor GM en Chrysler, via 1 miljard euro aan leningen voor Peugeot en Renault tot verhoging van het importtarief op auto’s in Rusland.

In andere sectoren van de economie ziet de WTO in zes landen plus de EU protectionistische initiatieven. De meest creatieve maatregel komt van de Indonesische minister van Handel. Zij wil de import van koelkasten, T-shirts, tabak en honderden andere artikelen in het eilandenrijk beperken tot een vijftal havens. De reden is, aldus decreet 44, dat de crisis „een onvoordelig effect heeft op de economie” en dus wil zij maatregelen nemen voor het creëren van „eerlijke concurrentie” en „bescherming van de consument”.

De Europese Unie staat op de WTO-lijst van zeven wegens de herintroductie van exportsubsidies voor zuivel. India, Argentinië, Zuid-Korea, Oekraïne en Ecuador hebben allemaal importtarieven verhoogd.

„Landen kunnen soms importtarieven verhogen zonder de regels te schenden”, zegt Van den Bossche. Dat komt doordat WTO-leden afspraken maken over de maximum hoogte van tarieven, terwijl ze in de praktijk lagere heffingen toepassen. Zo houden ze speelruimte om de eigen markt te beschermen. Als alle landen hun tarieven zouden verhogen tot het maximaal toegestane niveau, dan zou dat een dermate hoge barrière vormen dat het volume van de wereldhandel met ruim 7,5 procent zou dalen, becijferden analisten van het Amerikaanse International Food Policy Research Institute eind vorig jaar.

De WTO concludeert dat er vooralsnog slechts „beperkt bewijs is van verhogingen in tarieven of andere handelsbarrières”. „Het lijkt erop dat lidstaten met succes de druk weerstaan om protectionistische maatregelen te nemen”. Staatssecretaris Heemskerk (Economische Zaken, PvdA) is echter minder positief. „Bedrijven stuiten meer en meer op moeilijkheden, zoals aanpassing van technische vereisten.” Bovendien zitten bij veel landen protectionistische voorstellen „nog in de pijplijn”. Hij is daar niet blij mee want „vrije internationale handel is de motor van ondernemend Nederland”.

Wat niet is kan nog komen zegt ook directeur-generaal Pascal Lamy van de WTO. Het gevaar is, zo zei hij afgelopen weekend, dat kritiek op de liberalisering van de financiële markten, als oorzaak van de financiële crisis, ook wordt gericht op de versoepeling van de regels voor internationale handel. Terwijl, aldus Lamy, de weg uit de crisis juist ligt in het stimuleren van de internationale handel.

Dat is ook de conclusie van het Peterson Institute for International Economics in Washington dat de effecten van de buy American-clausule heeft doorberekend. De clausule levert maximaal 10.000 banen op, 1.000 in de staalindustrie en de rest bij producenten van andere productiematerialen, maar kan net zo goed werkgelegenheid kosten wegens represailles van andere landen. Als 1 procent van de diensten en goederen die Amerika aan andere landen levert wegvalt als vorm van represaille kost dit al 6.500 banen. Daar komt, volgens de denktank, nog de imagoschade bovenop die de VS lopen door internationale handelsverplichtingen te schenden.

Maar mogen overheden hun bevolking dan helemaal geen bescherming bieden? Bescherming tegen de gevolgen wel, zei Lamy afgelopen weekend. Dit is volgens de Fransman het moment voor, bijvoorbeeld, sociale vangnetten. „Maar isolatie, nee”, vervolgde hij. Lamy refereerde aan de Smoot-Hawley Act, de Amerikaanse wet uit 1930 die hoge importtarieven op duizenden producten plaatsten en daarmee de Grote Depressie verergerde. Nieuwe en geavanceerdere varianten van Smoot-Hawley, zei Lamy, daar moeten we voor waken.