Kunst in de polder

Steeds vaker wordt kunst ingezet om veranderingen op het platteland te markeren.

In polder- en veengebied De Venen bij Woerden staat nu een kerkje in de recreatieplas.

Kijk op Google Maps en de omgeving van Woerden is groen, polder, zoals het al generaties is. Het biedt een thuis aan trekvogels en aan schapen, die grazen tussen sloten en boerderijen. Wie hier doorheen wandelt, ziet overal contouren van een vertrouwde horizon: groen, vlak, met her en der een kerktorentje dat de blauwe hemel in piept.

Maar natuurlijk is niets ooit wat het lijkt. Woerden ligt middenin de Randstad. Ter plekke blijken snelle autowegen de polder te doorkruisen, is het groen een populair golfterrein, het meertje een recreatieplas en de met riet bedekte boerderij een restaurant voor sporters en campinggasten. Niet alleen steden veranderen zienderogen, ook het traditionele platteland verdwijnt. Steeds vaker wordt kunst ingezet om die veranderingen te markeren en de pijn bij omwonenden te verzachten.

Op de recreatieplas achter het golfterrein van Kamerik, naast Woerden, verscheen in december een kerkje: een kunstwerk van kunstenaarsduo Broos. Het is een van de meer tastbare projecten van Kunstenplan Zangsporen, een langdurig kunstproject waarmee de provincie Utrecht sinds 2002 in polder- en veengebied De Venen in het Groene Hart investeert.

Door het gebied organiseren kunstenaars wandelingen langs historische plekken, loopt een ‘polderwachter’ en verrijzen grote ouderwetse hekken in de wei, ontworpen door kunstenaars. De Zangsporen-website ademt een verlangen naar veengebieden met tovenaressen en molenstompen. Community art op z’n Swiebertjes. Het platteland heeft een geliefde romantiek. En De Venen is dan ook een dankbaarder omgeving voor kunst dan een rotonde of woonwijk. Maar het heeft ook minder publiek. En als verantwoording naar de belastingbetaler is de romantiek van onzichtbaarheid een nogal zwak argument. Om die reden is communicatie rond kunst op het platteland vervlochten met de kunst zelf: verslaglegging op internet, bijeenkomsten voor omwonenden, busreisjes en gegidste wandelingen.

Die communicatiebehoefte blijkt ook bij het kerkje van Broos, waar een informatiebord aan de rand zeldzaam uitgebreide informatie biedt over de kunstenaars en het kunstwerk. Dat heet Schuilplaats voor Anas Penelope, naar de Latijnse naam voor de smient, en is een eendenkooi met symboliek. Het heeft het silhouet van een IJslands kerkje, naar het thuisland van de smient die daar broedt en in De Venen overwintert.

Dat is niet de enige betekenis van het werk. Tijdens de Reformatie liepen katholieken hier richting een schuilkerk iets verderop, die alleen nog in de overlevering bestaat. Een landschap bedekt zijn geheimen, kunst kan die onthullen. Maar helaas is het verhaal warmer dan het kerkje zelf. Op persfoto’s verrijst het sprookjesachtig uit het riet, in het echt blijkt het een zwarte vlek die verzuipt op de grote plas. Het is te klein, of het meertje is te groot – de schaal klopt niet. Beter zou zijn als het verscholen lag, gezellig voor de smient en een goede parallel met de schuilkerk.

Kunst op het platteland bestaat vaak uit kleine projectjes van tijdelijke aard – een houten kerkje in water kan niet lang bestaan. De projecten zijn klein zodat ze een menselijke schaal hebben, maar vallen onzichtbaar onder grootse meerjarenplannen. Hoe meer Nederland op de tekentafel wordt ingedeeld voor planologische ambities, hoe meer kunstambtenaren gelijke tred moeten houden met grote gebiedsplannen. Utrecht legt met kunst de nadruk op het agrarische, Noord-Brabant juist op landschap en ecologie en Zuid-Holland op het uitzicht van de mens in het groen-stedelijke panorama. Maar eigenlijk zijn die verschillen subtiel: in alle provincies stimuleert kunst collectieve herinneringen aan een oer-Hollandse, soms gedroomde geschiedenis.

Kunst als panacee, om mensen te verzoenen met de veranderende identiteit van hun woonomgeving.

Kunstproject Schuilplaats voor Anas Penelope, Broos, Oortjespad 3, Kamerik. www.zangsporen.nl