Korter werken of kürzer arbeiten

Ondernemen op de landsgrens, zoals fabrikant van zonnecellen Solland doet, betekent in de huidige crisis ook: omgaan met twee overheden en hun verschil in aanpak.

De situatie bij Solland Solar heeft schizofrene trekjes. Door de teruggelopen vraag naar zonnecellen zal er binnenkort voor 110 van de 404 personeelsleden geen werk zijn. Maar er rijden wel dagelijks zo’n honderd vrachtwagens af en aan, omdat achter het bedrijf een grote kuil wordt gegraven voor een uitbreiding. Ook vraagt de onderneming werktijdverkorting aan in Nederland én Kurzarbeit in Duitsland.

Solland Solar ligt op het bedrijventerrein Avantis, een gezamenlijk project van de gemeenten Heerlen en Aken. De grens loopt dwars door het bedrijf. „Nu zijn we in Nederland, en nu zijn we in Duitsland”, zegt directeur Jac Hanssen bij het overschrijden van een diagonale lijn in een van de gangen.

Het verhaal van het tegelijkertijd stilleggen van een kwart van de onderneming en het uitbreiden, krijgt Hanssen wel uitgelegd. Vorige week heeft hij zijn mensen daar nog over toegesproken. „Niet met ingewikkelde financiële bespiegelingen, maar in jip-en-janneketaal.” De klandizie laat het op korte termijn wat afweten, maar op lange termijn voorspellen de meeste analisten een omzetgroei van 30 tot 40 procent per jaar. Omstreeks augustus moet het normale productiepeil weer bereikt zijn. Daarna verwacht de directeur weer flink te gaan groeien, al zal de indrukwekkende omzetgroei tussen 2005 en 2007 (2819 procent) waarschijnlijk niet meer gehaald worden.

Met de verschillen tussen werktijdverkorting (wtv) en Kurzarbeit heeft Hanssen meer moeite. Duitsland doet niet erg moeilijk over de toekenning: overleg de gegevens over de terugloop van de vraag en in acht dagen is de zaak geregeld, als het moet voor een periode van achttien maanden. Nederland stelt de onverbiddelijke eis van een omzetvermindering van 30 procent over een langere periode. Het ministerie van Sociale Zaken kan wel zes tot acht weken over een antwoord doen, en dan is de wtv slechts voor zes weken geregeld. Verlenging kan, tot drie keer toe, maar vergt een nieuwe aanvraag.

Daar staat tegenover dat de Nederlandse regeling een stuk ruimhartiger is. Werknemers gaan er tijdens de wtv-periode niet op achteruit, terwijl getrouwde Duitsers terugvallen op 67 procent van het laatst verdiende nettoloon, en ongetrouwde Duitsers op 60 procent. „Dat betekent dat sommigen tot onder het bijstandsniveau zakken”, zegt Hanssen. „Dat wil ik mijn mensen eigenlijk niet aandoen. Daar komt bij dat ons uitgangspunt van begin af aan geweest is, dat de personeelsarrangementen voor Duitsers en Nederlanders zo gelijk mogelijk moeten zijn.”

Voor Hanssen is het puzzelen en aftasten: wat is wijsheid? Zowel de Duitsers als de Nederlanders 85 procent uitkeren? Dat levert waarschijnlijk problemen met de vakbonden op, omdat de Nederlandse cao 100 procent garandeert. En het is de vraag of minister Donner (Sociale Zaken, CDA) het goedkeurt dat met Haags geld de beloning van Duitsers wordt aangevuld.

Of ervoor kiezen de 110 tijdelijk op te schorten banen niet gelijkelijk te verdelen over de twee landen, maar alleen voor Nederlanders wtv aan te vragen. Het is een mogelijkheid, waarvan de gevolgen voor de continuïteit van het bedrijf nog moet worden bestudeerd.

De vergoedingen van de opleidingen die een bedrijf aan zijn tijdelijk overbodige werknemers kan aanbieden, zijn in Duitsland en Nederland eveneens anders geregeld. Bij de Kurzarbeit zorgt de overheid dat het afgesproken deel van het salaris wordt betaald en moet de werkgever 80 procent van de premies voor de sociale verzekeringen doorbetalen. Als hij een leertraject aanbiedt, vervalt die verplichting echter.

In Nederland betaalt de overheid alle premies. „De provincie heeft hier potjes waarmee we aan de slag zouden moeten kunnen”, verwacht Hanssen.

Solland Solar is eigendom van de Zeeuwse energiemaatschappij Delta. Dat bedrijf zette afgelopen najaar de oprichter en directeur van Solland, Gosse Boxhoorn, uit zijn functie wegens een verschil van inzicht. Zijn opvolger Hanssen verwacht dat het bedrijf in de tweede helft van het jaar de weg naar boven weer zal hebben gevonden.

Ook daarbij heeft de onderneming te maken met twee overheden. Steunend en stimulerend zijn ze beiden, constateert Hanssen, „maar Duitsland maakt meer werk van industriebeleid en duurzame energie”. De directeur wijst op een aantal Nederlandse windmolens die te zien zijn vanuit zijn kantoor. „Die staan soms stil. Aan de andere kant staan Duitse windmolens, in veel grotere aantallen, die op dat moment wel draaien. Ik heb het nooit nagevraagd, maar het moet iets te maken met de mate waarin zij hun energie kwijt kunnen. In Duitsland is dat goed geregeld. Zoals ze daar ook consequent kiezen voor stimuleringsregelingen voor duurzame energie. In Nederland worden die wel in het leven geroepen, maar dan weer stopgezet omdat ze te succesvol zijn.”