Iran twijfelt aan intenties VS

Nieuwsanalyse

Van een nieuw westers beleid ten opzichte van Iran is voorlopig nog geen sprake. Iraanse leiders laten blijken dat ze daarover teleurgesteld zijn.

Op hun eerste bijeenkomst na het aantreden van de nieuwe Amerikaanse president hebben de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad en Duitsland gisteren Obama’s aanbod verwelkomd om rechtstreeks met Iran te gaan praten.

Tegelijk onderstreepte de zogeheten P5+1 (de VS, Rusland, China, Frankrijk en Groot-Brittannië, plus Duitsland) in een verklaring na hun besloten beraad in Wiesbaden de noodzaak van een diplomatieke oplossing van de Iraanse nucleaire kwestie „op basis van het tweesporenbeleid”. Dat was een bevestiging van de bestaande wortel- en stokpolitiek: diplomatiek contact (via EU-buitenlandcoördinator Javier Solana) en in kracht toenemende sancties.

Of, en zo ja hoe, het inderdaad tot een nieuwe politiek in de vorm van een directe dialoog met Iran gaat komen, valt aan de hand van de uitspraken en daden van beide zijden nog niet te voorspellen. Onder president Bush wilde Washington niet weten van een gesprek over de nucleaire kwestie, zolang Teheran niet had ingestemd met de opdracht van de VN-Veiligheidsraad om het verrijken van uranium op te schorten. Dat is voor Iran onbespreekbaar.

Tot dusverre heeft het ‘nieuwe’ Washington – op dit moment nog met zichzelf in debat over het Iran-beleid en nog zonder Iran-afgezant – echter geen aanwijzing gegeven dat het overweegt die voorwaarde in te trekken. Obama legde eind januari juist de verantwoordelijkheid bij Iran, met zijn opmerking dat „als landen als Iran bereid zijn hun vuist te openen, zij een uitgestoken had zullen aantreffen”. Minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton zei vervolgens dat „er een duidelijke kans is voor de Iraniërs [..] bereidheid te tonen om op zinvolle wijze aan te haken bij de internationale gemeenschap”. Zij refereerde later nog enkele malen aan de te openen Iraanse vuist.

Nadat Iran dinsdag een eigen satelliet had gelanceerd – in het Westen bezorgd begroet als mogelijke stap in een nucleair wapenprogramma; door Teheran verdedigd als onderdeel van een zuiver vreedzaam onderzoeksprogramma – verhardde Washington zijn toon.

De VS zullen „alle elementen van hun nationale macht” gebruiken om de diverse Iraanse uitdagingen het hoofd te bieden, aldus een woordvoerder van het Witte Huis. Hij somde daarbij de „motieven voor verscherpte bezorgdheid van deze regering” op: het raketprogramma, een illegaal nucleair programma, dreigementen richting Israël en steun voor internationaal terrorisme. The New York Times meldde tegelijk dat binnen de nieuwe Amerikaanse regering wordt gedacht over verzwaring van de sancties tegen Iran.

Op niet-nucleair gebied ondernam Washington wel enkele acties die als gebaren van goede wil kunnen worden uitgelegd. Het State Department maakte deze week bekend dat een damesbadmintonploeg naar Iran zou gaan, en het ministerie van Financiën plaatste de Iraans-Koerdische gewapende oppositiegroep PJAK op zijn terreurlijst.

Iran is voorlopig niet onder de indruk. Teheran gaf de badmintonploeg geen visa, met het door Washington afgewezen argument dat de verzoeken daartoe te laat waren ingediend.

Iraanse leiders, die met een gelukwens van president Ahmadinejad aan Obama bij diens verkiezing hun interesse in verbeterde relaties hadden uitgedrukt, laten ook in woorden blijken vooralsnog teleurgesteld te zijn in Washington. De Iraanse parlementsvoorzitter en ex-nucleair onderhandelaar Ali Larijani zei vorige week grote twijfel te hebben of Obama’s Midden-Oostenpolitiek anders zal zijn dan die van Bush. Ahmadinejad adviseerde de grote mogendheden vandaag „te leren met respect tegen andere volkeren te spreken”. „Dan zal het vreedzame en beschaafde Iraanse volk naar u luisteren.”