'I puritani' is erg lastig

Opera I puritani van V. Bellini door de Ned. Opera en het Ned. Philharmonisch Orkest o.l.v. Giuliano Carella. Gezien: 8/2 Muziektheater Amsterdam. Herh.: t/m 1/3. Res. 020 6255455. Radio 4: 28/2 19 uur. * * *

Nog maar voor de vierde keer wordt I puritani (1835), de laatste opera van de jong gestorven Vincenzo Bellini, in Nederland scènisch uitgevoerd. De vorige voorstellingen vonden plaats in 1906 met sopraan Maria Galvany, in 1962 met Anna Moffo en in 1984 – precies een kwart eeuw geleden – met Cristina Deutekom als Elvira.

De melodieuze muziek van Bellini is terecht geliefd, maar I puritani is daarmee niet zo rijk bedeeld als Norma. Het libretto over de Engelse burgeroorlog (1642-1651) tussen Cromwell en het Stuart-koningshuis is problematisch, omdat liefde, religieus fundamentalisme en een machtsstrijd worden bedolven onder waanzinscènes.

Het verhaal is terug te brengen tot een Romeo en Julia met een happy end: de republikeinse Elvira wil trouwen met de royalistische Arturo, die ter dood wordt veroordeeld door Riccardo, zijn rivaal in de liefde. Elvira wordt krankzinnig, maar dan is er ineens toch een amnestie. Vreugde alom!

De Italiaanse regisseur Francisco Negrin doet daar dezelfde ingreep als de Roemeense regisseur Andrej Serban in 1984: Riccardo doodt tóch Arturo. De opgewekte tekst en de treurige visuele handeling staan dan haaks op elkaar. Negrin lost dat beter op dan Serban destijds: de vermeende goede afloop is gewoon het zoveelste waanidee van Elvira.

De enscenering is Italiaans van karakter met traditionele kostumering en een modern ‘roestvrijstalen’ decor dat spectaculair werkt. De opera ziet eruit als een stripverhaal dankzij een bijna eindeloze opeenvolging van nieuwe decordelen, alsof ze vanaf de Amstel het Amsterdamse Muziektheater worden binnengeschoven. Ze zijn voorzien van braillenoppen, omdat iedereen verblind is. Zó eenvoudig kan regisseurstheater zijn.

De voorstelling zelf is vaak erg ouderwetse opera en komt juist door het vaak hoge tempo van dirigent Giuliano Carella – een specialist in dit genre – maar moeizaam op gang. Pas als het tempo zakt en de melodieën vloeien, ontstaat wat vervoering. Dan blijkt ook hoe vocaal veeleisend I puritani is met al die topnoten: legendarisch repertoire van Maria Callas, Joan Sutherland en Luciano Pavarotti.

De Amerikaanse tenor John Osborne (Arturo) was bij de premìère lange tijd de beste zanger. Zijn hoogste noten waren hel, niet schel. Maar in de laatste acte, in een duet met de soms al te scherp zingende Spaanse sopraan Mariola Cantarero (Elvira) klonken vervaarlijk geforceerde en lelijke samenklanken. Cantarero was op haar best en aandoenlijkst in de tweede acte, waarin ze als een psychiatrisch geval wordt ontleed in een medische collegezaal.

De Amerikaanse bariton Scott Hendricks (Riccardo) kon door gebrek aan draagkracht en sonoriteit weinig indruk maken. De Amerikaanse mezzosopraan Fredrika Brillembourg was prachtig in de kleine rol van Enrichetta. Het geheel was aanmerkelijk minder dan de concertante uitvoering in de ZaterdagMatinee in 1995 met de adembenemende perfectie van Luba Orgonasova en de sensationele klaroennoten van Stuart Neill.