En hoe pik je de talentvolle spelers eruit?

Hoe herken je voetbaltalent en hoe ga je ermee om?

Op de nationale coachdag in Zeist kregen jeugdtrainers een stoomcursus van Aad de Mos.

De anekdote is niet nieuw, maar blijft vermakelijk. Zeker als er details aan worden toegevoegd, zoals Aad de Mos onlangs deed op de nationale coachdag in Zeist. In het seizoen 1980-1981 vroeg de Hagenaar, toen bij Ajax in dienst als hoofd jeugdopleidingen, aan scout Tonnie Pronk waar Marco van Basten was gebleven op het lijstje van aan te trekken jeugdspelers. Hij bleek te zijn afgevoerd. De jeugdige Van Basten had groeiproblemen en al een half jaar geen wedstrijd meer gespeeld. Ajax verlegde de aandacht naar Edwin Godee, vanwege zijn sterke linkerbeen, en balgoochelaar Gerald Vanenburg. Op een zaterdagmorgen belde vader Joop van Basten naar De Mos, die ook hoofd scouting was, of zijn zoon niet voor een kleine vergoeding alsjeblieft tóch mocht komen. Marco was inmiddels van UVV naar Elinkwijk overgestapt.

De Mos vorige week in een clinic voor een gehoor van jeugdcoaches, onder wie Arnold Mühren, Heini Otto (beiden Ajax), Dennis den Turk (AZ) en Arjan van der Laan (Sparta): „We hebben Marco laten komen omdat Joop van Basten aanbood vanuit Utrecht mee te poolen met vader Godee en de zuster van Gerald. Ze zouden om de beurt rijden. Dus laat nou niemand zeggen dat hij Marco van Basten heeft ontdekt, want die is niet ontdekt.”

Het geeft wel aan dat toevalligheden nog wel eens een rol spelen bij het speuren naar een goede voetballer. Wat is talent en hoe beoordeel je dat? Hoe valt talent te definiëren waardoor je het sneller onderkent?

Die vragen kregen jeugdcoaches voorgelegd in een speciale workshop.

Talent bestaat niet, zegt hoogleraar Remy Rikkers van de Erasmus universiteit in Rotterdam. De invloed van aanleg is minimaal, veel kan worden aangeleerd, meent hij. Maar collega Chris Visscher van de universiteit in Groningen stelt: talent is slim zijn in het bedrijven van topsport. Uitblinkers scoren hoog door hun inzicht. Neem bijvoorbeeld Phillip Cocu, stond altijd op de goede plek en deed dan de juiste handelingen.

Hoe ontdek je een talent op jonge leeftijd? Als Jaap de grootste is van het jeugdelftal steekt hij met kop en schouders boven zijn leeftijdgenoten uit. Maar hebben zijn ploeggenoten hem qua postuur ingehaald, dan onderscheidt hij zich misschien niet meer op het veld. De Mos, die momenteel bij gebrek aan baan zijn dochter Tessa, een spelersmakelaar, assisteert, stelt: „Talentherkenning doe je vanuit je onderbuikgevoel. Fingerspitzengefühl. Dat is niet aan te leren. Je moet weten wat er gevraagd wordt van een topspeler. Kees Rijvers gaf mij, toen ik trainer werd van PSV, een lijstje met namen van veertien onbekende voetballers. Negen van hen hebben de absolute top gehaald. Onder wie Phillip Cocu en Winston Bogarde. Rijvers heeft een heel geoefend oog voor talent.”

En dan zijn er natuurlijk verschillende soorten talent. De Mos: „Neem de positie van de nummer tien bij PSV. Daar speelt in principe Ibrahim Afellay. Aan zijn acties kun je zien dat het een goede voetballer is. Maar jeugdtrainer Wiljan Vloet stelt ook terecht dat hij niet doorgroeit. Een heel andere type voetballer die op deze positie ook kan spelen is Otman Bakkal. Hij werd veel later ontdekt. Waarom? Doordat niemand het zag. Hij heeft de gave om op het juiste moment een gat in te lopen of voor het doel op te duiken. Dan zit de scout net even te schrijven. Bakkal doet ook iets goeds zonder bal, Afellay met bal.”

Een trainer/coach kan ook invloed hebben op de ontwikkeling van talent. De Mos: „Daardoor vergiste ik me in Daryl Janmaat (nu SC Heerenveen, red.). Die heb ik acht tot tien wedstrijden gezien bij de B-junioren van ADO Den Haag. Hij viel me nooit op, maar speelde toen onder de hoede van een behoudende trainer. In de A1 bleek Janmaat ineens een groot talent (rechtsback, red.) bij een offensief ingestelde coach.”

Ruud Dokter, docent bij de KNVB en bondscoach van het vertegenwoordigende elftal onder 16 jaar, formuleert: „Een voetbaltalent is een speler die vaker succesvolle keuzes maakt in spelsituaties en de mogelijkheid heeft door te groeien naar de top. Maar de conclusie moet zijn: iedereen kijkt op zijn manier naar een talent vanuit een eigen referentiekader (technisch, tactisch, fysiek en mentaal). Er zijn vroegbloeiers en laatbloeiers. Dus oordeel niet te snel. Er zijn talrijke valkuilen waardoor je verkeerde conclusies kunt trekken. Bijvoorbeeld leeftijdsgrenzen, thuissituatie, groeispurt, invloed zaakwaarnemers en het uitsluitend beoordelen van technische kwaliteiten.”

Het laatste praktijkvoorbeeld van Aad de Mos: „Julien Escudé was niet goed genoeg voor Ajax. Nu speelt hij bij Sevilla samen met Javi Navarro de sterren van de hemel. Hij kon zogenaamd niet goed meevoetballen, maar een duwtje in de rug of een tikje tegen de voet van de tegenstander kan voor een verdediger genoeg zijn. Als je ziet hoe er bij balverlies door de internationale toppers wordt geanticipeerd, dat is ongelooflijk. Wij beoordelen een verdediger altijd op wat ze niet kunnen. Fabio Capello (bondscoach van Engeland, red.) zei eens tegen mij: ‘Jullie doen of je het voetbal hebt uitgevonden. Maar wat heeft jullie nationale elftal nou in de historie gewonnen?”