Dubieuze grenscontrole

Botscans en databases vervangen tegenwoordig de slagboom aan de grens.

Waterdicht is de techniek niet altijd, aldus het nieuwe boek ‘De Migratiemachine’.

Om zeecontainers en trucks op illegalen te onderzoeken, worden tegenwoordig hittezoekers en kooldioxide-detectoren gebruikt. Overheidsdiensten hanteren risicoprofielen van vreemdelingen, DNA-testen om te kijken of iemand in aanmerking komt voor gezinshereniging en botanalyses om te bepalen of iemand minderjarig is.

Deze vaak onzichtbare technologie wordt in toenemende mate ingezet voor ‘modern’, restrictief immigratiebeleid. Het wordt fysiek steeds moeilijker een land binnen te komen en er wordt ook scherper gelet op of de immigrant wel gewenst is.

Staatssecretaris Albayrak (Justitie, PvdA) ontving gisteren het boek De Migratiemachine van het Rathenau Instituut over de neveneffecten van ‘migratietechnologie’. Volgens Huub Dijstelbloem, projectleider van het onderzoek en mede-auteur, hebben publiek en politiek ten onrechte nauwelijks belangstelling hiervoor.

Waarom wilt u meer aandacht voor de migratietechnologie?

„Het migratiebeleid moet geen proeftuin worden om nieuwe of bestaande technologie uit te proberen. Zeker als deze niet bewezen betrouwbaar is.”

Zoals?

„Zoals röntgenfoto’s van het sleutelbeen om te bepalen of een persoon nog minderjarig is. Deze techniek bestaat al langer, maar medische deskundigen verschillen nog steeds over de mate van zekerheid die het botonderzoek geeft. Een ander voorbeeld is de spraakherkenningstechnologie die op Nederlandse ambassades wordt gebruikt om het inburgeringsexamen af te nemen. Spraakherkenning is niet waterdicht. De technologie is eerder gebruikt door callcenters, maar bij inburgeringsexamens, hangt er ontzettend veel van af.”

Kan bewezen betrouwbare technologie, zoals met DNA, wel worden gebruikt?

„Die methode geeft inderdaad bijna 100 procent zekerheid over een familierelatie. Maar er zijn ook nadelen. Gezins- en familierelaties kunnen breder zijn dan alleen biologisch. Een moeder kan zich gedwongen voelen een test te weigeren omdat haar man misschien niet de vader is, maar wel voor het kind zorgt. Daarmee loopt ze gezinshereniging wellicht mis.”

Het boek waarschuwt voor technieken om personen met bepaalde kenmerken eruit te pikken. Waarom?

„Met behulp van databases en biometrische gegevens – irisscans, vingerafdrukken – kan je migranten onderscheiden op basis van ras, huidskleur of etnische achtergrond. Dat kan leiden tot discriminatie. En het is heel lastig, zo niet onmogelijk, voor deze mensen om bezwaar te maken. Als assertieve Nederlandse burgers het gevoel hebben dat bijvoorbeeld de Belastingdienst hen onheus bejegent, dan weten ze waar ze heen moeten met hun klachten. Maar stel dat een migrant die de taal niet spreekt en soms laag opgeleid is naar het Europees Hof moet. Dat schiet niet op.”

Wordt het migratiebeleid effectiever door het gebruik van de technologie?

„Duidelijke evaluaties en cijfers zijn er niet, althans ze zijn vaak niet openbaar, dus dat is lastig te zeggen. In Europa bestaan enorme databases met de gegevens van miljoenen illegale immigranten, maar de controle op de effectiviteit is moeilijk. Eigenlijk is alleen Duitsland open op dat punt. Evaluatie is ook lastig, omdat het doel waarvoor de technologie wordt gebruikt soms verandert. Zoals bij de spraaktechnologie. Aanvankelijk was integratie het doel: hoe beter mensen Nederlands spreken voor ze naar Nederland komen, hoe sneller ze kunnen integreren. Maar door het niveau van de test te verhogen, hou je meer mensen buiten de deur en haal je alleen de beter opgeleiden binnen.”

Zou u van de technologie af willen?

„Het zou vreemd zijn als de beschikbare technologie niet zou worden gebruikt. Bovendien maakt inzet ervan beleid vaak efficiënter en effectiever.”

Maar het tast ook de privacy aan.

„Precies. En daar is nauwelijks discussie over. Het enorme vertrouwen in de technologie heeft me verbaasd.”