Cuche is niet bang op de steile muur van ijs

Helling in Val d’Isère biedt spektakel van hoog niveau.

Landgenoot van Cuche na val in Kitzbühel nog in coma.

Sinds de Winterspelen van 1992 staat de Face de Bellevarde te boek als een uitdagende, vooral steile skihelling. Omgeven door een feeëriek landschap aan de rand van het Franse skiresort Val d’Isère stortte de 34-jarige Zwitser Didier Cuche zich gistermorgen het snelst van de ‘muur van Val d’Isère’. Met op de rechte stukken soms snelheden tot bijna 120 kilometer per uur gleed hij met een bewonderenswaardige technische vaardigheid, spierkracht en lichaamsbeheersing over de ijzige piste en werd wereldkampioen op het onderdeel super-G.

Cuche werd voor het eerst in zijn lange loopbaan wereldkampioen. Hij durfde het meest, had mogelijk het beste (geprepareerde) materiaal en was het fortuinlijkst op de zonovergoten helling die op veel plaatsen meer ijsbaan dan sneeuwpiste was. Onverwacht was de overwinning van Cuche niet. De slagerszoon uit het nietige dorpje Le Pâquier bij Neuchatel won eerder wedstrijden op ijzige pistes. Tweemaal (in 1998 en 2008) was hij de snelste tijdens de afdaling van de Streif op de Hahnenkammrennen in Kitzbühel, die met de helling van Bormio tot de zwaarste en gevaarlijkste pistes wordt gerekend.

Meestal werd Cuche de afgelopen jaren tweede, zoals op de super-G tijdens de Winterspelen van 1998 in Nagano, achter de grootste waaghals van alle skiërs Hermann Maier. Gisteren werd de 36-jarige Oostenrijker achttiende, maar dat lag meer aan zijn griep met hoge koorts dan aan de moeilijkheidsgraad van de piste.

Toen begin jaren negentig de oud-skikampioen Jean-Claude Killy, afkomstig uit Val d’Isère, als organisator van de Winterspelen werd geadviseerd de Bellevarde te gebruiken als olympische piste voor de skinummers (afdaling, super-G, reuzenslalom en slalom), sloeg de Fransman de schrik om het hart. Maar Killy nam het advies ter harte, juist omdat op deze bergwand het publiek het mooiste uitzicht had op de races. Ondanks tal van aanpassingen, zonder het milieu aan te tasten, bleven de kenners en veiligheidsexperts sceptisch. De helling kon te gevaarlijk worden. Zo bleek ook na de eerste proefafdalingen, op het snelste deel onmiddellijk onder de top, werden op de zogenoemde Edelweissmuur snelheden van 145 kilometer per uur gemeten. Snelheden die overigens ook op de Streif in Kitzbühel op de Lauberhorn in Wengen worden gehaald.

De skiwedstrijden van de Winterspelen van 1992 werden een groot spektakel. Vooral de slalom en de reuzenslalom waren dankzij de opwindende races van de Italiaan Alberto Tomba van ongekend niveau. De Bellevarde blijft een kritische berg. Met het oog op de WK van dit jaar in Val d’Isère, 17 jaar na de Winterspelen, werd door de veiligheidsexperts streng gekeken naar mogelijkheden om de snelheden te beperken. Enerzijds willen de organisaties spektakel, anderzijds geen zware ongelukken, zoals ze nog vaak voorkomen. Twee weken geleden ging in Kitzbühel de 25-jarige Zwitser Daniel Albrecht bij een snelheid van bijna 140 kilometer per uur onderuit. Hij liep daarbij schedel- en hersenletsel op. De skiër ligt nog altijd in coma.

„Ich gratuliere allen, die hier heruntergefahren sind. Ich glaube, wir spinnen”, zei Didier Cuche na de Hahnenkamm in Kitzbühel van vorige maand (Ik feliciteer iedereen die hier naar beneden is geskied. Ik geloof dat we gek zijn). Maar gisteren stond hij toch weer aan de start van het WK super-G op de even gevaarlijke Bellevarde.

Daniel Albrecht zou gisteren zonder twijfel hebben meegedaan. Met het leed van hun landgenoot in gedachten stortten de Zwitsers Cuche en Didier Defago zich gisteren van de Bellevarde. „Natuurlijk is het moeilijk en we hebben onderling ook over de situatie gesproken”, zei vooraf Defago, de winnaar in Kitzbühel. „Maar we moeten door met onze sport en alle risico’s van dien aanvaarden. Dat is ook wat Daniel zou willen.” Cuche na afloop van zijn winnende race: „Ik ben tot aan de limiet gegaan. Dat kan mislopen. Gelukkig is het vandaag goed gegaan. Deze is voor Daniel. Ik hoop dat hij snel weer van de partij is.”

Cuche vertrouwde op zijn ervaring en zijn materiaal. „Vooral het materiaal was heel belangrijk. Je had ski’s nodig waarmee je grip had op deze bodem, anders werd het onmogelijk. Ik heb dinsdag met mijn materiaalman twee soorten schoenen en ski’s uitgeprobeerd. Ik denk dat we de juiste keuze hebben gemaakt.”

Favorieten als de Amerikaan Bode Miller (twaalfde), de Oostenrijker Benjamin Raich (vijfde) en de Zwitser Defago (achtste) hadden het minder naar hun zin. De laat gestarte Italiaan Peter Fill profiteerde en werd tweede. De Noorse favoriet Aksel Lund Svindal werd derde. Van de 70 gestarte deelnemers haalden 20 skiërs niet de finish, zoals de Amerikaanse favoriet en olympisch kampioen Ted Ligety. Hij ging onderuit, belandde in de vangnetten, maar bleef ongedeerd.