Ban van Balkenende

De beslissing van premier Balkenende om een parlementair onderzoek naar de kwestie Irak niet langer te verhinderen biedt uitzicht op herstel van normale staatsrechtelijke verhoudingen. Gisteren gaf de premier zijn eigen onderzoekscommissie, onder leiding van oud-rechter Davids, carte blanche om alle bronnen te raadplegen die gewenst zijn. Op voorspraak van de PvdA bood hij de Tweede Kamer ook alle ruimte om eventuele vervolgvragen nog in een eigen parlementair onderzoek te beantwoorden.

Na jaren tegenstribbelen brak Balkenende met deze ruimhartige opstelling onverwacht de ban. Een afspraak tijdens de coalitiebesprekingen uit 2007 is nu doorgehaald. Toen dwong het CDA bij de PvdA nog een beperking af van het grondwettelijk recht op een parlementaire enquête. Dat leidde tot een wassende stroom vragen, speculaties en verdenkingen over de echte redenen waarom het kabinet in 2003 de invasie van Irak politiek steunde. Daarbij waren het steeds minder de uitgelekte feiten die de argwaan voedden alswel de gijzeling van het parlement en de arrogante houding van de premier die de verhoudingen vergiftigde. De Irak-kwestie vrat aan de fundamenten van de parlementaire democratie.

Belangrijkste schuldige is het CDA dat ook gistermiddag nog een wezenlijke afkeer van het democratische proces van openbaar onderzoek en informatie tentoonspreidde. Een parlementair onderzoek was niet nodig ‘omdat’ er niets is te verbergen, zo luidde de innerlijk tegenstrijdige redenering van fractievoorzitter Van Geel. Het zou volgens Van Geel maar ongewenst spektakel opleveren. Alsof de burger beschermd moet worden tegen het democratisch schouwspel.

Dat een commissie de kwestie zal ‘depolitiseren’ zoals Van Geel wil, is behalve onwaarschijnlijk ook ongewenst. De beslissing over de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog in Irak was politiek in essentie. De commissie onderzoekt geen afgesloten voorval, zoals Lockheed of de moord op Fortuyn, maar een levend dossier over internationale betrekkingen en veiligheidsrelaties. Aan de commissie komen dan ook ministers van Staat te pas. Balkenende krijgt straks een cijfer van een politiek seniorenconvent, ook voor gedrag en vlijt.

Het staatsrecht won gisteren helaas niet op alle punten. Het grondwettelijk gewaarborgde inlichtingenrecht van Tweede Kamerleden werd door een meerderheid aan de kant gezet. Het kabinet mag alle vragen, ook de reeds gestelde, over de kwestie Irak bij de commissie-Davids op de plank leggen. Daarmee heeft de Tweede Kamer zichzelf gekneveld en de oppositie buiten spel gezet.

Het kabinet had ervoor kunnen kiezen eerst de vragen van het parlement zelf te beantwoorden. Dan zou de commissie niet belast zijn met vragen die thuis horen in het verkeer tussen kabinet en volksvertegenwoordiging. Nu krijgt Davids een dubbelrol. De commissie neemt de inlichtingenplicht van het kabinet over en ze verricht een eigen onderzoek. Waar het een begint en het ander ophoudt is nu onhelder.