Balkenende heft blokkade van Irak-enquête op

Premier Balkenende blokkeert niet langer een parlementaire enquête naar de Nederlandse besluitvorming over de invasie van Irak in 2003.

Als het onderzoek van de commissie van deskundigen die nu aan de slag gaat daartoe aanleiding geeft, staat het de Tweede Kamer vrij een eigen onderzoek te houden.

„Dat wordt niet belemmerd door enige afspraak of wat dan ook”, aldus Balkenende gisteren in de Tweede Kamer. Die debatteerde de gehele dag over het besluit van de premier van afgelopen maandag een commissie in te stellen onder leiding van oud-president Davids van de Hoge Raad. Deze moet antwoord zien te vinden op alle gerezen vragen over de Nederlandse rol in de aanloop naar de door de Amerikanen en Britten begonnen oorlog tegen Irak.

De Kamer ging gisteren in meerderheid akkoord met dit voorstel. Een motie van D66 om al direct een parlementaire enquêtecommissie in te stellen werd verworpen.

Premier Balkenende hield de afgelopen jaren een onderzoek naar de Irak-oorlog stelselmatig tegen. Volgens hem viel er niets te onderzoeken, omdat de afweging voor het geven van politieke steun aan de invasie door het toenmalige kabinet onder zijn leiding een heldere was geweest: Irak was VN-resoluties niet nagekomen.

Maar als gevolg van aanhoudende publicaties besloot Balkenende begin deze week zijn verzet op te geven. De onafhankelijke commissie moet voor 1 november rapporteren. De oppositie vond dat hiermee het parlement buitenspel werd gezet en eiste een eigen onderzoek.

De voormalige Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Armitage heeft gisteravond voor de NOS-televisie zijn eerdere opmerkingen over door Amerika aan Nederland gevraagde militaire steun voor de oorlog genuanceerd. Volgens hem heeft de Amerikaanse regering pas in de zomer van 2003 een verzoek om bijstand gedaan, ruim na het begin van de oorlog.