Argentinië zoekt muntjes

De Argentijnse president Cristina Kirchner heeft gisteren aangekondigd dat in Buenos Aires binnen negentig dagen een ov-chipkaart wordt ingevoerd. De maatregel is gericht tegen de ‘muntencrisis’ in haar land: door een nijpend tekort aan kleingeld hebben inwoners van de hoofdstad steeds grotere moeite dagelijks voldoende muntjes te verzamelen voor de toegangspoortjes van bus en metro.

Al sinds vorig jaar kampt de stad – waar zeker een derde van de veertig miljoen Argentijnen woont – met een muntenschaarste, waarvan de precieze oorzaak vooralsnog niet te achterhalen is.

Een veelgehoorde verklaring is dat de munten worden gehamsterd door clandestiene geldhandelaren. Zij zouden op de zwarte markt voor muntgeld die inmiddels is ontstaan, de prijs willen opdrijven. Op straat worden voor het omwisselen van briefgeld commissies tot tien procent gerekend. Dit betekent dat een biljet van tien peso’s bijvoorbeeld maar negen pesomunten oplevert.

De theorie over de prijsspeculatie wordt gevoed door de ontdekking in oktober van omgerekend 1,3 miljoen euro aan muntgeld bij een gelddistributiebedrijf. Daarnaast zijn er nog onbevestigde geruchten dat de munten naar buurlanden worden uitgesmokkeld en daar omgesmolten.

Voor de banken in de stad staan op sommige momenten van de dag nu lange rijen met mensen die willen wisselen. De Centrale Bank van het land heeft hen opgeroepen geen muntgeld achter te houden. Burgers die menen dat ze bij het bankloket ten onrechte geen munten meekrijgen, kunnen hierover klagen bij een tiplijn van de overheid.

Het web van bussen, minibusjes, ondergrondse en bovengrondse treinen in Buenos Aires is in handen van in totaal 170 bedrijven. In een klein deel ervan kan al betaald worden met een chipkaart, die opgeladen wordt en waarvan de reissom automatisch wordt afgeschreven. Volgens de ov-sector is invoering van de kaart in negentig dagen onmogelijk en is een half jaar nodig. (BBC)