Wouter Hamel wil niet meer die blije eikel zijn

Wouter Hamel

Nobody’s Tune

Op zijn tweede album moest alles anders, vond Wouter Hamel. Niet dat zijn gelijknamige debuutalbum slecht was. Maar deze plaat liet niet de héle Wouter Hamel zien, meende de jazzsinger/songwriter. Die was namelijk „helemaal niet zo’n blije eikel”.

En dus schreef Hamel voor zijn nieuwe album twaalf breekbare liedjes, waarin zijn zalvende en zwierige stem vaak wordt omlijst door slechts een enkel instrument. En ruilde producer Benny Sings de beats in voor ongewone instrumenten als citar, autoharp en mellotron, een oude mechanische samplemachine.

Maar al die maatregelen ten spijt klinkt Nobody’s Tune opvallend gewoon. Hamel wilde minder croonen, maar klinkt nog steeds als een echte crooner. Hamel wilde minder een blije eikel zijn, maar zingt nog altijd met een onverwoestbaar en soms tergend optimisme over de kleine geneugten van het leven: ‘June and july/ let’s give love a try’, in March, April, May. Of ‘When morning comes/ I know you’ll be there’ in When morning comes.

Een aantal nummers weet zich aan dat optimisme te ontworstelen. In Tiny town bezingt hij zijn eigen onzekerheid; in de melancholieke afsluiter Amsterdam weerklinkt een droevig verlangen en in titelnummer Nobody’s tune gaat het over weggaan – om vervolgens te verdwalen. Het is bij deze liedjes dat de luisteraar zijn oren spitst, als Hamel ontheemd klinkt en van zijn sokken geblazen door zijn eigen succes.

Yaël Vinckx

Beluister deze cd in z’n geheel op nrcnext.nl/muziek