Referendum krijgt steun Ter Horst

Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) vindt dat burgers de mogelijkheid moeten hebben besluiten van de overheid tegen te houden of terug te draaien. Zij bespreekt dit vrijdag in de ministerraad.

Ter Horst steunt het initiatiefvoorstel van GroenLinks, D66 en PvdA uit 2005, waarin wordt gepleit voor een zogenoemd correctief raadgevend bindend referendum – correctief omdat een parlementsbesluit kan worden tegengehouden, raadgevend omdat de bevolking het moet aanvragen, bindend omdat de uitslag wordt overgenomen.

Het voorstel wordt op korte termijn door de Tweede Kamer behandeld. De minister vindt dat het initiatief voor een referendum bij de burgers moet liggen, en dat de uitslag alleen bindend moet zijn bij een nog nader af te spreken opkomstpercentage.

De invoering van een bindend correctief referendum vereist een herziening van de Grondwet. Daarvoor is eerst een gewone meerderheid nodig. Na verkiezingen moeten beide Kamers van het parlement de wijziging met een tweederde meerderheid goedkeuren. Behalve de initiatiefnemers GroenLinks, D66 en PvdA steunen ook oppositiepartijen SP en PVV een correctieve volksraadpleging. De ChristenUnie zegt „niet op voorhand voorstander te zijn van het wetsvoorstel”, zolang daarin niets is geregeld over onder andere de opkomstverplichting. Er is dus een meerderheid – 77 van de 150 zetels.

Het CDA en de VVD zijn tegen. Beide partijen zeggen te vertrouwen op de representatieve democratie, waarin de bevolking normaliter eens in de vier jaar haar volksvertegenwoordigers kiest. Laetitia Griffith (VVD): „Kiezers moeten natuurlijk niet het werk van de volksvertegenwoordiging over gaan doen.” Ook leidt een referendum volgens haar tot „enorme vertraging” in de wetgeving.

De discussie over een correctief bindend referendum is niet nieuw. In mei 1999 passeerde een grondwetsherziening de Tweede Kamer, maar die bleef vervolgens op één stem steken in de Eerste Kamer. De tegenstem kwam van VVD-senator Wiegel, en zorgde ervoor dat D66 uit het kabinet stapte. De crisis ging de boeken in als ‘de Nacht van Wiegel’. D66, dat het referendum sinds haar oprichting als kroonjuweel beschouwt, wilde pas verder regeren als er een tijdelijke wet zou komen, die een vorm van correctief referendum toch mogelijk zou maken. De crisis werd bezworen en er kwam een Tijdelijke Referendumwet, die in 2005 afliep. In dat jaar dienden Kamerleden van GroenLinks en PvdA een nieuw initiatiefwetsvoorstel in.