Protectionisme alom

Een eeuw geleden dacht Groot-Brittannië de groeiende concurrentie van Duitsland het hoofd te kunnen bieden met een simpel etiket. ‘Made in Germany’ moest er staan op producten van Duitse origine. Wat eigenlijk bedoeld was als antireclame, werd een van de beste verkoopargumenten uit de geschiedenis. Een halve eeuw later spraken Nederlanders elkaar tijdens de wederopbouw moed in met de leuze ‘Koop Hollandse waar, dan helpen we elkaar’. En nu variëren de VS op dit thema. Als de Senaat de lijn van het Huis van Afgevaardigden volgt, mogen bedrijven die gebruikmaken van het stimuleringspakket hun staal en ijzererts alleen nog maar in eigen huis betrekken. ‘Buy American’, is de clausule.

Op de topontmoeting van de twintig grootste industrielanden ter wereld, afgelopen najaar in Washington, werden nog plechtige woorden gesproken over de noodzaak van vrijhandel. Ook nu zegt de nieuwe Amerikaanse president Obama dat de randvoorwaarden van zijn beleid keurig sporen met de richtlijnen van de Wereldhandelsorganisatie WTO. Maar de Europese Unie is daardoor niet gerustgesteld. Zij heeft met scrupuleuze juridische toetsing gedreigd. De opgebloeide liefde tussen de EU en de president van de VS is de wittebroodsweken kennelijk nu al voorbij.

De EU zag daarbij even over het hoofd dat ook de Unie zelf onlangs weer is overgegaan tot exportsubsidies aan zuivelboeren. Want als puntje bij paaltje komt, is in de handel het hemd nader dan de rok. Het spook van het protectionisme waart nu daarom over nagenoeg de hele wereld. Dat ligt voor de hand, zeker nu er met het economische beleid miljarden aan belastinggeld is gemoeid en de politieke verantwoordelijkheid zich dus bij uitstek op nationaal staatsniveau doet gelden.

Ook Nederland, dat zich graag laat kennen als een principiële voorvechter van vrijhandel, ontkomt er niet aan. Zo is aan de reddingsoperatie van ING de voorwaarde verbonden dat deze internationaal opererende bank-verzekeraar allereerst de kredietverstrekking in Nederland weer op gang brengt. Het is niet de bedoeling van minister Bos (Financiën, PvdA) dat geld uit de schatkist wegvloeit naar bijvoorbeeld Oost-Europa. Dat de kredietcrisis daar vooralsnog harder toeslaat dan in de eurozone en daar dus extra protectionistische maatregelen van overheidswege in het verschiet liggen, is andermans zorg.

Nu de financiële sector in talloze landen ten dele is genationaliseerd, is een consequent volgehouden economisch internationalisme politiek gezien te veel gevraagd. Dat is de kiezer niet uit te leggen. Het wil niet zeggen dat het hoofd nu maar meteen moet worden gebogen. Dat hoeft ook niet. Hoewel protectionisme nu niet meer zo’n slechte naam heeft als vijf jaar geleden, is het verlangen ernaar ten dele ook retoriek. Een van de karakteristieken van de crisis is namelijk haar bij uitstek internationale karakter. Door de onderlinge verwevenheid zijn landen nu vermoedelijk minder dan vroeger in staat hun eigen autarkische weg te gaan. De wal moet het schip dus eens keren, al is nog onduidelijk wanneer.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Hollandse waar In het hoofdredactionele commentaar Protectionisme alom (4 februari, pagina 7) wordt ten onrechte gesteld dat de leuze ‘Koop Hollandse waar, dan helpen we elkaar’ werd gebezigd tijdens de wederopbouw. De slagzin luidt ‘Koopt Nederlandsche waar, dan helpen wij elkaar’, en dateert uit de jaren dertig. De Vereniging Nederlands Fabrikaat dacht zo de crisis te kunnen bestrijden.