Oog om oog, tand om tand

De Qassam-brigades, de gewapende tak van Hamas, laten zich weer zien.

„We hebben weinig verliezen geleden”, zegt commandant Hanouni.

Het portier van de volgepakte auto zwaait open en de commandant stapt uit. Daar is hij weer: Hanouni, de jonge commandant van de Izz ad-Din al-Qassam-brigades, de gewapende tak van Hamas.

Iedereen in het vluchtelingenkamp Beit Hanoun in de Gazastrook, dichtbij de grens met Israël, kent de gezette man met baard als Hanouni. Zijn werkelijke naam houdt hij, zoals alle leden van de Qassam-brigades, verborgen. Hij oogt, in een leeg café in Gaza-stad, opgelucht nu de oorlog met Israël voorbij is. „Mijn huis in Beit Hanoun is verwoest na een Israëlische luchtaanval. Ze wisten waar ik woonde. Gelukkig was mijn familie al gevlucht.”

Sinds Israël en Hamas beide een eenzijdig staakt-het-vuren afkondigden, zijn de leden van de Qassam-brigades weer op straat. De Israëlische luchtaanvallen en Palestijnse raketbeschietingen zijn weer begonnen. In die zin lijkt de situatie op die van december, voor de oorlog begon.

Gisteren nog landde een Grad-raket in de Israëlische stad Ashkelon. Hamas heeft geen verantwoordelijk geclaimd voor de beschietingen. Die zouden zijn gedaan door het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina en de Al Aqsa Martelarenbrigades, de gewapende tak van het concurrerende Al-Fatah. Commandant Hanouni zegt dat raketten ook in een periode van wapenstilstand gerechtvaardigd zijn. „Oog om oog, tand om tand”, zegt Hanouni. „Zolang Israël doorgaat met luchtaanvallen, kunnen ze op een reactie rekenen.”

Drie weken hield hij zich schuil in de tunnels van Gaza-stad. Een echte grondoorlog is nooit begonnen. De Israëlische tanks hielden halt in de vluchtelingenkampen Jabalya en Beit Hanoun en beschoten het centrum van Gaza-stad van een afstandje. De bombardementen vanuit de lucht gingen door. Circa 1.300 Palestijnen kwamen tijdens de 22 dagen durende oorlog om het leven.

De circa zevenduizend strijders van de Qassam-brigades vermeden een directe confrontatie met het Israëlische leger, zegt Hanouni. „Mijn dagen zagen er zo uit: wachten, wachten, wachten. En heel af en toe kwamen we naar buiten en schoten we. Ik had een RPG, een antitankwapen, waarmee ik naar buiten kwam. Het gebeurde zelden dat ik eruit moest. Ik heb vooral onder de grond gezeten.” Het Israëlische leger trok evenmin verder op, wat een patstelling veroorzaakte. „Ik zie het als een compliment aan ons leger dat ze niet oprukten naar het centrum van Gaza-stad. Als ze van een afstand schieten, verstoppen wij ons.”

Volgens Israël is aan Hamas en de Qassam-brigades een gevoelige slag toegebracht. Zo is volgens het Israëlische leger hun infrastructuur aangetast: fabrieken om Qassam-raketten te maken zijn verwoest, smokkeltunnels met Egypte zijn gebombardeerd, en enkele leiders van Hamas zijn om het leven gekomen. Hamas zou niet meer in staat zijn een groot aantal raketten op Israël af te schieten.

Hanouni lacht. „Onzin, dat is allemaal joodse propaganda. Fabrieken verwoest? Wij maken de raketten waar we willen. We schoten minder raketten af, maar stelden ze preciezer af. In de oorlog had ik weinig gelegenheid om raketten te schieten, al kon ik er een paar met een druk op de knop van een afstand lanceren.”

Van de eenheid die Hanouni leidde, enkele tientallen strijders sterk, zijn er twee gedood bij gevechten. In totaal, zegt Hanouni, zijn 48 strijders van de Qassam-brigades om het leven gekomen. „We hebben weinig verliezen geleden, en het Israëlische leger heeft Hamas niet kunnen afzetten.”

Toch zijn er in de oorlog fouten gemaakt, erkent Hanouni. Hamas rekende op een man-tegen-mangevecht in de nauwe straten van Gaza-stad, en had daar een stelsel van tunnels en schuilplaatsen gebouwd. Die zijn nauwelijks gebruikt. En pas in de laatste dagen van de oorlog praatten de commandanten van de Qassam-brigades met rivaliserende strijdgroepen, zoals de Islamitische Jihad, over samenwerking.

Tijdens de oorlog werden dertien Israëliërs gedood, onder wie tien militairen. Volgens Hanouni was het relatief lage aantal gedode militairen „een kwestie van tactiek”. Hamas houdt sinds 2006 de Israëlische korporaal Gilad Shalit gevangen. Hamas wil hem ruilen tegen honderden, en misschien wel alle, Hamas-gevangenen in Israël. Hanouni: „We wilden zoveel mogelijk militairen levend in handen krijgen, om ons een gunstige onderhandelingspositie te verwerven. Ik heb een paar keer meegemaakt dat ik naar buiten wilde om te schieten, maar dat een hogere commandant zei: niet doen.”

Toch is er niet één militair gevangen genomen. „Hierin hebben we gefaald. We hebben het een paar keer geprobeerd. Daar staat tegenover dat Israël Shalit probeerde te bevrijden, dat is hen ook niet gelukt.” Waar Shalit nu is? Hanouni grijnst. „Er is geen nieuws over hem te melden.”

Lees een eerder interview met Hanouni op nrc.nl/gaza