Media sloegen op hol bij babymoordenaar

Televisie en kranten hebben veel onjuiste berichten verspreid over het Vlaamse crèchedrama. En dat kwam niet alleen door tijdsdruk, meent Tom Naegels.

Dat hadden de betrokken journalisten, Belgisch of internationaal, nog niet vaak gehoord. Een burgemeester die ermee dreigt hen te arresteren en op te sluiten, als ze het zouden wagen de uitvaarten te verstoren van de baby’s die het drama in de crèche van Dendermonde niet overleefd hadden. „Mijn ordediensten staan paraat”, zei de altijd kalme burgemeester Piet Buyse vorige week in het tv-programma Pauw & Witteman. „Ook de cellen zijn open en ik heb de autoriteit. Wanneer zij binnendringen in de kerk en het laatste intieme moment van die mensen met hun kinderen afnemen... Weet u dat er al terrassen in de buurt van de begraafplaats ingehuurd zijn? Dat noem ik gieren.”

Hoewel de burgemeester zijn trieste dreigement niet heeft hoeven uitvoeren, dan nog hebben de media – opnieuw: zowel de Belgische als de internationale, die massaal naar Dendermonde afzakten – deze week een modderfiguur geslagen. Het ‘wij doen toch ook maar gewoon ons werk’ klonk bijzonder schril. Want één ding bleek maar weer eens, namelijk dat kranten en nieuwszenders wanneer ze geconfronteerd worden met een grote, onverwachte en dramatische gebeurtenis, hun werk niet doen. Ze vinden hun weg niet in de stortvloed van geruchten en ze ondermijnen zo de geloofwaardigheid van het beroep.

De hoeveelheid foute en tegenstrijdige informatie die we de afgelopen week over ons heen gekregen hebben, is onvoorstelbaar. Wat de ene dag als de objectieve waarheid werd verkocht, voorzien van het obligate ‘dat blijkt uit vaststellingen van de speurders’, moest de volgende dag alweer worden ontkend. En dat niet alleen op de eerste dag – wanneer er bijzonder weinig informatie is – maar zelfs dagen later. Afgelopen maandag, drie dagen na de feiten, schreef Het Laatste Nieuws, Vlaanderens grootste krant, dat „duidelijk werd dat de babymoordenaar zich liet inspireren door The Joker, het waanzinnige karakter uit de laatste Batmanfilm”. Dat „droop van de computergegevens af”, hun bezorgd door een bron dicht bij het onderzoek. Een dag later schreef diezelfde krant: „De moordenaar inspireerde zich mogelijk op de bizarre geweldenaar uit die prent, maar het parket is daar nog niet zeker van.” In Het Nieuwsblad van die dag is het parket nochtans wél zeker: „We zien geen link met The Joker.”

Later vorige week schreef iedereen dat dader Kim de G. naar alle waarschijnlijkheid niet eens geschminkt was. Het verhaal over The Joker lijkt totaal uit de lucht gegrepen, samen met de andere die erdoor werden gegenereerd: dat De G. zou hebben zitten lachen tijdens zijn ondervraging, dat hij voor messen koos als moordwapen omdat je het lijden dan beter voelt, dat hij net als The Joker ‘geen motief nodig heeft’ om ‘de wereld te doen branden’, dat zijn achternaam een anagram is van Joker-acteur Heath Ledger, dat zijn klasgenoten hem ‘Satan’ noemden.

Je kunt zeggen: zo zijn media, ze zoeken nu eenmaal het meest dramatische verhaal, want ze willen kranten verkopen. Maar dat denk ik niet. Ik denk dat men oprecht geloofd heeft dat men correcte informatie aan het verspreiden was. Ik denk dat men oprecht dacht dat men met de juiste bronnen sprak. Dat is nog erger. Vooral omdat het niet de eerste keer is dat dat gebeurt. In haast alle grote, emotioneel beladen zaken zie je hetzelfde patroon. Men creëert een vereenvoudigd, foutief verhaal, ineengeknutseld op basis van een klein aantal aanwijzingen. En dat verhaal gaat vervolgens de rest van de berichtgeving sturen.

Bij de moorden van Hans Van Themsche, in Antwerpen in 2006, was dat het verhaal over hoe Hans tot zijn daad werd gebracht door de extreemrechtse ideologie van zijn ouders – op het proces bleek het met die ideologie gewéldig mee te vallen. Na de moord op Joe Van Holsbeeck, het eerste geval van zinloos geweld in Vlaanderen, ging de voltallige pers ervan uit dat de daders Marokkaans waren – er werd op hoge toon excuses geëist van de Marokkaanse gemeenschap, iedereen maakte analyses over wat er misging bij Marokkaanse jongeren – tot na een week bleek dat het om Poolse zigeuners ging.

Zo kan ik nog wel enkele gevallen citeren. Soms gaat het verhaal enkele dagen mee, soms veel langer, maar altijd blijft er de teleurstelling van te zijn voorgelogen, en de onuitwisbare indruk van een journalistieke machine, die zichzelf op momenten van crisis niet onder controle heeft. Die niet meer weet hoe ze waarheid van verzinsel moet scheiden. Die tekortschiet in de essentie van haar taak.

Hoe dat komt? De tijdsdruk, nog versterkt door de komst van het internet. De concurrentie, ook van burgerjournalisten. De sterk afgeslankte redacties. De verwachtingen van de lezers, die in real time willen meeleven met het drama. De angst om té afstandelijk te zijn, terwijl de hele wereld huilt. Een zekere luiheid bij journalisten: geen zin om een tweede bron te checken, als de eerste geloofwaardig lijkt.

Het zal allemaal wel. Belangrijker is de vraag hoe we het voorkomen. Op een kalm moment zouden redacties toch eens een vergadering moeten beleggen, om te beslissen hoe ze in de toekomst met dit soort van crisisberichtgeving moeten omgaan. Een soort rampenplan opstellen. Anders gaan hun lezers op een bepaald moment simpelweg afhaken.

Als je ziet dat het vertrouwen in de media haast overal in de westerse wereld rond de 20 procent hangt, dan is dat moment niet meer veraf.

Tom Naegels is columnist bij de Belgische krant De Standaard.