Lakmoes voor dictaturen

In China zijn momenteel 20 miljoen pendelarbeiders werkloos. Dat is 15 procent van de minimaal 130 miljoen dagloners die er dagelijks rondtrekken op zoek naar werk. En onder vaste arbeiders stijgt de werkloosheid tot een, naar Chinese maatstaven, schrikbarende 5 procent. Buurland Rusland houdt intussen rekening met bijna 6 miljoen werklozen. Dat aantal zal oplopen tot zeker 7 miljoen, 10 procent van de beroepsbevolking. En het aantal ronddolende ‘gastarbeiders’ zonder werk uit bijvoorbeeld Tadzjikistan is onbekend. Veel wijst erop dat dit aantal explosief stijgt.

De verschillen tussen beide landen zijn groot. China is een industrieland, Rusland levert vooral grondstoffen. In China is werken de norm, in Rusland is het arbeidsethos juist zwak ontwikkeld. Maar er is één overeenkomst. In beide autoritair geregeerde landen is de politieke en sociale rust mede op groei gebaseerd. Als de welvaart blijft toenemen, kan de macht relatief ongestoord de eigen belangen behartigen.

Een jaar geleden was dit ‘onliberale kapitalisme’ aan een schijnbaar onstuitbare opmars bezig. Het Aziatische model leek het westerse model te overtroeven. In autoritaire staten groeide de economie harder dan in democratische landen. De burgers wekten de indruk zich daarbij neer te leggen. De Duitse toneelschrijver Bertolt Brecht zou dus gelijk kunnen krijgen met zijn aforisme „erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral”.

Vooral in de VS leidde die trend tot theorievorming. In zijn boek The Future of Freedom poneerde hoofdredacteur Fareed Zakaria van Newsweek International de stelling dat welvaart altijd aan democratie vooraf moet gaan. De ontwikkeling van een florerende economie en middenklasse zijn de basisvoorwaarde voor democratische verkiezingen. Landen die de omgekeerde volgorde kiezen, raken volgens Zakaria van de wal in de sloot.

De neoconservatieve intellectueel Robert Kagan ontwikkelde in zijn boek The Return of History and the End of Dreams vervolgens de theorie dat het liberale Westen steeds ernstiger wordt bedreigd door het ‘onliberale kapitalisme’. Onder auspiciën van China en Rusland was het zich zelfs in een nieuw soort ‘internationale’ gaan verenigen.

Zakaria en Kagan formuleerden hun ideeën voordat de Amerikaanse kredietcrisis de financiële en industriële wereld in haar val meesleepte en ook voordat de olieprijs tot nog geen 50 dollar per vat ging dalen. De tijden zijn danig veranderd. De crisisbeheersing wordt nu voor vele maatschappelijke systemen een lakmoesproef. Overal moeten regeringen zich afvragen op wiens schouders de kosten van het herstelbeleid het beste kunnen worden afgewenteld.

Ook in autoritaire landen worden de machthebbers steeds dwingender met die vraag geconfronteerd. Dat het democratisch kapitalistische model aan het langste eind zal trekken, staat zeker niet vast. Maar hoe het ‘onliberale kapitalisme’ zich denkt te handhaven, is eveneens ongewis.

Zowel in theorie als praktijk is de huidige crisis een wereldwijde test: voor zowel democratie als dictatuur.