Kunstsector vindt eisen Plasterk in crisistijd onhaalbaar

Kunstinstellingen krijgen vanaf dit jaar een deel van hun subsidie alleen als ze zelf inkomsten genereren. Denken ze dat ze dat in deze tijd van kredietcrisis kunnen?

Minister Plasterk (Cultuur, PvdA) kondigde vorig jaar aan dat de kunstsector zakelijker moet worden, en minder afhankelijk van subsidies. De sector moet hierdoor meer draagvlak krijgen in de samenleving, en minder gevoelig worden voor bezuinigingen van overheidswege. Het ‘cultuurprofijtbeginsel’, wordt dit genoemd.

Maar kan dit plan in deze tijd van de kredietcrisis wel worden uitgevoerd? Kunsten ’92, de belangenorganisatie van kunstinstellingen, organiseerde hierover gisteren in in Utrecht een debat.

De minister kort de kunstsubsidies dit jaar met 1,7 procent en volgend jaar met 3,4 procent. Dit gat op hun begroting moeten instellingen dichten door zelf geld binnen te halen uit kaartverkoop, sponsoring en nevenactiviteiten, zoals verhuur van zalen.

Aad Hogervorst, waarnemend directeur Kunsten bij het ministerie, lichtte gisteren toe hoe het plan technisch in elkaar steekt (zie inzet). Daarna barstte er discussie los over de vraag hoe haalbaar het is om in deze tijden van kredietcrisis sponsors te werven.

Het VSB-fonds, de grootste particuliere geldschieter, kondigde onlangs aan zijn donaties voor kunst en cultuur te halveren. Over andere fondsen zijn eveneens negatieve geluiden te horen. „Het Prins Bernhard Fonds houdt het nog even voor zich, maar ik heb gehoord dat ze de donaties moeten halveren”, zei een aanwezige. „Hetzelfde heb ik gehoord over het SNS Reaal Fonds”, zei iemand anders. Niet alle geruchten kloppen, zo bleek ter plekke. Directeur Ad Brits van het SNS Reaal Fonds ontkende dat zijn fonds dit jaar minder geld doneert: „Ook in 2009 stellen wij 70 miljoen euro beschikbaar voor cultuur.”

Maar nu het VSB Fonds grotendeels wegvalt, kunnen de kleinere fondsen wel meer aanvragen verwachten. „Ze zullen scherper gaan selecteren aan wie ze doneren”, zei Job van Dooren, specialist in cultuursponsoring. Volgens hem kunnen instellingen nog steeds „veel geld uit de markt halen”, maar dan moeten ze wel hun marketing professionaliseren en meer tegenwaarde bieden aan sponsors. „Even een logo plakken en wat toegangskaartjes aan relaties uitdelen, is niet meer genoeg.”

Niet alleen bij Kunsten ’92 maar ook bij de brancheorganisaties en individuele instellingen wordt sceptisch aangekeken tegen het plan van Plasterk. Peter IJzerman, voorzitter van het Contactorgaan van Nederlandse Orkesten (CNO): „Als je kijkt naar de massaontslagen die op dit moment bij bedrijven plaatsvinden, zal het niet eenvoudig worden om meer zelfstandig geld te genereren. Maar ik kan niet nu al zeggen: het lukt niet.”

Volgens Lineke Burghout, beleidssecretaris bij DOD, de brancheorganisatie voor dansgezelschappen, maakt de kredietcrisis het nu al moeilijker om inkomsten te genereren. Ze betwijfelt of het plan van Plasterk realiseerbaar is. „Een dergelijke opdracht is nu wel heel lastig. Een kredietcrisis is voor niemand leuk, maar voor de culturele sector komt de vraag om meer eigen inkomsten te generen nu wel extra ongelukkig uit.”

Wat precies de gevolgen gaan zijn voor de verschillende dansgezelschappen is nog onduidelijk. Burghout: „Wat we merken, is dat buitenlandse tournees vaker niet doorgaan. De ontvangende theaters in het buitenland hebben ineens het geld niet meer. ”

Ook Stephen Hodes, voorzitter van de Vereniging Nederlandse Theatergezelschappen en Producenten (VNT), denkt dat het moeilijker zal worden om fondsen te werven. Hij heeft nog geen alarmerende berichten gekregen. „Maar in de culturele sector is sprake van een vertraagde reactie. Als bedrijven op dit moment honderden mensen op straat zetten, kan je ervan uitgaan dat ze geen geld aan het theater gaan geven.”

Volgens Hodes merken de theatergezelschappen op dit moment nog maar weinig van de kredietcrisis aan de kassa. „Alleen bij de duurdere producties begint het op te vallen dat de consument wat voorzichtiger wordt. Het opschroeven van de prijs van kaartjes is geen oplossing.”

Evert de Jager, algemeen directeur van het Nationale Toneel, ziet nog steeds mogelijkheden om sponsors binnen te halen. „Maar ik denk wel dat bij de overheid de verwachtingen ten aanzien van derde geldstromen te hoog zijn. Het kan nooit een structurele oplossing zijn.”

Het Noord Nederlands Orkest verhoogde de eigen inkomsten tussen 2000 en 2008 van 460.00 euro naar 1, 5 miljoen euro. „Zo’n verhoging zit er niet meer in”, zegt directeur Jan Geert Vierkant. „Bij de sponsors, die op een budget van 8 miljoen bij elkaar een kleine ton opleveren, heerst nu bezuinigingsdrift. Gelukkig is er nog geen krimp in de bezoekersaantallen.”

Het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO), dat ongeveer de helft van zijn budget zelf verdient, heeft nog geen last van de kredietcrisis. „We zitten in de hoek die men graag behoudt. Dat willen we graag zo houden”, zegt David Bazen, belast met marketing en sponsoring. Het KCO heeft langlopende contracten met ING, Philips en Nuon. De eerste twee verkeren in problemen en hebben ontslagen aangekondigd.

M.m.v. Kasper Jansen

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

SNS Reaal Fonds

In het artikel Kunstsector vindt eisen Plasterk in crisistijd onhaalbaar in (4 februari, pagina 9) stond dat het SNS Reaal Fonds 70 miljoen euro beschikbaar stelt voor kunst. Dit is 17 miljoen euro.