Kritiek? Moet kunnen. Maar!

Door de crisis dreigt protec-tionisme en dat ondermijnt de interne markt. Tegelijkertijd wordt het Europese burgerschap opgetuigd.

Europa zit in een spagaat.

Eén Europese binnenmarkt waarop de concurrentie vrij en onvervalst is – dát is een van de belangrijkste pijlers van de Europese samenwerking. Wat blijft daarvan over nu regeringen honderden miljarden euro’s aan kredietgaranties en kapitaalinjecties verstrekken om de crisis te beteugelen?

Miguel Poiares Maduro (42) is er niet gerust op. De Portugees is een van de acht advocaten-generaal aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dat Hof wikt en beschikt in laatste instantie over eerlijke concurrentie en verboden staatssteun in Europa. „Het risico bestaat dat protectionistische en populistische maatregelen het traditionele fundament van de interne markt ondermijnen. Maar ik hoop dat de politici krachtig en verstandig genoeg zijn om in te zien dat het uiteindelijk niet in het belang van Europa is om de pijlers van de interne markt aan te tasten.”

Het EU-hof in Luxemburg sloopte door de jaren heen met een reeks baanbrekende arresten tal van nationale hindernissen die vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal in de weg stonden. EU-lidstaten waren daar niet altijd blij mee. Maar zij respecteerden meestal het adagium ‘Luxemburg heeft gesproken, de zaak is beslist’. De laatste jaren lijken ze echter openlijker met hun kritiek op het Hof.

Poiares Maduro kijkt daar niet van op. Dat de kritiek op het Hof de laatste jaren assertiever wordt geuit, noemt hij „een logisch gevolg” van de toegenomen reikwijdte van Europese regels. „Daardoor dringt het Europees recht steeds dieper door op terreinen van sociale, economische en politieke betekenis en gevoeligheid.”

Zolang het om kritiek op bepaalde uitspraken gaat, is er volgens Poiares Maduro niets aan de hand. Moet kunnen. Maar dat wordt anders als de legitimiteit van het Europees Hof in twijfel wordt getrokken. „Het is belangrijk dat politici dat onderscheid helder maken en niet in de val trappen om op de stoel van de Europese rechter te gaan zitten, want dan leggen ze de bijl aan de wortel van het Europese project.”

Een gebied waarop het Europees recht volgens Poiares Maduro aan een flinke opmars bezig is betreft de grondrechten. Over de juridische status van het Handvest van de Grondrechten uit 2001 zijn de EU-landen nog verdeeld, maar de inhoud klinkt al wel steeds vaker door in Luxemburgse arresten. Een reeks recente uitspraken illustreert dat treffend.

Het Belgische bedrijf Feryn beweerde geen allochtonen in dienst te kunnen nemen, omdat zijn klanten daar bezwaar tegen maakten. Volgens het Hof maakte Feryn zich daarmee schuldig aan „directe discriminatie”.

De Britse Sharon Coleman klaagde dat ze door haar werkgever werd tegengewerkt toen ze flexibeler wilde werken wegens de zorg voor haar invalide zoontje. Het Hof bepaalde dat het verbod op ‘directe discriminatie’ zich niet beperkt tot werknemers die zelf gehandicapt zijn.

De uit Kameroen afkomstige Blaise Metock kreeg na zijn huwelijk met de legaal in Ierland verblijvende immigrante Hanette Ngo Ikeng van de Ierse autoriteiten geen verblijfsvergunning, omdat hij niet kon aantonen dat hij eerder legaal in een ander EU-land had verbleven. Het Hof haalde een streep door die Ierse voorwaarde.

Dieter Janecek uit München (Duitsland) eiste tevergeefs maatregelen tegen ernstige luchtvervuiling in zijn buurt. Het Hof besliste dat direct betrokkenen bij gevaar voor overschrijding van de geldende milieunormen een adequaat lokaal actieplan tegen luchtvervuiling kunnen eisen.

De Oostenrijker Heinz Huber verzocht na zijn emigratie naar Duitsland vergeefs om verwijdering van persoonsgegevens uit het centrale vreemdelingenregister, dat veel meer data over hem bevatte dan het reguliere gemeentelijke bevolkingsregister. Het Hof besliste dat opname van EU-burgers zonder gegronde reden in zo’n speciaal nationaal register neerkomt op verboden discriminatie.

Deze voorbeelden weerspiegelen een ontwikkeling in het Europees recht waarin de EU-inwoners geleidelijk evolueren van ‘marktdeelnemers’ naar ‘euroburgers’. Lag aanvankelijk de nadruk vooral op hun economische rechten (en plichten), de laatste jaren treedt de Europese dimensie van andere rechten meer op de voorgrond en krijgt het ‘burgerschap van de Unie’ een bredere invulling.

De voorbeelden tonen volgens Poiares Maduro ook nog iets anders aan, namelijk dat de Europese integratie in „een paradoxale situatie” is beland. „Aan de ene kant is er het nog betrekkelijk nieuwe terrein van Europees burgerschap en grondrechten, dat geleidelijk aan verder wordt ontgonnen. En aan de andere kant doemt in de huidige financiële en economische crisis het risico op van protectionisme, dat het vrije verkeer op de interne markt bedreigt waarop de Europese integratie is gegrondvest.”