Geen bij, geen appel

De ‘verdwijnziekte’ onder bijen neemt al jaren toe, blijkt uit een rapport. Nog steeds weet niemand hoe dat kan.

Het teruglopend aantal imkers verergert het probleem.

De sterfte van bijenvolken bij Nederlandse imkers was de afgelopen jaren bijna twee keer zo hoog als daarvoor. Bijen hebben meer last van allerlei infecties. Imkers, voor wie bijen houden bijna altijd een hobby is, hebben niet voldoende kennis om daarmee om te gaan.

Dat concluderen onderzoekers van de Wageningen Universiteit. Zij deden in opdracht van het ministerie van LNV onderzoek naar bijensterfte in Nederland en publiceerden daarover vorige week een rapport. Een voldoende aantal bijenvolken is belangrijk voor de tuinbouw, met name om in mei de boomgaarden te bestuiven. Ook in de natuur worden planten bestoven door bijen uit bijenkasten.

De afgelopen zes jaar stierf in Nederland in de winter steeds 15 tot 26 procent van de bijenvolken van imkers (elke bijenkast bevat één volk). Voorheen lag de wintersterfte rond de 10 à 15 procent. Ook elders in Europa, en nog sterker in de Verenigde Staten, is de sterfte de afgelopen jaren toegenomen.

De oorzaak is onbekend. Getroffen imkers ontdekken aan het eind van de winter dat er nauwelijks werkbijen meer in de kasten zitten. Imkers spreken wel van ‘verdwijnziekte’. De bijen waren dan voor de winter zo verzwakt, dat ze het voeden van larven hebben verwaarloosd en zijn gestorven tijdens het voedsel zoeken.

Allerlei ziekteverwekkers kunnen de bijen verzwakken. De belangrijkste plaag is de van oorsprong Aziatische varroamijt. Die dook in de jaren tachtig van de vorige eeuw in West-Europa en de VS op en is sindsdien niet meer verdwenen. Bijenonderzoeker Tjeerd Blacquière: „Door de varroamijt worden bijen ook gevoelig voor andere ziektes.” De bijen verzwakken volgens de onderzoekers ook doordat er minder bloemen bloeien in bermen en weides. „Soms is er voor bijen wekenlang niet veel te halen.”

Telers van appels, peren, kersen en pruimen in Nederland zijn voor de bestuiving afhankelijk van de achtduizend hobby-imkers, vaak ouderen. Twintig beroepsimkers zorgen voor de bestuiving van kasgroente, en in de zaadteelt. Al bijna vijftien jaar zeggen bijenkenners dat hobbyimkers niet professioneel genoeg werken. Dat probleem is volgens de Wageningers urgenter geworden. „Vroeger had een mindere imker óók nog wel eens een prachtjaar.”

Bijenziektes zijn deels te voorkomen als imkers hun bijenpopulaties jong houden. „Dat is gemakkelijk, maar de imker produceert dan minder honing. Veel imkers willen juist niets verloren laten gaan.” Imkers zijn door de ziektes bovendien meer geneigd om met hun hobby te stoppen, waardoor het aantal bijenvolken verder afneemt. Het aantal volken daalt al decennia door het overlijden van imkers. De Wageningse onderzoekers vinden dat de tuinbouwsector imkers beter moet ondersteunen.

Lees het bijensterfterapport via nrcnext.nl/links