De toekomst van ons land drinkt zich dom

Ieder glas alcohol is puur vergif voor een puberbrein.

Als jongeren zélf aangeven dat de minimumleeftijd voor alcoholgebruik omhoog moet, dan negeren we dat toch niet?

Comazuipen kan een vwo’er twintig IQ-punten kosten. Comazuipen kan een vmbo’er in het speciaal onderwijs laten belanden. De toekomst van Nederland drinkt zich niet zelden dom. Maar uiteindelijk blijkt de jeugd toch slimmer dan wij volwassenen. Een aanzienlijk deel van de jongeren pleit er namelijk zélf voor om de leeftijd voor alcoholgebruik te verhogen (zie hieronder). Zo’n roep om bescherming mogen wij niet domweg negeren.

In een liberale omgeving die ieder individu grotendeels zelf laat ervaren wat goed en slecht voor hem is, zijn jongeren de dupe van hun eigen onvolwassenheid. Waar de liberale idee uitgaat van een volwaardige inschatting en acceptatie van de gevolgen van gemaakte keuzes kunnen jongeren deze inschatting niet altijd maken. Het gebied in de hersenen dat zorgt voor de controle over gedrag (de natuurlijke rem), is bij jongeren namelijk nog volop in ontwikkeling. Dit terwijl een ander, hyperactief hersengebied jongeren richting sensatie stuurt en ze een sterke behoefte voelen om aan groepsnormen te voldoen. Bij de meerderheid van de jongeren blijven problemen uit, maar niet bij allemaal.

Uit onderzoek van de Nationale DenkTank onder bijna 6000 jongeren tussen de tien en twintig jaar blijkt dat 23 procent van de jongeren het drinken van zes glazen alcohol of meer (‘bingedrinken’) niet als bovengrens ziet. Bij de zestienplussers is dat zelfs 45 procent. Deze percentages zijn verontrustend, want een dergelijke hoeveelheid alcohol veroorzaakt op deze leeftijd blijvende hersenschade. Sterker: ieder glas alcohol is puur vergif voor het puberbrein.

Een deel van de jongeren lijkt zich hiervan bewust en is voorstander van strengere regels. Uit voorgenoemd onderzoek blijkt namelijk ook dat 40 procent van de jongeren zou willen dat de leeftijdsgrens voor het kopen van licht alcoholische dranken omhoog gaat naar 18 jaar. Voor zwaar alcoholische dranken zou volgens 45 procent de grens moeten verschuiven naar 21 jaar.

Onder invloed van de machtige alcoholindustrie heeft onze samenleving de leeftijdsgrens tot nog toe op 16 jaar gehouden en laat ze jongeren onbeschermd met alcohol experimenteren. Alleen de overheid zou met een machtig antwoord op die industrie jongeren de bescherming kunnen bieden die ze verdienen.

De huidige kennis over de gevolgen van alcoholinname bij jongeren zou minister Klink (Volksgezondheid, CDA) moeten aansporen tot het nemen van maatregelen. Maatregelen voorbij voorlichtingscampagnes over verantwoord alcoholgebruik en voorbij win-winsituaties voor overheid en bedrijfsleven.

Uit grote Europese onderzoeken blijkt dat strenge overheidsregels, zoals verhoging van de leeftijdsgrens, en voldoende toezicht het meest effectief zijn om alcoholmisbruik terug te brengen. Met een leeftijdsgrens van 18 jaar zou Nederland zich scharen bij 15 van de 27 EU-landen, die daarom deze grens al hanteren. Het spreekt vanzelf dat dan ook de controle op alcoholverkoop moet verbeteren: meer controleurs en steviger sancties bij overtredingen.

Natuurlijk zorgt dit soort maatregelen voor een omzetdaling in de verkoop van alcohol: minder consumptie leidt tot minder verkoop. Het wordt echter tijd om onze ogen te openen en te beseffen dat de alcoholindustrie en horeca deze omzet draaien ten koste van gezonde jongeren. Jongeren die zélf vragen om hulp bij het weerstaan van de grote druk van hun omgeving.

De rol van ouders hierin is eveneens groot, daar bestaat weinig discussie over. Maar zonder hulp uit hun omgeving zijn zij niet in staat jongeren te beschermen. Wie kan zijn 17-jarige zoon overtuigen dat alcohol slecht voor hem is, als de overheid toestaat dat hij zich volgiet? Een hogere leeftijdsgrens en strengere controle kunnen de maatschappij ervan bewust maken dat comazuipen geen puberbranie, maar serieuze gezondheidschade is.

Jongeren serieus nemen, dat is een leus die in overheidsland goede zaken doet. Maar wie het startkapitaal van de maatschappij comazuipend z’n gang laat gaan, neemt de jeugd en zichzelf niet serieus. Dit probleem accepteert geen wijsheid achteraf, maar vraagt nú om vooruitdenken.

Esther Jonker is promovenda aan de Universiteit Leiden, Ischa van Straaten is onderzoeker bij het UWV, Joost van der Veen is student. Ze deden mee aan De Nationale DenkTank 2008.

Lees het onderzoeksrapport van De Nationale DenkTank via nrcnext.nl/links